Goed bezig 2019

Je hebt natuurlijk gelijk dat een uitslag van 51 tegen 49 procent bij een referendum, of net gelijk welke volksraadpleging, nooit tot zo’n ingrijpende verandering als de Brexit zou mogen leiden. En ik hoop dat het ongeveer zo zal gaan als jij May adviseert. Uitstel van executie, de Britten goed met de koppen tegen elkaar en dan een zachte Brexit.

Dat vindt Tjeenk Willink ook. Weg met de banale meerderheid als maatstaf. Maar nee, ik heb hem nog niet gelezen. Is er hopeloos bij in geschoten. Dus veel zinnigs kan ik er niet over zeggen. Toch vertrouw ik er blindelings op dat hij het op het belangrijkste punt dat mij dwarszit met mij eens is: de doorgeschoten privatisering. Die moet hoognodig worden teruggedraaid. In de gezondheidszorg uiteraard, maar ook in andere sectoren van algemeen belang, zoals onderwijs, water, energie, medische farmacie en woningbouw. Het tij lijkt zich trouwens al enigszins te keren. De Tweede Kamer wilde vorig jaar al wat minister Ollongren nu voor ogen heeft: eindelijk die vermaledijde huisjesmelkers eens aanpakken, die ene met die fancy bril voorop. D’66 is so wie so goed bezig met Jetten, na diens valse start vorig jaar met die barst in de plaat. Ze draaien heel aardig bij naar links momenteel. En wat de perverse farmaceutische industrie betreft: onze ziekenhuizen gaan het zelf wel doen. Zelfs de Vriendenloterij subsidieert tegenwoordig initiatieven in die richting. 

Tot zover was ik afgelopen dinsdag. Maar woensdag heeft het FvD dus zijn slag geslagen bij de Statenverkiezingen. Weet je aan wie ik een nóg grotere hekel heb dan Kwik, Kwek en Kwak in de Britse politiek? Hiddema. Met zijn ‘hoe durft zo’n tramterrorist mijn campagnefeestje te bederven!’. Eigenlijk heb ik zelfs Trump nog liever dan Hiddema. De walging die Hiddema bij mij oproept is niet te beschrijven, door niemand, dus zelf ga ik het al helemaal niet proberen. Maar noteer het maar vast weer ergens. En denk aan kokjes in opleiding. Dat je bij ons volgende etentje in al je argeloosheid niet laat vallen dat je Hiddema wel een leuke peer vindt of zoiets. Echt, als wij hier in huis weer eens gewapenderhand staan te beven bij ons alarm, hoop ik dat we na het driemaal intoetsen van de verkeerde code uiteindelijk Hiddema in de garage aantreffen. Make my day. Samen met Baudet, want die is natuurlijk nog erger. Een fascistoïde neo-nazi met boreale heimwee naar het arische ras, dat intussen gewoon net als iedereen uit Afrika afkomstig is, maar door dat soort feiten laat een beetje Baudet zich niet van de wijs brengen. Die hemelt liever de paradijselijke negentiende eeuw op, toen alles nog mooi en goed was. Voor de beter gesitueerden welteverstaan. Want het plebs werkte zich dood in mijnen en fabrieken of stierf gewoon al in de kinderschoenen. Nou, laat ik erover ophouden. Laten we liever bedenken dat driekwart van ons volk niet op deze wolven heeft gestemd. Een schrale troost, maar meer zit er niet in.

Met Baudet is overigens wel alles mogelijk. Hij draait als een blad aan de boom, maakt niet uit op welk terrein. Zorggeld, veehouderij, in of uit de EU, liegen is zijn tweede natuur en zijn kiezers malen net als die van Trump evenmin om de waarheid. Straks vindt Baudet een homeopatische verdunning met als resultaat iedereen hartstikke bruin toch ook wel mooi. Zijn hemd is het al.

Ik had donderdag naar de kapper gewild, maar het besef dat zij namens zichzelf en tevens bij volmacht namens haar man, die een bloedhekel aan Baudet heeft, op Baudet heeft gestemd en dat zij mij beslist zou vragen wat ik daar zoal van vind, dat besef deed mij besluiten nog een week of twee door te lopen met een ragebol van hier tot Kleef, in de hoop dat tegen die tijd wel weer een andere sensatie, bijvoorbeeld een opmerkelijke vorm van zelfverdediging ergens in een privé-garage, al haar aandacht opeist.

Om al deze dingen ben ik voor nog één keer stemmen en wel pro of contra invoering van een meritocratie. Met nog één keer die goeie ouwe spelregel dat bij 51% voor een meritocratie die bestuursvorm voor eens en voor altijd wint. Bij een meerderheid voor democratie ben ik voor opnieuw stemmen. Een beetje zoals May doet dus.

Vat jij Tjeenk Willink dan zolang even samen voor Mark en mij?
We denken wel dat je voldoende puf hebt.

Weg met de democratie!

Ik las trouwens een paar weken geleden, dat de voorzitter van het Britse parlement een kat heeft die Order! heet. Dat had hij in een interview verteld. Ik weet niet of ik het verhaal moet geloven, maar het beeld van een parlement dat net zo gezeglijk is als een doorsnee huiskat sprak me wel aan.

Wat een vertoning zeg, daar aan de overkant. Ik heb me zitten afvragen: wat doe ik zelf eigenlijk, als ik de boel helemaal in de soep heb laten lopen en ik wil weer uit de soep? Wat ik dan doe is: pas op de plaats maken, achterom kijken, nagaan welke route ik heb gevolgd, ontdekken waar ik verkeerd ben gelopen, was dat maar één keer of vaker, hoe had ik wel moeten lopen, kan ik terug naar die afslag, en kan ik alsnog de goede kant op lopen, om zo een uitweg uit de soep te vinden. Er zijn ook andere methodes natuurlijk: je berust in de soep, tot je er in verzuipt, of je geeft anderen de schuld van de soep. Ik ken presidenten die dat doen, het zijn er de laatste tijd steeds meer, valt mij op.

Laat ik toch maar mijn eigen methode kiezen.

In 2016 is in Groot Brittannië een referendum gehouden en de uitslag was 51,9 % voor de Brexit en 48,1 % tegen. De conclusie van iedereen is dan, dat de Britten vóór de Brexit zijn. Daar ging het mis. Foute conclusie, zeg ik dan. Ik zeg: de Britten zijn verdeeld. Too close to call, zeker als het zo’n groot onderwerp betreft. Ik zou als Britse regering met de kiezers zijn gaan praten, desnoods aan vijf tafels. Wat vinden ze nou echt? Wat vinden de voorstanders, wat vinden de tegenstanders, en waarom, welke belangen spelen er. De Brexiteers zijn gemiddeld veel ouder dan de remainers bijvoorbeeld. Waar zit ‘m dat in? Wat vinden de Schotten? Wat vinden de Ieren? En als je een duidelijk beeld hebt wat er speelt in je land, kun je een beslissing nemen. Volgens mij is dat democratischer dan de grootst mogelijke minderheid in je land iets aandoen wat ze niet willen.

En nog iets. Je kunt deel uitmaken van de EU, of niet deel uitmaken van de EU. Beide posities zijn op zich goed, beide hebben voor- en nadelen, het is maar net wat je wil. Maar eerst meedoen en daarna weglopen is nooit een goed idee. Het kan wel, maar het levert alleen maar verliezers op, en de kans op mislukking is erg groot. Stick to the plan, en probeer er het beste van te maken.

Dus wat moet Theresa May nu doen? Ze kan wel wat hulp gebruiken, en je kent mij, ik kan dan niet aan de kant blijven staan en ik moet haar dan uit de soep trekken. Wat ze moet doen is, na alle stemmingen in het parlement, een brief schrijven aan Jean-Claude Juncker met ongeveer de volgende strekking:

“We, the British people” zijn nog niet toe zijn aan een Brexit, we hebben meer tijd nodig om het voor te bereiden. We trekken hierbij ons verzoek van twee jaar geleden om uit te mogen treden in. We gaan eerst een jaar intern met iedereen discussiëren over de voor- en nadelen. Als we er uit zijn melden we ons wel weer. Warm greetings and tell Mark I said hello”.

Dat is echt het beste.

Mark met zijn breekbare vaasje. Hij ziet ons land en onze samenleving als broos en breekbaar. Ik niet. Ik vind ons behoorlijk sterk en weerbaar. Wij kunnen tegen een stootje. Natuurlijk zijn ook wij niet onkwetsbaar, maar we zouden niet alleen moeten focussen op de gevaren die ons van buitenaf bedreigen, maar meer aandacht moeten besteden aan de stevigheid van onze eigen instituties, daar zouden we allemaal beter van worden. Zeg Mark, nu ik toch bezig ben regeringsleiders te adviseren, heb jij het laatste boekje van Herman Tjeenk Willink gelezen, “Groter denken, kleiner doen”? En zo ja, wat heb je er tot nu toe mee gedaan? Of nog niet? Als ik er de puf voor heb, zal ik het binnenkort voor je samenvatten. Ik moet ook nog mijn huis isoleren en zonnepanelen aanschaffen, maar ik  zal kijken wat ik kan doen.

Linie, heb jij het al uit?

Tussen hemel en aarde

Ik heb de neiging achter goeroes aan te lopen. Lees ik Andreas Burnier, draag ik haar ideeën uit. Lees ik Schopenhauer, volg ik die. Lees ik Harari, ben ik in Harari. In de jaren zeventig las ik Marx en nog tot diep in 2013 zag ik overal productiekrachten dialectisch in de weer met productieverhoudingen, terwijl de geslepen reactie – geef ze een uitkering, bijstand, huursubsidie, dan kunnen ze tenminste onze spullen kopen – van het vuige kapitalisme de Verelendung van het lompenproletariaat allang als ideaal verpulverd had. En nu heb ik hier in het dorp een leuke historicus gevonden – het was even zoeken, maar toen had ik er een – en weet ik ineens alles over motteburchten, feodalisme en cisterciënzer kloosterorden. Het woord cisterciënzer kan ik, net als Chichester, dat in het perfide Albion ligt, niet goed uitspreken, maar denk: strenge benedictijnen. Dit alles dus terwijl ik helemaal niet hou van meeloperij. Nou zul jij zeggen de ene goeroe is de andere niet. En daar heb je dan wel weer een punt. Zo zijn er ook mensen die dwepen met acupunctuur. Tevens ken ik een huisarts die gelooft in de helende kracht van ongeschilde aardappels, mits in een jute zak. En last but not least zijn er die met astrologie weglopen. Zo iemand had ik gistermiddag op de thee. Als je op een kruispunt tussen allerlei fietsroutes woont, vorm je een betreurenswaardig natuurlijke aanlegplaats voor onverwacht bezoek. Dat van gister geloofde oprecht dat ons leven gestuurd wordt door de sterren. Zoiets moet je niet doen, ook al breng je nog zoveel appelgebak mee. Van het bestek in je keukenla, zei ik, krijg je meer straling dan van de ziekste kwer. Ik bedoelde kwiekste ster, maar er gaat steeds meer mis in mijn hoofd, het is er echt een soepzooitje soms. Toch Fons, gelooft vrijwel niemand in zijn bestek. Dat is raar. Dat is eigenlijk raarder dan die lui met een vergiet op hun hoofd, waar jij het een blog of 40 geleden over had. Je weet wel, van de Kerk van het Vliegend Spaghettiemonster. Die aanbidden tenminste een echte God, daar kan men alleen maar respect voor hebben. Vertrouwen op de stand van de hemellichamen voor je persoonlijk zieleheil daarentegen is echt meer dan licht debiel. Zwaar debiel is misschien net teveel gezegd, met name tegen mensen met hun taartvork in de aanslag, maar op gewoon normaal debiel gaat het toch wel aan. Wij zijn het heelal namelijk straal onverschillig. Als er één instantie niks om ons geeft, is het wel het heelal. Dus mensen, mensen, geloof toch wat meer in je eigen bestek.

Weet je aan wie ik ook zo’n hekel heb? Nigel Farage, Boris Johnson en Jeremy Corbyn, de Kwik, Kwek en Kwak van de Britse politiek. En Cameron natuurlijk, met z’n referendum, wat een lame duck is dát zeg. Trouwens dat hele anachronistische volkstheater daar, hoe kan het toch dat Nederlandse politici dat steeds weer zo vol bewondering als hèt boegbeeld van de democratie bestempelen? Als het toch ergens niet democratisch toegaat, dan bij ons aan de overkant. Wat een stel gemankeerde acteurs is dat. Goedkoop effectbejag, scoren, elkaar kleineren, schmieren, l’art pour l’art, meer is het niet. Voor hoogbegaafden misschien leuk als afleiding van het hoogbegaafd zijn, maar mensen zoals ik schamen zich plaatsvervangend dood. Om de inhoud gaat het vrijwel nooit. Okay, die voorzitter is een markant figuur, met z’n Order! Order!, maar dat hij dat bijna volcontinu de zaal in moet slingeren, schreeuwt toch boekdelen. Weet je waar het spektakel mij nog het meest aan doet denken? Aan een VMBO-klas met kokjes in opleiding. Ik had een vriendin – ze is er helaas aan overleden – die zulke pubers Frans moest geven. Haute cuisine immers en van je oh, la, la. Op goede dagen vlogen de woordenboeken door het lokaal, er werd gevochten, op tafels geklommen en ondersteboven uit het raam gehangen, terwijl zij ‘silence, silence, je vous en prie’ smeekte. Maar de kokjes kenden geen Frans en wilden dat graag zo houden. Op slechte dagen kotsten ze over elkaar heen. Kijk, dat mis ik dan wel weer een beetje in het Britse parlement. Als democratie je zo totaal niet boeit, spuug elkaar dan tenminste eens goed onder. Het hoeft niet elke keer, dat deden die kokjes ook niet, maar op baaldagen, als May weer eens een dagje Brussel doet. Of is zelfs dat teveel gevraagd?

F***book

Ruim een week geleden werd op een rotonde de tiener van vriendin M. op zijn fiets aangereden door een oudere vrouw in een grijze Renault Captur. Zij moest hem voorrang verlenen, kegelde hem in plaats daarvan met fiets en al omver, gaf een extra dot gas en loste op in lelijkheid. De zoon kwam met de schrik vrij, zijn fiets was total loss. De vrouw meldde zich niet. Dus plaatste M., die als alleenstaande moeder zonder wegpiraten al moeite genoeg heeft de eindjes aan elkaar te knopen, een oproep op Facebook. Ze beschreef met de hulp van een getuige de betrokken Renault, die langs de hele linker zijde flinke schade opgelopen had. En of we met z’n allen wilden opletten en zo mogelijk het kenteken noteren. Maar het liefst wou ze natuurlijk dat de brokkenpiloot zich zelf meldde. Die deed dat niet. M. plaatste nogmaals een oproep en schreef iets in de trant van ‘bestuurster is vergeven, maar alstublieft, meldt u zich’. Want waarom niet? Angst ja, lafheid natuurlijk, maar zet je eroverheen, er is immers niks aan de hand. ‘Ik begrijp het niet,’ schreef ze, ‘iedereen is toch verzekerd?’ Er meldde zich niemand. Dus ging ik me ermee bemoeien, daar kun je de klok op gelijkzetten. Dat ging zo:

‘Reken er maar niet op, M. Op de schaal van extreem empathisch naar extreem psychopathisch zit de één nou eenmaal meer naar links en de ander meer naar rechts. Als die chauffeuse neigt naar rechts, voelt ze gewoon niks.’
‘Ze is vergeven Linie, ze moet zich alleen melden.’
‘Als ze geen compassie kent, heeft ze ook geen boodschap aan vergeving .’

Mijn gedachte was: gaat het om een psychopaat, kunnen we het verder vergeten, maar is die vrouw alleen maar erg geschrokken, dan zal ze dit niet op zich laten zitten.

Er waren vanaf het begin veel reacties op M.’s Facebookbericht. Die staan er, zo lijkt het, allemaal nog steeds. Het bovenstaande fragment echter werd er binnen vijf minuten integraal afgehaald. Niet door M., bezweert ze mij. En zeker niet door mijzelf. Wij weten niet eens hoe je een bericht van iemand anders moet verwijderen.

Dus ergens vindt er censuur plaats. Waar weet ik niet. Wie het doen weet ik ook niet. Waarschijnlijk de artificial intelligence bots van Facebook. Kennelijk slaan ze aan op de term ‘psychopathisch’. Dat zal wel schelden zijn, denken ze, dus dat deleten we.

Op 10 januari jl. gebeurde er iets soortgelijks. Er ontstond, naar aanleiding van de zoveelste perverse prijsstelling door een farmaceutisch bedrijf voor een kankermedicijn, een discussie op Facebook over het schandelijke gedrag van deze multinationals. Ik schreef iets als ‘onze ziekenhuizen kunnen dit medicijn zelf maken, laten we dat gewoon doen als de industrie dit soort criminele activiteiten ontplooit…’ Er verscheen een rood uitroepteken bij dit bericht en het volgende moment was het verwijderd.

Ik kan je niet zeggen hoe bevredigend ik deze dingen vind.
Eindelijk word ik serieus genomen!

Virus alert!

Hebben jullie het al? Zit er een verpleegtehuis bij jullie in de buurt? Want het heerst tijdens de wintermaanden, het norovirus, en je krijgt het als je vrijwillig werkt in een verpleegtehuis (wie goed doet, goed ontmoet). Maar ook wel als je daar onvrijwillig verblijft of zelfs maar op bezoek gaat zonder één bejaarde aan te raken. Vandaar het advies van de overheid in deze tijd: blijf binnenshuis, hou ramen en deuren goed gesloten en kom niet aan bejaarden. Ik had alle drie in de wind geslagen. Donderdag had ik mijn vaste rolstoelpatiënt (89) zelfs hier en daar met blote handen schoongepoetst. Dus sloeg de vijand zondag toe, na een zware stoofpot van bruine bonen, zilvervliesrijst, gebakken aardappels, paprika, ui, champignons, tofu en een spiegelei. Zaterdag hadden we alleen wat soep met brood gegeten, maar daar vindt dit virus niks aan, dat levert onvoldoende rendement. Het wil bruine bonen en daar dan bij voorkeur ’s nachts om half een mee aan de gang. Het wil dat je vanaf dat moment af en aan naar de wc holt en in het wilde weg gokt op eerst kop of kont. Het was me bijgevolg een drukte van jewelste. Niet aflatende kramp in de linkervoet en aan hallucinaties ook geen gebrek. Het ene moment vervuld van dank dat ik in zo’n leuk huisje op de prairie woonde, het volgende moment groene monsters in de plee. Maar door de bank genomen zat ik gewoon uit te drogen op de rand van mijn bed. Teiltje op schoot en maar mikken, elk kwartier, tussen de oorverdovende oprispingen door. Om van de in uiteenlopende richtingen jubelende tenen maar te zwijgen. Die duwde ik telkens wel terug tegen de deur van het nachtkastje, maar eigenlijk meer gebouwd op schone schijn kraakte dat amechtig in zijn voegen. Zoveel tumult veroorzaakt dit virus, dat zelfs A. er na de nodige bedenktijd voor uit haar slaapkamer kwam, het spektakel in ogenschouw nam en de slappe lach kreeg. Ze beschikt nou eenmaal niet over zo’n heel gevarieerd palet aan reactiemogelijkheden. Een kwestie van eenvoudige komaf, waar verder niemand iets aan kan doen. Nochtans deelde ik haar op afgemeten toon mee dat ik doodging. Ze verstond het niet goed en hikte een vraagteken. Ik informeerde of een en ander haar een gepast soort gedrag leek aan iemands sterfbed. Daarop zeek zij in haar pyamabroek. The one with the little kittens. Net die avond schoon aangedaan. Zondag, hè? Nieuwe week, nieuwe pyama. Ja, en dan vergaat het lachen je wel. Er is, ik heb er al eens op gewezen, wel degelijk zoiets als hemelse gerechtigheid, alleen je weet nooit wanneer je erop mag rekenen en wanneer niet. Nu blijkbaar wel. De gewraakte attitude maakte plaats voor gelamenteer, gestommel in de badkamer en gesla met kastdeuren. Jij ook altijd met je bejaarden!

Het bleef nog lang onrustig in het kleine huis op de prairie.

Na een dag of drie, vier was ik weer boven Jan.
Nog wat rillerig misschien, maar niet meer suicidaal.

Het besmettingsgevaar via hand of adem was toen ook geweken.
Alleen met poep gooien mag je pas drie weken later weer.
Maar dat is te doen, hè?