Drei kleine klöterchen

We hebben voor dit zomerseizoen een paar korte vakanties gepland. Vorige week was de eerste, in Unkel, aan de Rijn, een eindje onder Bonn. C. regelt altijd onze vakanties en ze had een plaatsje uitgezocht met veel groen in de omgeving, want het was de bedoeling dat we gingen wandelen. We hebben het een beetje gehad met de vliegreizen. Daar waren we al niet dol op, en als je dan een paar keer de stagnaties met gestrande reizigers op Schiphol op het journaal hebt gezien (stakingen, stroomstoringen, bommeldingen) dan komt er een moment dat je voorgoed bent genezen van je wens om in een vliegtuig te stappen.

Wij dus met de trein naar Unkel. Het is een klein plaatsje met een schattig centrumpje en een heuse koffieshop: Das Krönchen. Zeer geschikt om eens rustig te blowen!

Unkel is het plaatsje waar Willy Brandt de laatste 13 jaren van zijn leven heeft doorgebracht, hoorden wij van een ober. Op een aantal plaatsen in het dorp werd de herinnering aan de beroemde bondskanselier dan ook levend gehouden. Voor het stadhuis staat zijn standbeeld, er is een ontmoetingscentrum dat zijn naam draagt, en foto’s van hem waren overal te zien. Unkel is ook erg geschikt om je laatste jaren te slijten. Het plaatsje is keurig aangeharkt, net als veel plaatsen in Duitsland, en het is er heel rustig. Je hoort het water van de Rijn naar Nederland stromen, en verder gebeurt er niets. Je bent praktisch al levend begraven, je hoeft alleen nog maar dood te gaan.

Wij hadden in het hotel een kamer met terras met uitzicht op de Rijn, en zo konden we een bloeiende bedrijfstak, de binnenscheepvaart, aan het werk zien. Enorme schepen, de helft uit Nederland, met enorme ladingen, heen en terug. Toen ik dat scheepvaartverkeer zat te bekijken, moest ik een paar keer terugdenken aan een waarneming die een klasgenoot ooit met mij deelde: als je een spijker in het water gooit, zinkt die meteen naar de bodem, maar een groot zwaar beladen schip blijft drijven; snap jij dat nou? We hebben daar indertijd vast een verklaring voor gekregen in de natuurkundeles, maar nu kan ik het ook niet meer uitleggen. Het is een wonder, denk ik.

De eerste avond van ons verblijf in Unkel aten wij in het restaurant van het hotel. Wat we op onze andere vakanties meestal doen is in de volgende dagen zoeken naar restaurants in de omgeving om daar het avondeten eens te proberen. De beste manier om een streek te leren kennen is aan tafel, zeg ik altijd. Deze keer niet. Het eten in het Unkelse restaurant was zo onwaarschijnlijk lekker, dat we daar de hele week hebben gegeten. Wij dronken er rode wijn bij, waarvan de ober beweerde, dat het de favoriete wijn van Willy Brandt was. Het was ook erg goede wijn, een reden temeer om je laatste jaren te slijten in de buurt van dat restaurant. Ik ben in vier dagen twee kilo aangekomen. Elke dag nam ik hetzelfde toetje: vanille-ijs overgoten met overdreven veel warme chocoladesaus. Of er een engeltje over je tong piest!

Het plan was om in de bossen in de omgeving te wandelen, maar in feite hebben we bijna alleen maar langs de Rijn gelopen. Dat alleen al was prachting, de vakantie was te kort om nog aan andere wandelingen toe te komen. Eén keer kwam het wandelpad uit in de buitenwijk van een dorp, en zagen we in de verte drie kleine kinderen aan de rand van het pad, voor de tuin van hun woonhuis, naar ons kijken. Toen we hun richting op liepen, werden we toegesproken. Ze hadden ons blijkbaar opgewacht. Ik denk dat ze 4, 3 en 2 jaar oud waren, de oudste een meisje, en twee jongere broertjes. Toen we dichterbij kwamen, vroeg het meisje of we iets wilden kopen. Wat dan, vroeg ik, waarop de oudste jongen met de nodige moeite een best wel grote doos optilde die achter hem stond. In de doos lagen stukken steen met alle dezelfde rode kleur. Het eerste wat bij mij opwelde was teleurstelling. Louter economisch bekeken kon dit nooit een succesvolle transactie worden. Wat kost dat, vroeg ik? 10 cent, zei het meisje, daarvoor mag je er één uitzoeken. Dus pakte ik een steen en legde het gevraagde bedrag in het uitgestoken handje. Want je moet niet alles in het leven financieel-economisch benaderen.

O ja, vergeet niet dat 1 mei een feestdag is in Duitsland, net als in de meeste andere landen. Andere mensen weten dat wel, ik niet. Ik ga op dinsdag 1 mei met lunchtijd rustig door een duits dorp dwalen op zoek naar iets lekkers, tot het langzaam maar zeker tot mij door begint te dringen dat al die gesloten restaurants, café’s, terrasjes en supermarkten geen toeval kunnen zijn. Een klein oosters restaurantje was echter wel geopend, en toen ik daar vroeg waarom alles dicht was, antwoordde de Aziatische dame verbaasd dat het 1 mei was. Je zag haar denken: aan welke dommerik moet dát nog uitgelegd worden. We moesten dus kiezen: tjaptjoy met kip en een biertje, of doodgaan van de honger. Dat laatste hebben we toch maar niet gedaan.

De laatste dag, ’s ochtends aan het ontbijt, zagen we de grote boot van de Zonnebloem voorbij komen, richting Nederland. Dat riep meteen herinneringen op aan de zes jaren dat ik bij die organisatie vrijwilliger ben geweest. Wellicht dat ik daar in een volgende blog wat meer over vertel. Wellicht, want eigenlijk is het een droevig verhaal . . . .

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.