Zo kan ik het ook

Vijfendertig jaren geleden kochten C. en ik in Haarlem, tijdens de Haarlemse stripdagen, een ingelijste tekening van Joost Swarte: De Spiegel. Het exemplaar is voorzien van een handtekening van de tekenaar zelf, en ik weet nog dat dat voor ons een extra reden was om de tekening aan te schaffen. Het schilderij (zo noem ik het nu toch maar) heeft jarenlang bij ons thuis aan de muur gehangen, totdat het verdrongen werd door de schilderijen van C., want die verdienen toch ook een plek in huis. Joost Swarte verdween van de woonkamer naar de slaapkamer, toen naar de zolder, en vervolgens naar de voorraad niet meer op te hangen schilderijen, want C. blijft maar doorschilderen. Voor belangstellenden meld ik nog maar eens, dat C.’s werk hier te bewonderen is.

Onlangs vond ik het schilderij terug in onze rommelkamer, en ik werd er opnieuw door getroffen. Rudy Kousbroek heeft De Spiegel ooit literatuur genoemd. Hij bedoelde het waarschijnlijk goed, want De Spiegel vertelt inderdaad een verhaal. Maar daarmee is het geen literatuur: één beeld zegt meer dan duizend woorden, dat is nou net de kracht van beelden.

Op de tekening zien we een man op de bank zitten en het gaat niet goed met hem, to say the least. Hij is verontrust, geëmotioneerd, hij zet grote ogen op, hij trekt zijn stropdas los, het zweet breekt hem uit, hij heeft zijn bierglas omgegooid. Wat is er aan de hand? Zijn vrouw (vriendin, meisje, verloofde) danst met een andere man, en dat is nog tot daar aan toe, maar het gaat er heftig aan toe op de dansvloer. Geen sierlijke bewegingen of galante omgangsvormen, eerder een worsteling met de dame in een houdgreep. Dat is toch om van uit je vel te springen!

Wat ik briljant vind aan de tekening is dat het tafereeltje op de dansvloer en de reactie van de man die toekijkt in één beeld zijn gevangen door de spiegel. Wat de zittende man vóór zich ziet, zien wij achter hem in de spiegel. Een vondst. Ook biedt deze tekening iets dat veel terugkeert in het werk van Joost Swarte: ruimte. Zo op het eerste gezicht is de actie ongelijk verdeeld over de afbeelding: alles speelt zich af in de onderste helft. Maar die ruimte is juist bedoeld om de actie meer accent te geven, als ik de tekenaar goed interpreteer tenminste.

Ik heb De Spiegel in zijn geheel nagetekend, met behulp van een computerprogramma. Dat programma maakt afbeeldingen die zijn opgebouwd uit vectoren, dus niet uit pixels. Dat betekent onder meer, dat je er een grote precisie mee kunt bereiken. Dat natekenen doe ik om een paar redenen. Ik ben er ooit mee begonnen omdat ik het programma wilde leren toepassen. In tussen kan ik dat nu heel aardig, en ik merkte, dat het daarnaast een goede manier is om te leren tekenen: je komt meer aan de weet over hoe de meester het doet als je hem nadoet. Zo heeft De Spiegel veel diepte. Dat komt o.a. doordat de tekenaar het perspectief consequent heeft toegepast: als je de lijnen die over de breedte van de tekening lopen zou doortrekken, komen ze alle op één punt uit. En de mensen die we in de spiegel zien, zijn wat kleiner getekend dan de man op de voorgrond: ook dat creëert diepte. Kunst is deels ook techniek natuurlijk.

Maar eigenlijk, eigenlijk denk ik dat ik de tekening heb verbeterd door hem op de computer na te tekenen. Een door een tekenaar getekende lijn heeft altijd wel kleine oneffenheden, veroorzaakt door pen, potlood, papier, of door de tekenaar. Het gebruik van een computerprogramma haalt die kleine oneffenheden weg. Een computer heeft geen last van die fysieke berkingen. De nagetekende tekening ziet er dan ook beter uit dan het origineel. 

Ik snap heel goed dat dit een aanvechtbare stelling is. De tekening was al goed, en beroemd, daar hoeft dus niets meer aan toegevoegd te worden. En als je een ambachtelijk gemaakte tekening digitaal maakt, wordt hij alleen maar lelijker, de human touch verdwijnt. Maar daar is wel wat tegenin te brengen. De Spiegel is gemaakt toen PC’s nog geen gemeengoed waren. Ik kan mij voorstellen dat met nieuwe, d.w.z digitale technieken ook kunst kan worden gemaakt. De beroemde schilder David Hockney heeft schilderijen op een iPad gemaakt. Ik zou weleens willen weten of De Spiegel ook op een computer gemaakt had kunnen worden. Ik heb hem nagetekend, dat is natuurlijk geen kunst, je zou het hooguit een kunstje kunnen noemen. Maar computerprogramma’s bieden zoveel mogelijkheden, daar zou toch meer kunst uit moeten kunnen komen? Tekeningen zoals Joost Swarte die maakt zouden er, mits digitaal ontworpen, nog beter uitzien dan ze nu al doen. Ik ga dit eens uitzoeken. Wellicht later meer hierover.

Hier is alvast de nagetekende versie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.