Goed nieuws, slecht nieuws

Even heb ik vorige week op het punt gestaan mijn lidmaatschap van Amnesty op te zeggen, omdat ze tegen het boerkaverbod ageerden. Maar ik hield mezelf voor dat ze zoveel andere dingen wel goed doen en ik ben al zo lang lid, dan krijg je op het laatst toch iets van right or wrong my country. De doorslag echter gaf diezelfde week een tv-documentaire over de talloze ‘zelfverbrandingen’ van vrouwen in Afghanistan. Je weet dat het een cultureel gebruik is in zo’n land. Moet je respect voor hebben. Je weet dat, vanwege de corruptie binnen het misogyne rechtssysteem, de daders er altijd mee wegkomen. Moet je ook respect voor hebben.  ’s Lands wijs, ’s lands eer. Niettemin was ook deze documentaire weer zeer aangrijpend. De arts van een ziekenhuis wilde niet dat er binnen gefilmd werd, althans de mannelijke patiënten mocht wel, maar de vrouwen niet, want dan zou hij diezelfde avond reeds op onverklaarbare wijze de dood vinden. Op de vrouwenafdeling lag het vol verbrande of anderszins gemaltraiteerde vrouwen, die, in ieder geval tot op dat moment, nog in leven waren. Dus zocht de journaliste een andere mogelijkheid en filmde ergens privé zo’n jonge vrouw, bij wie het ‘ongeval’ al enige tijd geleden had plaatsgevonden. Deze vrouw was op haar zesde uitgehuwelijkt en op haar elfde door haar echtgenoot in huis genomen. Ze werd zwanger en beviel van een meisje. Niet leuk natuurlijk, een meisje. Dus begonnen de echtgenoot en diens vader haar te mishandelen. Toen de baby zes maanden oud was, overgoot de vader zijn schoondochter met benzine en stak haar in brand. Haar echtgenoot kwam er ook bij staan. Ze smeekte hem water over haar heen te gooien. Hij lachte slechts. Ze kon vluchten, maar is wel haar dochter kwijt. Die krijgt ze ook niet meer terug, want die willen ze houden. Waarom? Ze denkt voor privégebruik. Ze is bang, de culturele gewoontes indachtig, dat het kind mishandeld wordt. Dit alles vertelt ze volledig gesluierd. Alleen haar zwaar verminkte handen en armen mogen we kort even zien. Haar gezicht is niet toonbaar meer.
Kijk, dan snap ik een boerka ineens weer wel. 
Dan moet het kunnen, hè? 
Had Amnesty toch gelijk!

Tot zover het goede nieuws.
Nu het andere.

‘Ik moet even weg’, zei A., ‘doe jij open als de bel gaat?’
‘Kan niet, zit bloot in de badkamer!’
‘Dan doe je gauw een badjas aan.’
‘Die heb ik hier niet!’
‘Toch ga ik nou weg, arrivederci.’

Dus daar zat ik, bloot in de badkamer, omdat dat de enige of in ieder geval de beste of laten we zeggen de minst frustrerende, dus om kort te gaan de meest acceptabele manier blijft om een mango te consumeren. Een hele mango heb ik het dan over, zoëen die je met een mesje soldaat moet zien te maken op de rand van het bad. En toen ging de bel. De aircoman wist ik, want wij hebben genoeg van geen airco in huis met die klimaattoestanden. Bijgevolg glipt de mango mij uit de vingers bonke bonke bonk het bad in, ik verslik mij in het stuk in mijn mond, glij de mango achterna, stoot mijn kop aan de kraan en zie onderweg alleen een handdoek bij de wastafel. Dus ik wurm mij op de mij eigen lenige wijze het bad weer uit, hol de gang door, gil naar de voordeur dat ik eraan kom, rep mij naar boven, schiet een badjas aan en open zo majestueus mogelijk de voordeur. Jehova’s. Natuurlijk, waarom niet? Hun imago maakt een nieuwe glansperiode door, dus komen ze weer wat vaker zomaar even langs. Hebt u het al gehoord, Jezus is helemaal terug! Nee hoor Fons, het was Post-NL met Serotonine voor mij (het boek, niet de film). Maar waar ik eigenlijk heen wil is dat verslikken in een mango op de badrand feitelijk niet zo erg is, dan zit je wel overal onder de kleverige troep, maar dan ga je na de ontvangst van je pakketje gewoon alsnog met water en al in bad, geen probleem, ik zie het probleem niet. Wel problematisch daarentegen is je verslikken tijdens het zwemmen in de Berendonck, onze locale recreatieplas, dan is het echt soms kantje boord. Zo verstierf ik gistermiddag bijna onverhoeds, toen mij tijdens een verder alleszins rustige crawlslag – ogen dicht, hoofd onder water, adem halen tussen afwisselend acht en twee slagen in – weer die recente cartoon van Gummbah tebinnenschoot. Om Gummbah moet ik vaak te erg lachen, vooral als hij als basis een bestaande striptekening gebruikt en slechts de dialoog vervangt. Ik kan er onder water zelden gewoon om glimlachen, laat staan alleen instemmend knikken, nee, het overvalt me rauwelijks en soms verdrink ik dan nagenoeg. Eraan over houdt men ruis in de longen en een etmaal kriebelhoest. Intussen gaat het wel weer gelukkig. Kijk, dit was hem:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.