Geuren en kleuren

 “Maar eerst moest ik schone sokken zien te versieren. Die van gisteren wou ik niet weer aan en die voor vandaag lagen thuis naar Dobbelman te geuren. Ik waste ze wel met Dreft, maar als ik ze van de lijn haalde roken ze alweer naar Dobbelman. In Nijmegen ruikt alles naar Dobbelman, vooral bij windstil weer.

Toen ik deze tekst schreef woonde ik in de Prof. Van Ginnekenstraat, vlakbij de toenmalige Mensa, op een kamer boven bij een hospita. Op die kamer, eigenlijk een slaapkamer, had ik een wasbak en daar waste ik wel eens wat in, een bloesje, sokken, onderbroeken. Die hing ik dan om te drogen uit het raam aan een stok, gesteund tussen de spijlen van een stoelleuning. Dat werd oogluikend toegestaan. Alleen de onderbroeken mochten al gauw niet meer, het was wel een nètte buurt. De rest geurde bij het binnenhalen naar Tata Dobbelman. Inderdaad ook als de boel in Dreft gewassen was. Maar eigenlijk was dat wel lekker. Niet zo heerlijk als de geuren die tot 1972 de fabriek van Van Dungen Chocola op de Groenestraat verspreidde, niet zo eetlustopwekkend ook als de bouillon-, vermicelli- en Brintageuren van het Honigcomplex aan de Waalbanddijk, maar toch heel wat beter dan die Hoogovens in het Westen. Waarschijnlijk verspreidde Dobbelman ook wel fijnstof door de wijk Bottendaal en verder, maar het waren de jaren van de Club van Rome en die had het nog vooral, naast hier en daar wat zure regen, over de eindigheid van onze grondstoffen.

En voor de rest staat dit citaat eigenlijk nogal los van de inhoud van Paso Doble, de roman waaruit het komt, maar voor de stijl van dat boek is het wel kenmerkend. U kunt het eventueel gratis digitaal lezen via Doewina.nl…

Hoe dan ook ben ik vereerd met deze inscriptie en ik dank Monique de Koning en de werkgroep Literaire Bakens Nijmegen voor dit mooie gebaar.”

Tot zover mijn bijdrage in het klimaatdebat. Ik ga de tekst opzeggen als straks, ergens in april, een literair baken in Nijmegen bij de voormalige Dobbelmanfabriek aldaar wordt onthuld, met dit citaat als inscriptie in de gedenkzuil.

Of zal ik nog iets meer zeggen? Dat de Club van Rome wel degelijk voor alle ellende op milieugebied die ons nu ‘overvalt’ gewaarschuwd heeft? Dat alleen al haar prognoses ons de adem aanvankelijk benamen, hoewel ze veel minder ver gingen dan ze nu in werkelijkheid uitpakken? Maar dat het neoliberalisme en daarmee de absolute heiligverklaring van het vrije-marktprincipe eraan kwam en de meest vervuilende bedrijven, ondanks hun lippendienst aan het Rapport, vrolijk een extra dot gas gaven aan hun CO2- en stikstofuitstoot? Dat varkensteelt en vleesverwerkende industrie er nog een schepje bovenop deden, alles ten behoeve van de niet meer voor rede vatbare economische groei? Dat het dit economische systeem is, lieve mensen van het literaire baken, dat aan de basis ligt van alle milieuproblematiek, die wij nu als individu worden geacht op te lossen met zonnepanelen en een wamtepomp.

Maar niet doen, hè? Het moet wel gezellig blijven, daar bij die zuil. Bovendien zorgt dat Moskouse Napoleoncomplex nou in zijn eentje voor alle ballen op groen in het Westen.

Rest mij alleen nog te vermelden dat ik hier bij de locale verkiezingen op Groen Links wilde gaan stemmen. De PvdA had namelijk een speerpunt gemaakt van het afschaffen van de hondenbelasting. Weliswaar alleen voor de minima, maar toch. Grauwer heb ik de rooie erwten nooit gegeten, Fons. De goorste, smerigste milieuvervuilers van al, de in alle windrichtingen meurende hondenpoepmachines, wil mijn partij nu matsen. En waarom? Omdat iedereen in coronatijd een hond heeft aangeschaft, daarom. Niks principes: zieltjes winnen. Als het niet links-om wil, dan maar rechts-om. Dus wij de komende zomer weer telkens naar binnen vluchten, omdat zitten in de tuin met al die belastingvrij dampende PvdA-poep niet meer mogelijk is.

Maar toen heb ik toch weer PvdA gestemd.
Het zijn wel minima, hè…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.