Laatste wil

Sorry Fons, ik was in de afhandeling van jouw tobberijen dat hele testament vergeten. Testamenten vormen inderdaad een weerzinwekkende uitdaging. En omdat ze zoveel onbehagen wekken, laat men ze maar al te graag voor wat ze zijn: dingen die andere mensen op tijd correct regelen. Veel van die andere mensen denken trouwens: komt tijd, komt raad, we hebben kinderen, die zorgen overal wel voor.

Zelf heb ik al heel lang geleden een testament opgesteld, dat intussen zo oud is dat één begunstigde organisatie, in de categorie van het dierenwelzijn, al niet meer bestaat. De andere is Amnesty International. Naar die twee gaat de ene helft van mijn nalatenschap. De andere verdeel ik over mijn beide neven, die ik haast nooit zie, hun kinderen zou ik zo een, twee, drie niet eens herkennen, maar toch denk ik dat het goed is zo, hoewel hun slappe was niets te wensen overlaat en de mijne nog geen leertje in kan vetten. Dus valt er ook weinig te verdelen van mijn kant, wat op zich al een hele zorg minder is. En dan was er nog iets over dat alles in eerste instantie naar A. gaat, ik ben de finesses een beetje kwijt.

Wat ik trouwens ook wel heb gedaan, is een levenstestament opstellen, met daarin als vertrouwenspersoon eerst A, dan mijn broer en na diens overlijden de oudste van mijn beide neven, die desgevraagd antwoordde: ‘Het is mij een eer (geloof ik)’. Ik wil maar zeggen: heb je nog geen levenstestament, maak dat dan. Het is een minder hels karwei dan je denkt. Je hebt standaardvoorbeelden, die je stap voor stap vrij eenvoudig door de hete brij leiden. Maar je weet dit zelf allemaal allang vermoedelijk.

Zo wordt jullie eigen gouden neef dan degene die na de laatst overledene de boel verder afwikkelt. Of gaan jullie tegelijk heen? Dat kan ook, hè? Je ziet het soms in overlijdensadvertenties, samen dat zelfgekozen einde. Wij zijn het hier nog niet over eens. Je kunt wel zeggen: als we de 85 halen, stappen we er allebei uit, maar wat als er op dat moment één toch liever nog naar de 90 wil? Hè? Dan lig ik daar weer solo te simmen in dat praalgraf.

Tot zover onze laatste wil. Over onze eerste wil en het illusoire karakter ervan voer ik momenteel een discussie met de filosoof die een toespraak hield bij de onthulling van mijn inscriptie onder de Dobbelmanschoorsteen onlangs. Het is een dialectische discussie, met veel Lessing, Kant en Fukuyama, die steeds opnieuw een voorlopige synthese vindt in mijn gelijk. Op dit moment is hij nog aan het opkrabbelen van mijn meest recente zet, een analyse van Wim Helsens huidige theatershow met als motto ‘schuld bestaat niet’…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.