Vakantieblog deel 3

Laat ik beginnen met wat ik in vakantieblog 2 nog was vergeten: ons bezoek aan een hunebed. Ik herinner mij dat ik in een vorige vakantie in Drenthe naar hunebedden heb gezocht, maar niet gevonden Deze keer heb ik er niet naar gezocht, niet eens aan gedacht, maar wel gevonden. Ze stonden gewoon vlak naast het fietspad. Uiteraard stond er een schoolreisje naast, met een juf om uitleg te geven. Mij is indertijd verteld, dat de toenmalige inwoners van Dwingeloo daar hun doden in legden. Een hunebed heeft voor mij sindsdien altijd iets sinisters gehad. Maar toen ik dat ding daar zo zag staan, in de felle zon, had het niets geheimzinnigs of spookachtigs meer. Het zag er eerder uit als een hoop losse stenen die dringend eens opgeruimd moesten worden.

Hunebed

En toen nog naar Meppel, gewoon omdat we daar nog nooit geweest waren. Typisch Hollands plaatsje. Twee molens, een gracht met boten, een kerk. Wat moet je er verder nog van zeggen. Dertien in een dozijn.

Bruisend Meppel

Ons derde verblijf, waar deze blog eigenlijk over gaat, was door C. georganiseerd om haar verjaardag te vieren. En ik mocht mee. Op de eerste dag maakten wij een zwerftocht door Zwolle, omdat we het nu eens goed wilden bekijken. Prachtig stadje. Veel historisch stedenschoon en monumentale panden.

Van Nahuysfontein en Sassenpoort, Zwolle

En ook nog even naar de Fundatie natuurlijk, als je toch in Zwolle bent. Er was een expositie van werk van Marte Röling. Dat bleek een afknapper. Eén zaal met enkele minder geslaagde werken. Mocht je met de gedachte spelen die expositie te bezoeken: niet doen. Ga een goed boek lezen of zo.

En toen het hoogtepunt van deze driedaagse reis: een bezoek aan Elburg. Het is een oude hanzestad (net als Zwolle) en het ligt aan de kust van wat vroeger de Zuiderzee was. Het is goed bewaard gebleven, alles zier er oud uit.

Elburg
De Vischpoort, Elburg

Zo’n oud stadje heeft uiteraard een museum. Opdat we niet vergeten hoe alles vroeger was.

Ouwe meuk in Elburg

Goede raad is helemaal niet duur, niet in Elburg. Het emmertje was leeg toen wij arriveerden, maar ach, echte problemen hadden we ook niet.

Goede raad in Elburg

C. had af en toe moeite met het Elburgse dialect, wat natuurlijk heel begrijpelijk is. Aan de kade bij de haven hing een bordje met opschrift. “Wat staat daar?” vroeg zij. Ik legde het geduldig uit. “O nee hè” riep zij uit. En toen: “Je gaat dit toch niet verder vertellen hè?” Ik: “Natuurlijk niet , lieverd”. Over bloggen had ze het niet . . .

erbo en te wemme

Deze keer niet zo veel tekst Linie, dus de gaten maar opgevuld met foto’s. Nog eentje om het af te leren.

Vakantieblog deel 2

C. wilde graag naar museum Het Schip in Amsterdam. Ik dacht dat dat over scheepvaart ging. Stuurwielen en zeemansknopen, dodelijk saai. Ik zocht al naar uitvluchten om niet mee te hoeven. Hoe kon ik mij zo vergissen! Het museum gaat over architectuur van de Amsterdamse School. Het ontleent zijn naam aan zijn vorm. Het staat ook in een wijk waar de woningen van die school gebouwd zijn.

De Amsterdamse School was een soort rebellenclub van architecten, aan het begin van de vorige eeuw, die de architectuur wilden vernieuwen. Niet de zakelijke en sobere benadering van Berlage, maar meer expressieve kleuren en materialen en meer versieringen.

De Amsterdamse School was niet alleen een architectuur- maar ook een kunststroming. De opvatting was dat kunst niet alleen voor de elite, maar voor de hele samenleving was bestemd. Daar is in het museum het nodige van te zien. Mijn oog viel op een poster met daarop een ode aan De Proletarische Vrouw. Dat was een tijdschrift uit die tijd en bij het 25-jarig bestaan daarvan maakte Margot Vos een lofdicht, niet op het tijdschrift, maar op de proletarische vrouw.

Linksonder op de poster staat de naam van Fré Cohen, die de poster heeft ontworpen. Zij was grafisch ontwerper in een tijd dat dat beroep alleen door mannen werd uitgeoefend. Zij was erg goed in haar vak, wat ik ervan gezien heb. In 1943 is zij omgekomen in een concentratiekamp.

Fré Cohen (1903 – 1943)

Natuurlijk was ook werk van Albert Hahn te zien. Stemt rood! Nog steeds een actuele oproep.

Nu ik het daar toch over heb: veel, om niet te zeggen bijna alles, wat je schreef over hoe politieke partijen omgaan met het dierenwelzijn kan ik wel onderschrijven. Maar je zegt het: ik leg de nadruk op iets anders. Vroeger bestond de PvdD niet eens, nu wel. Kunnen we dat een soort emancipatie noemen?

Ondertussen zijn we ook in Dwingeloo geweest. “Gaan jullie Dwingeloo op de kaart zetten?” vroeg mijn zus verbaasd toen ik haar onze vakantieplannen vertelde. Alsof dat iets onvoorstelbaars was. Ik haal dan altijd dat beroemde gezegde aan: “Je moet er geweest zijn om erover te kunnen oordelen”. Ik geloof niet dat dat speciaal op Dwingeloo sloeg, maar het bleek ook hier te kloppen. Dwingeloo is een geinig dorpje, redelijk fotogeniek, met relatief veel eetgelegenheden. Maar het succes van ons verblijf daar kwam vooral door de fietstochten die we in de omgeving hebben gemaakt. Het is een oorverdovend mooi landschap. Wij hadden geen elektrische fietsen, die waren ’s ochtends altijd als eerste uitverhuurd, maar het rijgenot was er niet minder om. Wij, C. en ik, wij kennen mensen die hun elektrische fietsen op de auto laden, ermee van Wijchen naar Diepenheim rijden, daar op de elektrische fiets stappen zonder de batterij aan te brengen. Werkelijk! Als je dat ziet geloof je je oren niet . . . .

Vakantieblog deel 1

Eerst maar even technisch. Ik zal het je zo duidelijk mogelijk uitleggen: ik heb geen idee waarom er op 17 mei ineens 57 bezoekers onze blogsite hebben bezocht. Maar ik geef toe dat ik nog geen enkele moeite heb gedaan om dat uit te zoeken. Weet je wat? Ik kom er nog op terug.

Waarom zou het dierenwelzijn het eerste en belangrijkste principe van GL en PvdA moeten zijn? Het is slechts een beperkt onderdeel van een veel grotere wantoestand. Iedereen is tegen dierenleed, daar kun je politiek geen winst mee behalen. Dierenleed bestrijden is symptoombestrijding. Je moet de zaken fundamenteel, radicaal en in samenhang aanpakken. Met het dierenwelzijn komt het dan ook goed. De PvdD is mij te dogmatisch. Weg met de bio-industrie, dat is het, meer niet. Blijf toch lekker bij ons.

“Ik zou liever horen bij de mensen die makkelijk leven en overal schouderophalend aan voorbijgaan”. Ik denk dat ik je begrijp. Je bent inderdaad beter af als je rust in je leven kunt vinden. Maar voor mij betekent dat niet dat je overal schouderophalend aan voorbij gaat. Allerlei aspecten aan de samenleving zijn onrustbarend of onrechtvaardig, je hoeft daar je ogen niet voor te sluiten, maar het moet ook geen vat op je krijgen. Dat moet je niet toelaten. Dat moet je niet willen.

En ik begeef mij niet in discussies over de vrije wil. Dat wil ik niet.

Ondertussen vergeten C. en ik natuurlijk niet allerlei delen van ons land te bezoeken, om uit te zoeken wat ze daar allemaal uitspoken, en ook omdat het vakantie is. Wij waren al eens in Zutphen geweest, en omdat dat er aardig uitzag had C. bedacht dat we daar maar eens een vakantie moesten doorbrengen. Dus wij op weg, en in Arnhem een tussenstop gemaakt om te lunchen. Wij belandden in een lunchgelegenheid, met de pakkende naam “Broodje Tip Top”. Ik zweer je dat ik dit niet verzin, ga zelf maar kijken. De tent werd gerund door twee uitsmijters, althans zo zagen zij er uit. En wat ik dan zo prettig vind is dat als je een broodje zalm bestelt dat je dan precies dat krijgt: een broodje met zalm. En niet voorzien van slablaadjes, rucola, uienringen, augurken, olijven en sauzen, die de zalm aan het oog en aan de smaakpapillen onttrekken. Mensen doen zelden wat je vraagt. Toen ik digitaal ging afrekenen bij één van de uitsmijters zei hij tegen mij, nadat de mobiele apparaten hun werk hadden gedaan, met een olijke grijns op zijn hoofd: “Rien ne va plus, dit geld is niet meer van u”. Een beleefde uitsmijter, die maak je toch niet vaak mee.

Toen wij de reis wilden voortzetten, deelde de NS ons mee, dat er voorlopig geen treinen naar Zutphen gingen. Dat gaf ons de kans om een bezoek aan het gemeentemuseum Arnhem in te lassen, iets dat toch al op ons lijstje stond. Het museum is een aantal jaren geleden gerenoveerd, en ik moet zeggen: het is een mooi gebouw geworden met een fraaie tuin erachter. De meeste werken in het museum had ik al eens gezien.

Pyke Koch: Vrouwen in de straat

Later op de dag toch nog Zutphen bereikt, en intrek genomen in ons favoriete hotel, tegenover de Walburgiskerk. We hebben de stad nu eens grondig bekeken en het was voor mij een openbaring. Stadswandeling, fluisterboottocht, terrasjes, dineetjes, mooi weer, bibliotheek in een voormalige kerk, monumentale gebouwen en fraaie stadsgezichten.

In de fluisterboot

Als je toch in Zutphen bent, moet je natuurlijk ook museum More even bezoeken. Dat hebben we dus gedaan. Daar zagen wij een overzicht van het werk van Anya Janssen met de titel “Earthlings”. Dat ziet er ongeveer zo uit.

Werk van Anya Janssen

In de Walburgiskerk is in 1564 de Librije aangebracht, een soort bibliotheek, waar alle boeken aan de ketting liggen. Heel bijzonder wel, had ik nog nooit in het echt gezien. Alle boeken zijn dik en zwaar. Ook de eerste druk van het beroemde boek van Copernicus ligt daar, schijnt het. Een leuk kijkje in de zestiende eeuw.

Librije in de Walburgiskerk Zutphen

Wij zijn nog lang niet klaar met onze vakantie. Er komt nog meer.

Je bent wat je eet

Laat ik je allereerst danken voor je vrolijke, opwekkende en geestige blog van de vorige keer. Een feest der herkenning ook. Ook ik onthoud dingen die ik net zo lief had willen vergeten, terwijl allerlei zaken die ertoe doen inmiddels zijn weggevlogen en nu in een baan om de aarde circelen, onbereikbaar voor mijn gezonde verstand. Wat doe je er aan? Precies. Dat zeg ik.

Net als jij heb ik mij flink gestoord aan de heisa over de sms’jes van Rutte. Het is wijd en zijd bekend dat ik geen Ruttefan ben, maar het gezeur in de media over zijn berichtjes vond ik ergerlijk. Heeft de Kamer niks beters te doen? De Kamer vertrouwt Rutte voor geen cent, en Rutte begint nu ook terug te katten. Een prima basis voor een krachtdadig landsbestuur.

Dat zeg jij nou, dat jouw PvdA en mijn GL gaan fuseren, maar ik denk dat het zo’n vaart niet loopt, let op mijn woorden. Ik sluit niet uit dat het gebeurt, ik ben ook niet tegen, maar je moet het niet forceren. Dat er op allerlei fronten wordt samengewerkt, kan ik alleen maar toejuichen, maar bij een fusie komt meer kijken. Over een fusie moet meer en langer met de leden van beide partijen gesproken worden, het moet als het ware uit de leden voortkomen. Het komt nu nog teveel uit de top, de leden moeten er in hun eigen tempo naar toe groeien, en als dat niet gebeurt, moet er niet gefuseerd worden. Ik kreeg vorige week een email van “GroenLinksers Tegen Fusie”, een landelijke actiegroep die de leden oproept tegen te stemmen. Zij stellen, dat GL een heel ander systeem wil dat het ecosysteem niet belast en mensen niet uitbuit. De sociaal-democraten richten zich niet op systeemverandering, maar willen kansengelijkheid en leefomstandigheden van mensen verbeteren binnen het oude systeem, aldus die actiegroep. De landelijke GL-fractie beweegt naar de PvdA toe en drijft af van haar kernwaarden, zeggen zij. Zelf heb ik collega’s horen zeggen dat ze bij GL zitten omdat ze links zijn, en ze vinden de PvdA niet links. Wij hebben daar dus niks te zoeken, vinden zij. Ik vind het allemaal te zwaar aangezet van de tegenstanders, maar het zal tijd gaan vergen, is mijn conclusie.

Om die tijd te doden hebben C. en ik afgelopen zondag met vrienden een leuke en gezellige dag doorgebracht. Op het programma stond onder andere een bezoek aan het museum in Lisse. Het is een mooi gebouw in een prachtig park, en het is in zijn geheel gewijd aan eten en drinken. Het heeft mijn verwachtingen overtroffen. Ik heb veel originele maaksels gezien. Er waren nergens aanduidingen te zien wie de maker was of wat het voorstelde. De gedachte was dat je zelf maar moest ervaren en voelen, zonder je te laten leiden door informatie. Goede gedachte vond ik dat wel. Ik voeg wat foto’s toe om je een indruk te geven.

Bonbondoos op de grond
Man van suikerklontjes
Schilderij van Co Westerik
Overvolle eettafel

Ik wil de volgende keer alles over je aanstaande congres horen. Waar gaat dat over? Ja, over cultuur, dat snap ik, maar wordt het thema wellicht nog iets meer afgebakend?

Zlata

Hoewel ik wist dat ik met mijn getob altijd bij jou terecht kan, is het toch geruststellend het nog weer eens te mogen vernemen. En je hebt je ingespannen al mijn tobberijen met wijze raad tegemoet te treden. Veel dank daarvoor. Het lost niks op, maar het helpt wel.

Nog even over de laatste wil: ook wij hebben een levenstestament laten opstellen, tegelijk met de testamenten. Dat is dus geregeld. En tegelijk er uit stappen, daar hebben we nog geen seconde bij stil gestaan. Wij vinden het leuker onze vakantie te regelen. We gaan in ieder geval naar Drente en wellicht ook naar Parijs, en verder nog naar wat er verder nog bij ons opkomt.

Ik had het je blijkbaar nog niet verteld, maar alles wat ik publiceer staat op een aparte website: fonslemmens.nl/publicaties. Dat moet op een computerscherm goed te volgen zijn, lijkt mij zo. De website evenaart de over-en-weer-site in helderheid, duidelijkheid, schoonheid en leerzaamheid.

Natuurlijk hebben wij geen PSP! Hoe kom ik er bij?! Ook bij ons heet het gewoon SP. Oude gewoontes slijten niet, zo zie ik maar weer.

Wat die leesclub betreft had ik inderdaad eerder naar je moeten luisteren. Maar ik laat het er niet bij ztten, ik bedenk wel wat. Wat onze studiegenoot Gabriël van den Brink betreft, ik denk dat wij van zijn boek niet veel heel laten. Hij heeft een vooropgezet idee, en getroost zich erg veel moeite, een half boek lang, om dat idee te stutten met voorbeelden van anderen die het met hem eens zijn. Hij heeft Karl Popper nog nooit gelezen, denk ik.

En toen kreeg ik een app in de groepsapp van GroenLinksers bij ons in het dorp dat er vrijwilligers nodig waren om slaapplaatsen in te richten voor gevluchte Oekraïners. En er was haast bij, want de eersten zouden al over enkele dagen arriveren. Ik begreep dat (alle?) gemeenten in ons land een aantal te huisvesten Oekraïners toegewezen hebben gekregen, en wij moeten 67 gevluchte mensen onderbrengen. Vijftig daarvan worden ondergebracht in werkkamers en andere beschikbare ruimtes in ons gemeentehuis; de resterende 17 komen elders in het dorp terecht. Ik heb me meteen bij het gemeentehuis gemeld, je kent mij, ik help graag een handje, en een mens heeft niet elke dag zin in een blog schrijven . . .

Toen ik daar aankwam was er al veel bedrijvigheid, en ook een groot probleem. Er waren vijftig bedden gebracht, in lossen onderdelen, van ongelooflijk slechte kwaliteit. Ze waren van flinterdun materiaal gemaakt, vederlicht, je kon een los hoofdeinde makkelijk met één vinger optillen. Ik zag dat het materiaal her en der al flink beschadigd en gedeukt was, voordat de bedden in elkaar waren gezet. Ik was verbijsterd over het lef van de leverancier om zulke ongelooflijke rotzooi te leveren. Ik kreeg het idee, dat ze een lading die ze niet aan de straatstenen hadden weten te slijten dan maar voor vluchtelingen uit oorlogsgebied hadden bestemd. Maar goed, de gemeente nam er geen genoegen mee en had de leverancier opgedragen de hele zooi weer terug te nemen, en dat is ook gebeurd.

Nog diezelfde middag kwamen er bedden van Ikea. Dat waren houten bouwpakketten. Die hebben we eerst uitgeladen, en toen merkte ik dat ik een leeftijd had. Toen ik met een even oude vrijwilliger voorzichtig schuifelend een zware doos houtwerk naar binnen loodste, werden wij ingehaald door twee Ikea-knullen met ieder net zo’n doos op hun schouder. Vrolijk fluitend! Maar alla, je doet wat je kunt.

Nadat alles was uitgeladen en naar binnen gesjouwd dacht ik dat we het zwaarste werk wel gehad hadden. Hoe kon ik mij zo vergissen. Want alles moest natuurlijk in elkaar worden gezet. En dat moet je met zijn tweeën doen. Ik heb een middag en de daarop volgende ochtend met vier verschillende vrijwilligers samengewerkt. En samenwerken is niet mijn sterkste punt. De actie slaagt uiteindelijk, alles was op tijd klaar, en dat kwam vooral door inzet en doorzetten van de vrijwilligers. Maar van efficiency heb ik weinig gemerkt. Ik maak dat trouwens zelden mee bij vrijwilligers.

Vrijwilliger die Oekraïnse vluchtelingen helpt

Tijdens de pauze kregen wij koffie uit door de gemeente verstrekte mokken, die waren gedecoreerd met de afbeelding van een schilderijtje, dat is gemaakt door Zlata, een 12-jarig meisje uit Oekraïne, dat met haar familie in ons dorp woont. In de afbeelding zijn de nederlandse driekleur, de oekraïnse tweekleur en het wapen van ons dorp verwerkt. Heel creatief. De mokken werden gratis uitgedeeld, als dank voor de hulp. Een aardig gebaar.