Over Linie Plukker

https://nl.wikipedia.org/wiki/Megchel_Doewina

Draagvlak

Tjeenk Willink

Ik heb je Tjeenksamenvatting intussen gelezen, dank daarvoor. Je geeft een goede indruk van het boek, dat ik dan vermoedelijk toch alsnog zal bestellen, omdat er ongetwijfeld allerlei voorbeelden en uitweidingen in staan, die in zo’n samenvatting het loodje leggen. Mijn commentaar schuif ik nog even voor mij uit, met je goedvinden, al kan ik er al wel alvast dit over zeggen: wat wij nodig hebben, als ik Tjeenk en jou goed begrijp, is wat ik nu maar even gemakshalve in mijn eigen woorden zal omschrijven als een ‘Herrschaftsfreier Dialog Mündiger Menschen’. Ken je dat? Het is het ei van Columbus. Een absolute voorwaarde om een goed werkende democratie te krijgen. Wel is zo’n goed werkende democratie, zoals we wellicht al eens eerder constateerden, ook een absolute voorwaarde om die Dialog überhaupt op gang te brengen. Met andere woorden wij zitten in een Gordiaanse Spagaat. En dat blijft voorlopig zo, mark my words. Wie op onze leeftijd in een spagaat belandt, komt er niet meer uit. Het gaat Tjeenk en jou trouwens, onder ons gezegd en gezwegen, helemaal niet om zo’n dialoog, hè? Jullie willen de samenleving, toenemend bestaand uit losse zandkorrels, weer met water en cement tot zuilen aaneen kitten.
Maar hoe precies?
En waaruit bestaan ze, de nieuwe zuilen?

Existentieel probleem

Mijn eigen grote kwestie nochtans zijn elastiekjes. En dan met name omdat men mij die steeds afpakt. Leg ik bijvoorbeeld mijn broodzak plus elastiekje even zolang terwijl ik eet op tafel, grist daar ráts een of andere deplorable het elastiekje mee en draait het in één moeite door om zijn eigen opgerolde krant. Terwijl ik dus haast geen elastiekjes van mezelf heb en daar bijgevolg altijd heel zuinig mee ben. Koop dan een doos vol, zul je zeggen, die dingen kosten haast niks. Maar dat staat mij tegen Fons, omdat je elastiekjes in principe overal in het wild aantreft en die dan dus, dat blijkt wel, zonder meer mee kunt pakken. Dat is meteen de kern van mijn probleem: je kunt niet zeggen ‘hé, dat is mijn elastiekje’ of ‘geef mij onmiddellijk mijn elastiekje terug’. Dat kan gewoon niet met elastiek. Met een balpen wel. Dan vindt iedereen het de normaalste zaak van de wereld als je zegt ‘ho, hier daarmee, dat is mijn balpen’. Die raak ik derhalve ook nooit kwijt, balpennen. Sterker: daar krijg ik er steeds meer van. Joost mag weten waar ze vandaag komen, maar spreken van een tsunami is, behalve weinig origineel, niks overdreven. Mijn bureau hier thuis ligt er vol mee. Jassen, broeken, boodschappentas en zo voort, brillenhoes en rugzakje: ze puilen uit van de balpennen. Als ik ze zelf niet per abuis meeneem van een inspraakavond voor verontruste buurtbewoners, waarbij wij onze grieven tegen de geplande nieuwbouw op een formulier mogen spuien via één van de ernaast in een beker staande balpennen, dan stuurt de Stichting In Nood (Parkinson, Zeeleeuwen, Kind) wel een gulle envelop met foeilelijke ansichtkaarten plus een balpen annex het verzoek even iets aan ze over te maken, bijvoorbeeld 10, 25 of 40 euro, ze noemen maar iets, bij wijze van handig voorbeeld, maar dat doe ik dan nooit, terwijl ik die balpen wel hou. Dat zijn soms verdomd mooie balpennen, van die dikke met ribbeltjes, gericht op senioren met artrose in de vingers, want die maken meestal wel schuldbewust vanwege iets nog ergers dan artrose weer wat over, bij voorkeur via de meegestuurde acceptgiro en met behulp van de mooie, nieuwe balpen. Dus dat is het probleem niet. Elastiekjes, die zijn het probleem. Maar niet voor lang meer. Want mijn vriendin P. is wegens reorganisatie van haar bedrijf met collectief ontslag en heeft al plunderend met de rest van het collectief nu voor ons in de aanbieding: nietjes, plakband, perforators, kladblokken, tabbladen, paperclips, dichte insteekhoesjes, rekenmachines, open insteekhoesjes, ordners en last but not least etiketten om op open of dichte insteekhoesjes te plakken. Ik hoef van al die dingen niks. Alleen elastiek wil ik, véél elastiek. En vooruit, misschien een roze perforator, dat is toch ook wel aardig. Die zie je niet vaak, in het roze. Kladblokjes zijn trouwens ook nooit weg. Of open insteekhoesjes. Op de dichte insteekhoesjes krijg ik niet goed vat, intellectueel gezien. Als je ze open moet maken om er iets in te steken, mogen ze dan nog wel insteekhoesje heten? Of als ze insteekhoesje heten omdat ze zo makkelijk opengaan, mogen ze dan nog wel dicht heten? Maar goed, dat is meer iets om ’s nachts wakker van te liggen, overdag moet je toeslaan in de rat race om elastiek.

Misantropie

Om telkens weer een nieuwe reden blijft de ander mij intussen met scepsis vervullen. Ik zal twee recente voorbeelden geven, omdat mijn geheugen gelukkig niet verder meer reikt dan een dag of wat. Mijn draagvlak ten opzichte van de medemens neemt wel af, maar ik weet vaak niet meer zo heel concreet waarom. Misschien gaat het wel steeds om dezelfde reden.

Gisteren was het de zelfscan bij AH. Sinds die is ingevoerd, is de winkeldiefstal met 100 procent gestegen. Gewoon verdubbeld dus. Mogelijk moeten we toch eerst hier iets aan doen Fons, voor we het probleem van de maatschappelijke leemte, ontstaan door ontzuiling, het afschudden van ideologische veren en de perverse privatisering van alles wat goed en heilig was aanpakken. Ga je daarmee akkoord? Allemaal achter slot en grendel, die winkeldieven? Als je ziet wie het doen, bij de scanapparaten, wie met zo’n bovengemiddeld neutrale blik de dure vleeswaren en de luxenootjes boven de scan langs in hun tas laten glippen, weet je dat het om dezelfde soort gaat die een frisse duik in het meer neemt alleen om te gaan piesen. Je ziet het gewoon aan hun gezichten: open en eerlijk, een rustige oogopslag, alle tijd en belangstelling voor andere zwemmers die onderweg misschien gered moeten worden. Of mutatis mutandis in de winkel voor andere scanners die nog niet zo goed kunnen scannen. In het vooroverbuigen naar zo’n andere scanner gaan de eigen nootjes in één moeite soepel mee vanuit de winkelmand in de tas. Daarna worden melk en biscuitjes ordentelijk gescand en ook die ene kilo appels nog en dan volgen de runderworst en de bonbons van Lindt dezelfde boog als de nootjes. Het is een wonderlijk schouwspel, dat alleen maar suggestiever wordt – gelaagder zeg maar, kunstzinniger als het ware – wanneer de act samen met de partner wordt opgevoerd. De partners knopen luidruchtige praatjes aan met iedereen in de omgeving, dekken de crime scene daarbij zoveel mogelijk af met joviale handgebaren, trekken intussen iets uit het mandje opzichtig zodanig langs de scanner dat die niks scant en roepen er een AH-medewerker bij voor hulp bij de penarie. Als dát niet eerlijk en betrouwbaar is, weet de partner het ook niet meer. Vertrekt de medewerker weer, gaan hoppa beide tubes tandpasta – 2 halen 0 betalen – alsmede de John Cabot Herenpolo ad € 10.98 – eveneens tegen sterk gereduceerd tarief – onderlangs de jammerlijk falende scan de tas in.

Vandaag is het de medische stand en dan met name die vertegenwoordigers ervan, die voor de Volkskrantrubriek, waarin zij mogen vertellen over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde, hun verhaal insturen. Aanvankelijk, zo stel ik me voor, werden ze daartoe aangezocht door de krant. En dan kreeg je inderdaad mooie stukjes over de moed van een bepaalde patiënt, diens geheel eigen kijk op een probleem, de voorbeeldige manier waarop hij of zij een terminale last droeg en zo voort. Maar tegenwoordig sturen de medici naar hartenlust uit eigen beweging hun verhalen in, die dan stuk voor stuk als alibi dienen om zichzelf in de schijnwerper te plaatsen. Kijk mij toch eens een geweldige arts zijn. Ze ontdekken bij voorkeur iets wat andere artsen elders is ontgaan en verpakken hun zelffelicitatie als een schouderklopje voor de patiënt die, let wel, zo verstandig was hen bij wijze van second opinion te benaderen. Gepoogd wordt de nadruk op de patiënt te leggen, maar wat eruit springt is hun eigen egomaniakale voortreffelijkheid. Hoe belangrijk zij zijn geweest in het leven van een patiënt, diens naasten, een collega. Hoe hun aandacht puur goud betekende voor het welzijn van de ander. De enorme dankbaarheid die hun vervolgens dan ook ten deel valt. Als lezer raak je ongemerkt verblind door de schittering van zo’n persoonlijkheid.

Natuurlijk, ze zijn ontoerekeningsvatbaar, dat weet ik ook wel en mededogen is op zijn plaats. Ze hoeven wat mij betreft ook niet gemarteld, of in ieder geval niet erg, maar ze moeten wel de extra beveiligde inrichting in. TV kijken mag, internetten is toegestaan, normaal eten en drinken okay, luchten op z’n tijd uiteraard, maar niet meer vrij in de samenleving.

Mijn vriendin N. te Voorschoten heeft haar poes Mienele ook ontoerekeningsvatbaar verklaard, nadat die van de week een meesje van het balkon had geklauwd en dat knus binnen op kwam peuzelen. Maar ontoerekeningsvatbaar amme hoela. Opsluiten dat gajes. In de bak met die kat.

Dromen

Nu voor ik hem weer vergeet mijn droom van vannacht. Beschrijvingen van dromen zijn altijd zonder uitzondering verschrikkelijk, dus je kunt hier met een gerust hart alttabben naar je eigen Gustave Riom. Oh, dat had je al gedaan? Nou ja, geeft niet, ik kan dit ook heus wel alleen verder. Het ging over Friezen. Dat wil zeggen het ging over mij natuurlijk, maar dan zodanig dat ik, 69 jaar oud, op hun eigen invitatie naar Friesland was getogen, omdat ze daar zaten te springen om een beetje een bekwame gymnastiekdocent. Ik geloofde dat meteen. Dat springen van ze bijvoorbeeld leek nergens naar, ze zaten gewoon te zitten. En toen ik daar wat van zei, zeiden ze: het is toch zitten te springen? Ik wees ze mild terecht en stelde voor het anders te doen als ik eenmaal in functie was, goed? Ja hoor, natuurlijk, ze knikten mij hartelijk toe. Ze waren stuk voor stuk echt heel vriendelijk, dat gebeurt me niet vaak in een droom. Ze hadden ook allemaal een stoel bijgetrokken – we zaten in zo’n ouderwets grote Friese keuken – en keuvelden er gemoedelijk op los. In het Fries weliswaar, maar als ik iets niet begreep, legden ze het me uit en zelfs als ik even naar de wc moest, stonden ze als één man op, pakten hun stoel en kwamen ook daar gezellig bijzitten. Geen probleem, niet moeilijk doen tegen de nieuwe gymnastiekjuffrouw. Ik vond het zó genoeglijk. Dat heb je toch niet hier in Wijchen. En ook in de Achterhoek, mijn geboortestreek, deden de mensen dit niet. Tenminste niet massaal, niet bij wijze van hartverwarmende folklore, zoals in Friesland. Ze hadden trouwens by the way voor mij het Gemeentehuis heringericht en zeiden ‘zoek de beste kamer maar uit, die is voor jou, daar mag je nu altijd wonen’. Gemeubileerd en wel was die kamer, veel raam, mooi licht, splinternieuw bureau en Lundia wandkasten! Bovendien kreeg ik, toen ik mijn broek weer aanhad, twee hard gekookte eieren. Een voor mij en een voor A., die er vanaf dat moment kennelijk ook bij zat. Dus ik zeg ‘Hier m’n beste roerdomp, neem een ei’ (A. wil niet meer dat ik m’n duifje zeg waar anderen bij zijn), waarna ook zij een ei begon te pellen. Het was zonder meer buitengewoon vredig en idyllisch. Verder leidde het nergens toe, maar ik vond het meer dan voldoende zo.
Zulke dromen vind ik vaak heel fijn.
Je bent er dan echt even uit.

Ongedisciplineerd bloggen

Tot slot waarom ik zo onregelmatig blog. Dat komt doordat ik mij uit de naad werk aan het dagboek van Marie van Kessel. Dat was een kruidenierster in Wijchen, die tijdens de tweede wereldoorlog – toen die begon was zij 48 – haar ervaringen optekende. Daarvan maakte zij vervolgens een typoscript en dat tik ik nu integraal over, omdat het zo slecht leesbaar is. Het zijn meer dan 70 dichtbedrukte A-4-pagina’s, dus daar ben ik wel behoorlijk zoet mee, vooral natuurlijk waar ik mijn hersens aan moet spreken om voor weggevallen, bevlekte of anderszins raadselachtige passages niettemin via de context een zo plausibel mogelijke suggestie aan te bieden. Toch is het mooi werk. Je krijgt er een goed beeld mee van het alledaagse leven in zo’n dorp tijdens die oorlog.

Ik doe dit voor de mensheid.

Hoor wie klopt daar…

Wat we hier overigens wel hebben zijn aardstralen. We kregen ooit een robotgrasmaaier cadeau en die maaide dankzij de aardstralen alle kanten op, behalve de door ons gewenste. Ook keerde hij na een diagonaaltje of twee graag uit zichzelf terug in zijn hok, om daar voldaan hummend voor zich uit te gaan zitten kijken naar al het gras dat hij niet ging maaien.

Dezelfde stralen bedienen ook onze verlichting, zowel buiten als bijvoorbeeld in de badkamer. De betrokken lampen doen ze naar eigen goeddunken nu eens uit, dan weer aan, een beetje zoals met de stoplichten in Almelo. Ik stuur de stralen zelf ook wel eens, ’s nachts als ik toch wakker lig, telepathisch naar mensen die ziek zijn of depressief of geloven in astrologie. Aardstraaltelepathie – in tegenstelling tot bijvoorbeeld acupunctuur, de stand der hemellichamen of ongeschilde aardappels in een jute zak – werkt. Dat zeggen de ontvangers zelf ook. Ze worden er beter van, zeggen ze. Gelukkiger, fitter, gezonder. Of slechter. Maar links of rechtsom is er sprake van een significant effect. Mijn tante Door heeft last van rusteloze benen. Als ik me kwaad maak, leg ik die op afstand lam en komt ze de hele dag het bed niet meer uit.

Afgezien van dit soort statistisch onderbouwde waarnemingen zitten we met ons huis ook nog eens precies in het hart van een Bermudadriehoek. Kijk, die mail van jou met de Tjeenkdocumenten, die kwam met een rood aangezette waarschuwing over verdachte bijlagen, dus ik had nooit op ‘negeren’ mogen klikken. Maar ook bona fide post verdwijnt soms ongezien in de kolk. Sms’jes, Facebookberichten, chats, eigenijk alles wat zich digitaal van A naar B denkt te verplaatsen, wordt zonder waarschuwing de driehoek ingezogen. Hele televisiezenders vallen uit de lucht. Op inhoud wordt daarbij niet gelet, alleen kwantiteit telt. Eén dingetje, bijvoorbeeld een like op Facebook, vormt de druppel en groiiink, daar gorgelt mijn hele Feijenoord-Ajax op Ziggo samen met drie willekeurige appjes het anonieme zeemansgraf in. Een soort zwart gat is het, waarvan niemand ooit een foto heeft gezien.

Geesten? Hebben wij ook. Dan gaat zomaar ineens ‘s nachts om half vier het alarm beneden in de gang af. A. komt haar slaapkamer uit in the one with the stars and stripes en gebaart in alle staten bibberend, met ons startpistool in de aanslag, dat ik vóór mag gaan de trap af. Zo komen we bij het oorverdovend loeiende alarm, zien op de display dat de inbraak as we shiver in de garage plaatsvindt, toetsen na drie keer de code correct in en duwen elkaar dan druistig richting garage. ‘Doe jij de deur open?’ ‘Nee, doe jij maar, jij hebt het pistool.’ ‘Ja, maar jij hebt beide handen vrij.’ Intussen belt de alarmcentrale of alles kits is bij de dames. Nu heb ik dus iets in handen en wel de telefoon, en iemand aan de lijn, en wel Freek, dus moet A. de garagedeur opendoen. We nemen Freek mee de garage in. Daar treffen wij op de sensor een spin met een spartelende vlieg in z’n knuistjes, maar zich voor het overige van geen kwaad bewust. Of er schiet een muis uit de bak met oud papier zo hóp de doos met schoonmaakspullen in. Feitelijk is het al genoeg als één pissebed op zijn rug ligt en een andere pissebed hem weer overeind probeert te kantelen. Als je er oog voor hebt, kom je ontroerende dingen tegen in het dierenrijk. Pissebedden met name zijn heel behulpzame, bijna hartelijke bedden. Hoe dat evolutionair zit? Dat zit evolutionair zo: bij mannetjes pissebed die vrouwtjes pissebed overeind helpen en ook vice versa is het met de seks een kwestie van nou we toch bezig zijn, waarmee voornoemd altruïstisch gedrag zich als vanzelf in één moeite door verspreidt. ‘Nou, kijk toch nog maar eens goed overal’, zegt Freek en wenst ons verder een rustige nacht. Dus doorzoeken we de rest van het huis, waar zich ook opmerkelijk veel beweegt – van zilvervisje tot tor, van motje tot mug, van halfdode darren tot webben die wiegen op de wind – maar gelukkig geen sensoren zijn. Als ik een inbreker was, zou ik mij – daar heeft Freek gelijk in – zo vlug mogelijk naar de rest van ons huis begeven. Anderzijds ziet een beetje crimineel natuurlijk op de oprit al dat er weinig valt te halen hier. Het geld zit in de stenen jongens. En zie het daar maar eens uit te krijgen! Met je hippe klauwhamertje! Ja, eenmaal op zolder durven wij wel weer.

Of dat in mijn keukenradiator een stem mompelend in de weer gaat met files op de A50 alvorens met een reutelende zucht weg te sterven onder het huis. Daar floepen op hun beurt afsluitdeksels van loze zijtakken van de riolering af, waarna we maanden achtereen in ondraaglijke stank zitten voor de oorzaak wordt ontdekt. Tegen die tijd zijn er een stuk of tien loodgieters, klusjesmannen en waterleidingexperts aan het zoeken geweest, het pad van de voordeur naar de weg is opgebroken en weer dichtgegooid, zuig- en blaasapparatuur zoog en blies door de ontluchtingskanalen richting dak, maar geen expert die iets kon vinden. Tot uiteindelijk een buurman, het gelazer zat, de kruipruimtes inging en daar het werk van de Rioolgeest aantrof.

Jawel, er is meer tussen hemel en aarde dan wij denken.
Wie goed kijkt, kan het lezen in de sterren.

Berichten van het front

‘Forum voor Demagogie’ is aardig gevonden. Doet me denken aan Koot en Bie, nog altijd onovertroffen. Sterker: niemand haalde na hen dat niveau. Ook die jongens van Draadstaal niet. Ze komen soms in de buurt, maar meestal niet. Ik deed vroeger mijn deur in de studentengang op slot als Koot en Bie er waren. De anderen lachten op verkeerde momenten en zeiden ‘schenk mij nog es in’, dwars door het Simplisme heen. Gingen ze evengoed staan bonzen op die deur. Terwijl ze zelf allang een kleuren-tv hadden en ik niet eens thuis was.

Ik heb Koot en Bie ontdekt toen ze nog de Klisjeemannetjes heetten.
Ook heb ik Piet Keizer ontdekt toen hij nog voor DOS speelde.
Alleen heeft hij daar nooit gespeeld.

Dit is wat ons geheugen met ons doet.
Het schept ongerijmde nostalgie.

Dat tomeloze gedraai van Baudet overigens vindt Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren allesbehalve problematisch. Op haar partijcongres zondag 31 maart zag zij volgens de Volkskrant juist in deze flamboyante eigenschap kansen voor samenwerking. Forum immers was een jonge partij met nog ‘niet uitgekristalliseerde’ opvattingen over een groot aantal onderwerpen. ‘Hun leider’ zo sprak zij zonnig, ‘is van de grote woorden en de nogal losse omgang met feiten. En dat biedt mogelijkheden.’ Kijk dat vind ik nou gedenkwaardige woorden. Benieuwd hoe die twee elkaar gaan vinden op het gebied van natuur en milieu, waar de opvattingen van Baudet toch al best tamelijk uitgekristalliseerd mogen heten. Misschien was het een aprilgrap van Thieme. Misschien is Baudet zelf een aprilgrap.

Intussen is mijn beminde huisgenoot weer gevallen. Op dezelfde arm die via gesciplineerd dagelijks oefenen net een beetje revalideerde van de vorige val. Ditmaal is zowel ellepijp als spaakbeen dwars doormidden geknakt en lijkt het opnieuw de kant van operatief ingrijpen op te gaan. Zelf ben ik zodoende vrij geruisloos weer in de mantelzorgmodus geschoten. Strijken, koken, eten bereiden, voorsnijden, opdienen, de vaat doen, haren wassen, aankleden, uitkleden, douchen, poederen, wc-bezoek logistiek begeleiden, moed inspreken, uitfoeteren, kusjes op het gips, schouder masseren, pijn aanzien. Dat is eigenlijk het ergst, zien hoe een ander pijn lijdt. Dan zou je zelf wel graag wat meer in psychopathische richting angehaucht zijn.

Andere dingen hakken er ook aardig in. Zo hoorden wij de afgelopen week ten eerste dat een vriendin, die met vage klachten naar de huisarts ging, tot in de botten uitgezaaide kanker heeft, ten tweede dat de kleindochter van een goede kennis de Ziekte van Crohn blijkt te hebben, met darmen zo vol zweren dat ze de studie eraan moet geven en ten derde dat een bevriende kunstenaar in Zuid-Frankrijk, door een rare auto-imuunziekte overrompeld, ineens het zicht in beide ogen kwijt is. Ook wordt er om ons heen – ik noem hier slechts omroep, verpleegtehuis en moestuinen – flink gestorven.

Aan de andere kant: als je zelf het ergste dat je je voor kon stellen – buiten absurde anomalieën als wreedheid en marteling – al hebt meegemaakt, heb je wel een fijne basis voor alles dat nog volgt. Was uns nicht neckt, macht uns stärker, und so weiter.

Maar soms hoor je ook ineens weer iets waar je van opknapt. Zo zeulde ik daarnet met de boodschappen van AH langs een hoge heg waarachter een paar kinderen van een jaar of zes met een bal in de weer waren en hoorde ik de ene roepen ‘Peet, jij bent de scheids’ waarop een ander jubelde ‘Oh Arie, mag ik de VAR dan zijn?’

Dit had ik allemaal willen aanvoeren als excuus voor het nog niet gelezen hebben van jouw Tjeenk-Willink-exposé, maar de realiteit is dat die op mijn pc enorme chaos teweegbracht, allerlei rare menu’s trillend en bevend over het scherm heen en weer deed schieten en uiteindelijk na de beproefde uit- en weer aanmethode met mail en al verdwenen bleek. Die zien we niet meer terug Fons, laten wij ons daarover geen illusies maken.

Wat zou je zeggen van een ouderwetse brief?

Goed bezig 2019

Je hebt natuurlijk gelijk dat een uitslag van 51 tegen 49 procent bij een referendum, of net gelijk welke volksraadpleging, nooit tot zo’n ingrijpende verandering als de Brexit zou mogen leiden. En ik hoop dat het ongeveer zo zal gaan als jij May adviseert. Uitstel van executie, de Britten goed met de koppen tegen elkaar en dan een zachte Brexit.

Dat vindt Tjeenk Willink ook. Weg met de banale meerderheid als maatstaf. Maar nee, ik heb hem nog niet gelezen. Is er hopeloos bij in geschoten. Dus veel zinnigs kan ik er niet over zeggen. Toch vertrouw ik er blindelings op dat hij het op het belangrijkste punt dat mij dwarszit met mij eens is: de doorgeschoten privatisering. Die moet hoognodig worden teruggedraaid. In de gezondheidszorg uiteraard, maar ook in andere sectoren van algemeen belang, zoals onderwijs, water, energie, medische farmacie en woningbouw. Het tij lijkt zich trouwens al enigszins te keren. De Tweede Kamer wilde vorig jaar al wat minister Ollongren nu voor ogen heeft: eindelijk die vermaledijde huisjesmelkers eens aanpakken, die ene met die fancy bril voorop. D’66 is so wie so goed bezig met Jetten, na diens valse start vorig jaar met die barst in de plaat. Ze draaien leuk bij naar links momenteel. En wat de perverse farmaceutische industrie betreft: onze ziekenhuizen gaan het zelf wel doen. Zelfs de Vriendenloterij subsidieert nu initiatieven in die richting. 

Tot zover was ik afgelopen dinsdag. Maar woensdag heeft het FvD dus zijn slag geslagen bij de Statenverkiezingen. Weet je aan wie ik een nóg grotere hekel heb dan Kwik, Kwek en Kwak in de Britse politiek? De louche Hiddema. Met zijn ‘hoe durft zo’n tramterrorist mijn campagnefeestje te bederven!’. Eigenlijk heb ik zelfs Trump nog liever dan de louche Hiddema. De walging die de louche Hiddema bij mij oproept is niet te beschrijven, door niemand, dus ga ik het zelf al helemaal niet proberen. Maar noteer het maar vast weer ergens. En denk kokjes in opleiding. Dat je bij ons volgende diner in al je argeloosheid niet laat vallen dat je de louche Hiddema wel een leuke peer vindt of zoiets. Echt, als wij hier in huis weer eens gewapenderhand staan te beven bij ons alarm, hoop ik dat we na het driemaal intoetsen van de verkeerde code uiteindelijk hèm in de garage aantreffen. Make my day. Samen met Baudet, want die is natuurlijk nog erger. Een neo-nazi met boreale heimwee naar het arische ras, dat intussen gewoon net als iedereen uit Afrika afkomstig is, maar door dat soort détails laat een beetje Baudet zich niet van de wijs brengen. Die hemelt liever de paradijselijke negentiende eeuw op, toen alles nog mooi en goed was. Voor de beter gesitueerden welteverstaan. Want het plebs werkte zich dood in mijnen en fabrieken of stierf gewoon al in de kinderschoenen. Nou, laat ik erover ophouden. Laten we liever bedenken dat driekwart van ons volk niet op deze dandy’s heeft gestemd. Een schrale troost, maar meer zit er niet in.

Met Baudet is overigens wel alles mogelijk. Hij draait als een blad aan de boom, maakt niet uit op welk terrein. Zorggeld, veehouderij, in of uit de EU, draaien is zijn tweede natuur en zijn kiezers malen net als die van Trump evenmin om de waarheid. Straks vindt Baudet een homeopatische verdunning met als resultaat iedereen hartstikke bruin toch ook wel mooi. Zijn hemd is het al.

Ik had donderdag naar de kapper gewild, maar het besef dat zij namens zichzelf en tevens bij volmacht namens haar man, die een bloedhekel aan Baudet heeft, op Baudet heeft gestemd en dat zij mij beslist zou vragen wat ik daar zoal van vond, dat besef deed mij besluiten nog een week of twee door te lopen met een ragebol van hier tot Kleef, in de hoop dat tegen die tijd wel weer een andere sensatie, bijvoorbeeld een opmerkelijke vorm van zelfverdediging ergens in een privé-garage, al haar aandacht opeist.

Om al deze dingen ben ik voor nog één keer stemmen en wel pro of contra invoering van een meritocratie. Met nog één keer die goeie ouwe spelregel dat bij 51% voor een meritocratie die bestuursvorm wint. Bij een meerderheid voor democratie ben ik voor opnieuw stemmen. Een beetje zoals May doet dus.

Vat jij Tjeenk Willink dan zolang even samen voor Mark en mij?
We denken wel dat je voldoende puf hebt.

Tussen hemel en aarde

Ik heb de neiging achter goeroes aan te lopen. Lees ik Andreas Burnier, draag ik haar ideeën uit. Lees ik Schopenhauer, volg ik die. Lees ik Harari, ben ik in Harari. In de jaren zeventig las ik Marx en nog tot diep in 2013 zag ik overal productiekrachten dialectisch in de weer met productieverhoudingen, terwijl de geslepen reactie – geef ze een uitkering, bijstand, huursubsidie, dan kunnen ze tenminste onze spullen kopen – van het vuige kapitalisme de Verelendung van het lompenproletariaat allang als ideaal verpulverd had. En nu heb ik hier in het dorp een leuke historicus gevonden – het was even zoeken, maar toen had ik er een – en weet ik ineens alles over motteburchten, feodalisme en cisterciënzer kloosterorden. Het woord cisterciënzer kan ik, net als Chichester, dat in het perfide Albion ligt, niet goed uitspreken, maar denk: strenge benedictijnen. Dit alles dus terwijl ik helemaal niet hou van meeloperij. Nou zul jij zeggen de ene goeroe is de andere niet. En daar heb je dan wel weer een punt. Zo zijn er ook mensen die dwepen met acupunctuur. Tevens ken ik een huisarts die gelooft in de helende kracht van ongeschilde aardappels, mits in een jute zak. En last but not least zijn er die met astrologie weglopen. Zo iemand had ik gistermiddag op de thee. Als je op een kruispunt tussen allerlei fietsroutes woont, vorm je een betreurenswaardig natuurlijke aanlegplaats voor onverwacht bezoek. Dat van gister geloofde oprecht dat ons leven gestuurd wordt door de sterren. Zoiets moet je niet doen, ook al breng je nog zoveel appelgebak mee. Van het bestek in je keukenla, zei ik, krijg je meer straling dan van de ziekste kwer. Ik bedoelde kwiekste ster, maar er gaat steeds meer mis in mijn hoofd, het is er echt een soepzooitje soms. Toch Fons, gelooft vrijwel niemand in zijn bestek. Dat is raar. Dat is eigenlijk raarder dan die lui met een vergiet op hun hoofd, waar jij het een blog of 40 geleden over had. Je weet wel, van de Kerk van het Vliegend Spaghettiemonster. Die aanbidden tenminste een echte God, daar kan men alleen maar respect voor hebben. Vertrouwen op de stand van de hemellichamen voor je persoonlijk zieleheil daarentegen is echt meer dan licht debiel. Zwaar debiel is misschien net teveel gezegd, met name tegen mensen met hun taartvork in de aanslag, maar op gewoon normaal debiel gaat het toch wel aan. Wij zijn het heelal namelijk straal onverschillig. Als er één instantie niks om ons geeft, is het wel het heelal. Dus mensen, mensen, geloof toch wat meer in je eigen bestek.

Weet je aan wie ik ook zo’n hekel heb? Nigel Farage, Boris Johnson en Jeremy Corbyn, de Kwik, Kwek en Kwak van de Britse politiek. En Cameron natuurlijk, met z’n referendum, wat een lame duck is dát zeg. Trouwens dat hele anachronistische volkstheater daar, hoe kan het toch dat Nederlandse politici dat steeds weer zo vol bewondering als hèt boegbeeld van de democratie bestempelen? Als het toch ergens niet democratisch toegaat, dan bij ons aan de overkant. Wat een stel gemankeerde acteurs is dat. Goedkoop effectbejag, scoren, elkaar kleineren, schmieren, l’art pour l’art, meer is het niet. Voor hoogbegaafden misschien leuk als afleiding van het hoogbegaafd zijn, maar mensen zoals ik schamen zich plaatsvervangend dood. Om de inhoud gaat het vrijwel nooit. Okay, die voorzitter is een markant figuur, met z’n Order! Order!, maar dat hij dat bijna volcontinu de zaal in moet slingeren, schreeuwt toch boekdelen. Weet je waar het spektakel mij nog het meest aan doet denken? Aan een VMBO-klas met kokjes in opleiding. Ik had een vriendin – ze is er helaas aan overleden – die zulke pubers Frans moest geven. Haute cuisine immers en van je oh, la, la. Op goede dagen vlogen de woordenboeken door het lokaal, er werd gevochten, op tafels geklommen en ondersteboven uit het raam gehangen, terwijl zij ‘silence, silence, je vous en prie’ smeekte. Maar de kokjes kenden geen Frans en wilden dat graag zo houden. Op slechte dagen kotsten ze over elkaar heen. Kijk, dat mis ik dan wel weer een beetje in het Britse parlement. Als democratie je zo totaal niet boeit, spuug elkaar dan tenminste eens goed onder. Het hoeft niet elke keer, dat deden die kokjes ook niet, maar op baaldagen, als May weer eens een dagje Brussel doet. Of is zelfs dat teveel gevraagd?