Over Linie Plukker

https://nl.wikipedia.org/wiki/Megchel_Doewina

Driemaal scheepsrecht

Ja Fons, daar ben ik weer, hoor je mij? Je ziet in Amsterdam soms, of vrij vaak eigenlijk, Amerikaanse toeristen rondlopen die zo hard tegen elkaar schreeuwen dat ze zelfs de kleuren van hun als casual bedoelde outfit overstemmen. Je ziet niet meer wat ze dragen, je ziet alleen nog hun geschreeuw. Waarom praten die mensen zo luid, ook al komen ze gewoon uit de binnenlanden van Oklahoma? Als je aan zee woont, ja, dan ga je misschien door al die letters verwaaiende wind wat duidelijker articuleren dan iemand uit Brattleboro Massachusets, maar Amerikanen schreeuwen altijd allemaal overal. Ook de democraten. Alleen Biden misschien niet, maar dat is meer omdat hij eigenlijk al dood is, iemand moet het hem alleen nog even zeggen. Heel zacht…

Hoe het ook zij, ik liep zonet achter een bejaard echtpaar ons goede dorp in en genoot van hun zachte dialoog, waar ik dus – dat is dan weer een minpuntje – niks van verstond. Maar ze zagen er prachtig uit, ze hadden zich echt gekleed op een weldoordacht bezoek aan de Lidl: hij een geel T-shirt met korte mouw boven een zwarte broek tot net boven de knie en daaronder zwarte schoenen zonder sokken, zij een rood T-shirt met korte mouw boven een gebroken witte broek tot net boven de knie en daaronder rode schoenen zonder sokken. Het geheel bij beiden fraai bekroond door een prachtige witgrijze haardos. Maar toen sloeg de man ineens rechtsaf, hield de vrouw halt en zei ik in het passeren tegen haar: ‘Wat jammer nou, jullie waren zo’n gaaf plaatje, geel, zwart, rood en gebroken wit, zo’n mooi geheel zomaar uiteengescheurd, eeuwig zonde’. Waarop zij, van de voorkant zo mogelijk nóg mooier, antwoordde:
‘Nee, nee, oh nee, maakt u zich geen zorgen, hij wil alleen maar even een brief posten.’
‘Oh gelukkig… maar je ziet ze daarna nooit meer terug, hoor je soms.’
‘Mijn Kees wel hoor, hij krijgt krieltjes met kibbeling vanavond.’

Ik wou dat ik een foto van ze genomen had, van achteren, dat mag wel toch? Verder dient dit verslag alleen om te verbloemen dat ik eigenlijk niet meer weet waarmee ik te druk was om fatsoenlijk jouw vakantieblogs de hemel in te prijzen. Goeie bloggen Fons! Zo geniet de thuisblijver echt volop mee. Perfecte foto’s ook, dank daarvoor.

Wat ik me nog wel herinner is dat twee vriendinnen ongeveer gelijktijdig het bericht kregen dat ze borstkanker hadden. De ene is intussen geopereerd en herstellende, de andere is binnenkort aan de beurt. Deze tweede moet helaas één van wat zij haar twin peaks noemt – bij mij hanging rocks geheten – missen, maar beide vrouwen gedragen zich uitermate stoer, ik mag lijden dat ik het indien nodig ook zo aanpak. Maar ik vrees het ergste, want zie al op tegen een simpele corticosteroïdeninjectie in mijn heup. Laat God verhoeden dat er ergere dingen met mij gebeuren. Dood bijvoorbeeld wil ik absoluut niet. Moge Hij daar goed nota van nemen. Maar waarmee ik dan in vredesnaam zo druk was? Nou, ik noem slechts één ding, als symptomatisch voor alles waar men mij bij wenst te betrekken. Vriendin 1 wilde graag dat ik haar uit het ziekenhuis ophaalde na de operatie en ook vond ze het prettig als ik een evaluatiegesprek met de chirurg wilde notuleren. Die dingen gingen trouwens best nog van een leien dakje, als je mijn eeuwige foutparkeren op de koop toeneemt en ook oogluikend tolereert dat ik zo’n rolstoel bij de ingang van het ziekenhuis zelfs met maximale inzet van al mijn krachten niet uit de greep van de andere rolstoelen weet te bevrijden. Hoe moet zoiets als er in de toekomst geen receptionistes meer zijn om, hun buikje gierend van de lach vasthoudend, in te grijpen? Alleen nog luidsprekers van waaruit je met hanging rocks en al wordt gesommeerd dit pand onmiddellijk te verlaten, maakt niet uit waarheen. Symptomatisch echter wordt het pas met de bestralingen. Daar ziet de patiënt terecht tegenop, zeker zo’n eerste keer, dus dan ga je begeleidend optreden. In mijn geval betekent dat, als mijn slaaphoofd geen auto toestaat, de fiets pakken, een uur rijden heen, een uur rijden terug en daartussenin begeleidend naar het ziekenhuis lopen, in een wachthokje de bestraling uitzitten (zie foto hieronder) en dan weer terug. Die eerste keer dacht ik tenminste dat het zo zou gaan, maar aangekomen bij de patiënt bleek ik mij vergist te hebben in de dag. Dus na een uur of drie was ik onverrichterzake weer thuis, waar ik het al vooruit echoënde commentaar ‘Jij let ook nooit goed op, jij doet altijd maar wat!’ gelaten in ontvangst nam. De tweede poging verliep minder stroef. Zelfde procédé, maar nu bevond ik mij, na anderhalf uur, metterdaad begeleidend door het park op weg naar het ziekenhuis, toen we gebeld werden.
‘Ja, hier met het ziekenhuis, u bent naar ons op weg?’
‘Ja, we zijn halverwege het Goffertpark.’
‘Oh, maar u moet naar het Radboud.’
‘Welnee, wij zijn op weg naar het Canisius, dat was de afspraak.’
‘Nee, de afspraak was: de eerste keer bestralen in het Radboud.’
‘Daar is ons niets van bekend, wat nu?’
‘Het geeft eigenlijk niet.’
‘Oh, gelukkig, kunnen we gewoon doorlopen dan?’
‘Zeker, maar de bestraling kan helaas niet plaatsvinden.’
‘Niet? Hoezo niet? Krijg nou wat.’
‘Ja, heel vervelend, de apparatuur is kapot.’
‘… ‘
‘Bent u daar nog?
‘Ja… dit is echt een enorme tegenvaller.’
‘Het spijt ons ook erg… maar wel fijn toch dat u de volgende keer rechtstreeks naar het juiste ziekenhuis loopt?’

Affijn, mijn vriendin gooide haar mobiel in een rozenstruik, ik kon niet meer voor- of achteruit omdat het door de omstandigheden in mijn heup was geschoten, we zegen neer op een bankje in het park en uiteindelijk was ik die dag om een uur of zeven ’s avonds weer thuis. ‘Ja, ik dacht al, wat zal er nu weer misgaan!’ De dag daarop probeerden we het nog een keer – driemaal scheepsrecht – en toen liepen we a. naar het goede ziekenhuis, waar b. de apparatuur het intussen ook weer deed.

Zulke dingen, daar kun je echt druk mee zijn. De patiënt troost mij wel goed hoor bij alles, die andere trouwens ook, terwijl ik die nog helemaal moet! Maar ik ben al met al toch blij dat jullie zolang de honneurs in Zwolle, Arnhem, Amsterdam, Zutphen, Meppel, Elburg en Dwingelo hebben waargenomen, want dat had ik er echt niet meer bij kunnen hebben.

Verder gaat het hier uitstekend. Op enkele kleinigheden na, zoals dat de boiler lekt als een gek en we al dagen geen warm water meer hebben. Dat komt overigens heel goed uit om alvast geleidelijk te wennen aan het spartaanse soort winter dat eraan zit te komen. Wat mij, mede door jullie avontuur in Elburg, herinnert aan de winter van 1343!

Dit betreft namelijk een stukje tekst, oorspronkelijk in de veertiende eeuw met een stilo in een wasbord gegrift, later op een roestvrij stalen bordje gedrukt en op de schroten boven het water in de haven geschroefd en ook verder goed vergelijkbaar met de beroemde steen van Rosetta. Het gaat hier om een deel van een dankbetuiging van de priesters van Elburg en omgeving aan Diederik van Roozemonde III, een Gelrese Hertog en Heer van het toenmalige nabijgelegen Swemmel, die de Elburgers, om de ook destijds barre winters door te komen, van een flinke partij oerbonen voorzag, buitgemaakt in oktober 1343 op die van Swammelredam, nabij het huidige Purmerend. De strijd voltrok zich gedeeltelijk over het water (het Swemmelsche Gat), waarbij, na twee mislukte pogingen, het moederschip vol oerbonen van de Swammelredamschen geënterd, beroofd en tot zinken gebracht werd. Driemaal ook toen al scheepsrecht. Bij deze strijd – bekend als de Swemmelswammelredamsche Twisten – kwamen in totaal aan de ene kant 288 en aan de andere 307 manschappen door verdrinking om het leven. Maar die van Swemmel hadden hun bonen! De volledige herdenkingstekst in het oorspronkelijke wasbord luidde: ‘De slag om de Oerbonen te Swemmel – 1343’.

Je kunt het C. niet kwalijk nemen dat ze zo’n typisch regionaal erfgoedhistorisch interessant voorval niet meteen thuis kon brengen. Het hoort in Elburg en daar moet het blijven!

Ceci n’est pas un blog

Ik heb het er eens met mijn man over gehad Fons, maar wij prijzen ons allebei toch wel heel gelukkig dat wij zelf geen kennissen hebben die hun elektrische fiets op de auto laden, ermee naar de Achterhoek rijden en daar dan op genoemde fiets stappen zonder de batterij aan te brengen. Wij kennen ook heus wel opmerkelijke figuren, waaronder relatief veel narcisten, maar met dit soort fietsgedrag godzijdank niemand. Wij begrijpen ook niet goed waarom jullie niet iets, al is het maar een héél klein beetje, zorgvuldiger kunnen zijn in het maken en dan met name ook nog aanhouden van kennissen. Ik bedoel wij leggen die van ons bijvoorbeeld periodiek onder de loupe, beslissen dan van deze en gene dat zij geen kennissen meer zijn en kijken ze nooit meer aan. Drastisch zeg je? Ja, maar het leven is kort en om het ten volle te savoureren, moet je soms gewoon ouwe kennissen wegdoen, zodat je weer nieuwe kunt maken. Want het absolute aantal kennissen dat een mens erop na kan houden heeft een maximum, hè? Ik geloof officieel 150, maar zelf hou ik het graag op 22. Een elektrische fiets kopen en dan de batterij er niet op doen, er zijn echt grenzen!

Dit is overigens geen blog hoor. Ik wil je alleen vast danken – want ik heb het erg druk en nou moet ik ook nog naar het oorverdovende Dwingeloo – voor jouw vorige twee vakantieverslagen. Lekker om te lezen en mooie rooie plaatjes om bij weg te dromen. Daar ga ik nu nog een keer naar staren onder het Dona Nobis Pacem van Ralph Vaughan Williams. Zó ontroerend mooi is dat! Ik heb het pas recent ontdekt, via mijn nieuwe filosofische kennis. Voor hem ga ik denkelijk mijn stalker wegdoen, want daar beleef ik echt helemaal geen plezier meer aan.

In mijn volgende blog licht ik je als een heldere vlam uit het duistere levenstumult bij over de afgelopen week, waarin ik volgens mij meer heb meegemaakt dan je menselijkerwijs voor mogelijk houdt. Tot dan!

Fietsen en Klemmen

Wij wilden in de Achterhoek de graven van mijn familie met schep, schoffel, hark en verse plantjes een vrolijk zomeraanzien geven, maar eerst Kunst in Diepenheim bekijken door een lekker boomereind te fietsen. Dus de E-bikes achterop de auto gemonteerd – wat helaas altijd weer met veel gevloek en ook best middelzware blessures mijnerzijds gepaard gaat, omdat mijn vingers elke keer opnieuw in die ene terugklappende klem van de fietsendrager bekneld raken, meestal op het moment dat ik opgelucht denk het onderdeel met de klem schadevrij gepasseerd te zijn – en vlakbij het kerkhof geparkeerd, teneinde via een geplande knooppuntenroute van zo’n 50 kilometer via Diepenheim en de Kunst weer bij de graven uit te komen. Maar eerst moesten de fietsen even getest natuurlijk. Welnu, de mijne deed het niet. De display op mijn stuur zei van wel, maar ik voelde geen enkele ondersteuning bij het trappen, waardoor mijn linkerpink, toch al blauwzwart van ellende, nog zwaarder begon te bonzen.
‘Hij doet het niet A., mijn fiets!’
‘Ach, natuurlijk wel, niet zo gauw zeuren altijd.’
Intussen draaide ook zij een rondje om de grote eik op de parkeerplaats, stapte af, bekeek de display op haar stuur, stapte zonder ook maar enig gezeur weer op, reed nog een rondje om de grote eik, riep toen ‘Jezus, de mijne doet het ook niet’ en stapte weer af. We bekeken samen haar display, vervolgens bekeken we samen mijn display, maar met onze displays was helemaal niks mis, die deden wat ze moesten doen. We schoven ze van het stuur en er zo stevig mogelijk weer op. Eco, tour, sport en turbo: feilloos.
‘Christus’, zei A., zodat ook de grote eik snapte wie ze daarnet precies bedoelde, ‘Wat een onverwachte teleurstelling, hoe kán dat nou, dit is echt héél, héél vervelend.’
‘Ja’ gaf ik toe, ‘Dat is het zeker, je had net zo’n mooie route uitgezocht. Raar ook hè, dat ze het allebei ineens niet doen?’
Ik zag aan haar gezicht dat er op dit soort als gezellig bedoelde keuveltoon momenteel niet geconverseerd kon worden. So wie so liever niet, maar dit specifieke moment leende zich er helemáál niet voor. Met de diepe frons waaruit ik een en ander afleidde, stapte ze opnieuw op haar fiets en begon aan een laatste verbeten ronde om de grote eik. Ik keek haar na. Bezag mijn eigen fiets nog eens, een beetje gedesillusioneerd, dat wel, maar toch: mooi fietsje, zo glanzend nog van nieuwheid. Toen bekeek ik, eigenlijk met dezelfde toch wat afwezige blik, de fiets met mijn voortzwoegende vriendin erop nog eens, voelde hoe mijn linker wenkbrauw langzaam omhoog trok en riep haar achterna:
‘Hé A.!’
‘Ja, wat nou weer?’
‘Zullen we anders de accu’s er eens opdoen?’

Het werd vervolgens een prachtige tocht via Diepenheim, die we afsloten met een fraai staaltje gravenrenovatie op het kerkhof. De Kunst onderweg was niet echt om over naar huis te schrijven en zeker niet naar jou, met juist zo’n verkwikkend uitje Arnhem-Zutphen achter de rug. Jouw beide musea daar ken ik inderdaad ook, maar tijdelijke tentoonstellingen zijn meer A.’s pakkie-an. Die bezoekt met haar museumclub zes tot acht keer per jaar ergens in Nederland zo’n wisselexpositie en schrijft daar dan weer over in mijn Tijdschrift voor de Stuurgroep Cultuur. Overigens, maar dit terzijde, anders loopt het weer zo uit de hand, vertrouwde het bestuurslid kleine activiteiten, zelf begenadigd met een indrukwekkende persoonlijkheidsstoornis, mij toe het bestuurslid grote activiteiten een narcist van de eerste orde te vinden. De grote activiteiten op zijn beurt vertelde mij vorig jaar eveneens aldus over de kleine te denken. Ze hebben beiden niet echt door dat je zonder deze eigenschap überhaupt geen lid van het Centrale Comité wordt. De andere leden, waaronder ikzelf, hebben dit wel door, maar gebruiken hun aangeboren charme om de rest van hun persoonlijkheid zo goed mogelijk aan het oog te onttrekken.

Tja, de kwestie duur- versus dierzaamheid. Natuurlijk heb je gelijk dat er een grootscheepse integrale allesomvattende systeemverandering nodig is. Maar dat iedereen tegen dierenleed zou zijn, daar geloof ik geen bal van. Met de mond belijdt men uiteraard graag dat men het beste met dieren voorheeft. Maar in feite willen de meeste mensen toch graag dat lekkere, liefst goedkope vlees uit de supermarkt en weigeren ze te kijken naar de kiloknallende gruwelen achter hun smakelijke varkenshammetje. Ook geloof ik niet dat het bestrijden van dierenleed, zoals jij zegt, alleen maar symptoombestrijding is. Of laat ik het over deze boeg gooien: symptoombestrijding kan ook zinvol zijn. Fundamenteel, radicaal en in samenhang aanpakken, ja graag, maar zo gaat het in de Realpolitik nergens en bovendien is wat mij betreft de behandeling van dieren toch tezeer een kwestie van beschaving om die op haar beloop te laten. Afwachten of het met die van extra tepels voorziene productiezeugen ook best goedkomt na de gewenste algehele grootscheepse aanpak is net wat ik niet schouderophalend wil doen. De dogmatische één-item-Partij voor de Dieren kwam er juist omdat geen van de andere partijen merkbaar iets gelegen is aan het dierenwelzijn. Als zij de bio-industrie al noemen, is het ten behoeve van het klimaat en daarmee van onszelf, het is telkens de mens en diens welzijn waarom het gaat. Veeteelt, zo luidt de redenering, moet vervangen worden, niet vanwege het ermee gepaard gaande dierenleed, maar vanwege de erdoor veroorzaakte milieuschade. Daar zit hem bij mij de pijn. De mond steevast vol over minder ammoniakuitstoot, maar nooit over minder dierenleed. In geen enkele discussie over het criterium voor de uitkoop van boeren speelt dat een rol, laat staan de hoofdrol die het wat mij betreft zou mogen hebben. Dat was met de Club van Rome al niet het geval en dat is nog steeds geen hoofdargument. Dus ik ben het wel met je systeemomvattende stellling eens, maar mijn accenten daarbinnen zijn andere dan de jouwe. En ook bij die fundamentele aanpak moet je toch ergens beginnen? Dan eerst inderdaad maar eens weg met de wantoestanden in de veehouderij. Want voor je het weet is die bubbel van de BBB, die van halve waarheden hele leugens maakt, straks de grootste in de Tweede Kamer. Ik moet er niet aan denken.

Ook amateurs niet

Als je bent wat je eet, is mijn vriendin een negerzoen. Of hoe heten ze ook nog, allochtone zoenen mag je niet meer zeggen. Zoenen-met-een-migratieachtergrond dan. Dat kan voorlopig wel weer een poosje. Die zaten recentelijk in de bonus, derhalve kocht A. – alles voor de toekomst van dit land – vier dozen, maar toen we thuiskwamen hadden we er nog maar drie. Dus ik weer terug naar AH. Ja, waarom jij, zul je misschien denken, maar vraag je over dit soort wantoestanden maar niks meer af, die zijn historisch zo gegroeid. En die ene doos was er ook niet meer. Er zat wel een ‘storing in de bonussen’, zei de baliemedewerkster, maar die verklaring bevredigde haar net zo min als mij. We moeten het meer zoeken in het ekstergedrag van de winkelende Neandethaler. Dus toen heb ik nog maar twee van die dozen gekocht, want alleen de tweede kreeg je voor de halve prijs en de eerste was thuis, zodoende. Daarom hebben wij nou vijf dozen. Maar dat is wel fijn, want we krijgen visite die allebei heel dik is, dus die zal ook wel van zoenen houden, met of zonder achtergrond. Zelf begrijp ik niet wat men eraan vindt. Het is ronduit smerige troep.

Weet je wat ik daarnaast niet snap? Wij, jij en ik, krijgen gemiddeld na het publiceren van een blog een stuk of 15 bezoekers. Dat is mooi en goed, daar doen we het heus wel voor. Voor drie ook trouwens. Zelf doe ik het alleen al voor jou. Maar wat ik dan niet snap is dat, als wij al geruime tijd geen blog hebben geplaatst – want eten en drinken gaat nog wel, maar moe, moe – zoals op 17 mei jl., er dan ineens 57 bezoekers zijn geweest. Hoe kan dat? Wat gebeurt daar? Wat was er op 17 mei, een doodgewone, aan alle kanten blogloze, dinsdag? Heb jij enig idee? Storing in de bonussen?

En weet je wat ik als kind tot op vrij hoge leeftijd ook niet snapte? Hoe dat nou precies zat bij ons aan tafel. Of heb ik je dat al eens verteld? Ik begreep de verhoudingen niet, het hoe en het wat. Je accepteert als kind wel meer onduidelijkheid dan later, maar uiteindelijk, ik was een jaar of zeven, heb ik het mijn moeder toch gevraagd: ‘Hoe komen wij eigenlijk aan die jongens?’ Dat heeft ze me toen uitgelegd. Die waren niet van opa en opoe uit Groningen, ook niet van tante Matty en oom Lucas, ze waren van onszelf. Vond ik okay hoor. Je moet het alleen even weten, hè? Overigens kun je familiaire verhoudingen nog zo goed begrijpen, dat verandert er in principe weinig aan. Ik bleef die kleine klojo.
‘Jongens, nemen jullie je zusje ook mee naar Go Ahead?’
‘Ach nee, die kleine klojo, moet dat echt?’

Met mijn nieuwe filosofische vriend, die ook een eminente amateurvoetbalcarrière heeft gehad, heb ik nu een soort wapenstilstand bereikt, waarin hij uiteraard mijn gelijk erkent, maar zijn eigen illusies omtrent de vrije wil toch graag vast wil houden. Nou ja, zoiets mag, zolang men er niemand echt kwaad mee doet. Hij probeerde onlangs op mijn vraag of een terugspeelbal door de benen van je eigen keeper linea recta je eigen doel in ook ‘poorten’ mag heten, nog dit: ‘Wat mij betreft is dat géén poorten: poorten veronderstelt opzet bij degene die zijn tegenstander poort. Heeft de aanvaller die een verdediger poort een vrije wil? De verdediger op dat moment in elk geval niet.’ Dat zijn toch, zo tussen de regels door, insubordinatoire suggesties Fons, over aanvallers. Ik heb hem kort geantwoord: ‘Voetballers hebben géén vrije wil, ook niet bij de amateurs.’ Toegeven in dit soort kwesties is funest. Voor je het weet sleuren ze je mee het ravijn in van de eigen verantwoordelijkheid en andere shit.

Het congres van de Stuurgroep Cultuur En Waarom Daar Nog Steeds Niks Van Terechtkomt in ons Prachtige Dorp – die vraag van jou stond nog open – gaat vooralsnog gewoon over cultuur. Maar er wordt qua verbijzondering al wel in heel verschillende richtingen gedacht, waarover ik volgende week in de bestuursvergadering hoogoplopende onenigheid verwacht, zodat het congres vermoedelijk minimaal drie, maar vermoedelijk vier à vijf vrijwel onverenigbare subthema’s zal krijgen, maar wel met als hoofdthema dan Cultuur.

Van jouw bonbonsfoto ga ik mijn schermachtergrond maken, zulke bonbons wil ik elke dag wel zien. En wat staat C. er weer prachtig op bij de man opgebouwd uit suikerklontjes, ze is zelf een suikerklontje, je bent een geluksvogel dat jij dat elke dag live mag zien, gratis en voor niks. Mijn eigen partner ziet elke dag mij gratis en voor niks en stort zich bijgevolg op de chocozoenen. Chocozoenen! Zo heten ze!

Weet je wat ik zowel de PvdA als GL toch enigszins nadraag? Dat ze in al die principiële discussies over duurzaamheid, landbouw, veeteelt, natuur en milieu nooit als eerste en belangrijkste principe het dierenwelzijn in de strijd gooien. De bio-industrie vinden ze wel verwerpelijk, maar meer om de uitstoot van voor de mens uiteindelijk desastreuze hoeveelheden rotzooi en de voor de mens uiteindelijk desastreuze omweg van voedzame gewassen via de productie van vlees dan om het weerzinwekkende lot van ‘productiedieren’ – het woord alleen al – als varkens. Het bedrijfsmodel van die zo zwaar gesubsidieerde massaproductie-voor-de-hele-wereld wordt wel verworpen, maar niet op de eerste plaats vanwege het leed dat wij dieren daarmee aandoen. Moet ik dan toch naar de PvdD? Ach, fuseerde alles op links nou maar met elkaar, dan had ook ik eindelijk eens rust…

Over rust gesproken: wist je dat ik allang vóór iemand ooit op het idee kwam er een discussie over te beginnen moeite had met Zwarte Piet? Niet toen ik er, toegegeven tot op vrij hoge leeftijd, nog in geloofde, toen vond ik het nog een toffe peer, maar wel al op de middelbare-schoolleeftijd. Ik voelde aan mijn nationale waterhuishouding dat het ging om een bedenkelijk soort karikatuur van een neger, toen je nog neger mocht zeggen. Nu heet zo iemand choco. En ik vond het heel irritant dat ik er zo over dacht, want ik zou destijds, en eigenlijk nu nog steeds, liever horen bij de mensen die makkelijk leven en overal schouderophalend aan voorbijgaan. Die hebben gewoon meer rust, zulke mensen.

Krimp

Dat je een eigen website hebt met publicaties Fons, had je me vast al wel eens verteld, maar je wilt niet weten wat ik zoal meteen weer vergeet. Niet alleen wat jij mij vertelt hoor, alles van iedereen. Alleen heel banale dingen onthou ik, tegen wil en dank, heug en meug, contre coeur. Niet hoe een bekende die ik tegenkom in het dorp ook alweer heet, wel dat hij met zijn vorige vriendin in 1973 (oliecrisis!) ruzie heeft gemaakt op een camping in Bretagne. Dat was een ernstige zaak, daarom nam hij een andere vriendin. Ik weet ook nog waar het over ging: zijn geflirt met vrouwen in het algemeen en op deze Bretonse camping in het bijzonder. Maar hoe hij heet, terwijl we telkens als we elkaar ontmoeten even een praatje maken, al sla je me dood en de bewuste vriendin heb ik niet eens gekend. Dat ze lang rood haar met krullen had, dat blijft moeiteloos hangen en ook dat ze mollig was en een gouden brilletje droeg. Misschien had ze dat laatste beter niet gedaan. Bijziend en bij voorkeur ook een beetje doof zijn betere ingrediënten voor een bloeiende relatie dan altijd alles maar goed in de gaten hebben. Otto? Lothar? Het is geen gewone naam, dat herinner ik mij wel. Niet banaal genoeg voor mij. Oscar?

We gaan fuseren Fons, jouw GL en mijn PvdA! Mark my words! Ik weet wel dat je zoiets liever niet hebt, maar daar moet je toch maar even doorheen, we willen nou eenmaal graag verder. Over Mark gesproken trouwens, wat een loze stampei nou toch weer deze week vanwege die sms’jes. Ik kreeg al een hekel aan het Nederlandse volk toen het zo buitensporig uit zijn dak ging over die andere functie van Omtzigt, maar nu kan het wat mij betreft in zijn geheel opzouten naar de Costa del Sol, Turkije, Chersonissos of waar het verder maar weer als vanouds naartoe vliegt. En de oppositie – Klaver helaas voorop geruggesteund door mijn eigen Volkskrant, die ook almaar tendentieuzer wordt – ontdekt nu een heus patroon in het gedrag van de minister-president, maar mag wat mij betreft onderhand ook wel eens met haar eigen inflatoire Ruttebashingpatroon naar de dokter. Bah, wat zijn die lui tenenkrommend door de bodem van het belachelijke gezakt. Sms’jes nota bene! Dat zijn wat vroeger korte telefoongesprekjes waren. Die moet je dus nou ineens allemaal opslaan en archiveren. Gewone face-to-face gesprekjes? Ook opnemen. Allemaal opnemen en archiveren. Wil je nog vertrouwelijkheden uitwisselen, moet je ze maar mimen. Hoewel, mimen is ook prima vast te leggen met de mobiel. Het kan, dus het moet. Zomaar een beetje knipogen, grimassen, een wenkbrauw optrekken, dat doen we niet meer hoor, hoe moet de oppositie haar controlerende taak anders in godsnaam nog vervullen.
Trouwens al die bewinds- en andere lieden die zo’n corona-sms-je van Rutte ontvingen, hebben die ook alles waar niet expliciet de opdracht tot archiveren bij stond gewist? Mochten zij dat wel?
Nog één zo’n genante wanvertoning en ik stem de volgende keer op Rutte.

Qua inflatoire tendenzen overigens hebben wij hier in huis, als ervaringsdeskundigen op het gebied van Vienetta en Cornetto, een zekere krimpflatie menen waar te nemen. Ze doen water bij het ijs, Fons! Het smaakt namelijk dunner, vinden wij. Maar goed, dat geeft niet, als ik Vienetta was had ik het ook zo gedaan en wij consumeren gewetensvol door. Soms weten we het ook niet heel zeker. A. beoordeelt de chocozoenen van Buys bijvoorbeeld extra kritisch op inhoud en formaat, maar neemt er nu bij twijfel toch maar zeven in plaats van zes. Wij boomers worden wel van alle kanten beschimpt, bespogen en bespot, maar als de grijze golf onder de consumptie wegvalt, zakt de hele economie in elkaar als een pudding zonder plum.

Dus gingen wij zonet – zondagmiddag – een eind fietsen om die chocozoenen er weer af te krijgen, komen we mijn stalker op zijn racefiets tegen, herkent hij me niet! Zie je nou wel, riep A. opgetogen over haar schouder, dat je aan aanwezigheidszwakte lijdt? ‘Dat de burgemeester je niet herkent, alla, maar je bloedeigen stalker, dan ligt het toch echt aan jou!’ Zulke dingen, bedoel ik, versta ik niet.

Wat gaaf Fons, dat je dankzij de Oekraïners hebt ontdekt dat je een leeftijd hebt. Echt, pas als je dat weet kun je verder en proberen te berekenen welke leeftijd precies. Ik zeg altijd maar 83 tegen de mensen, dan hoef ik enerzijds niet zo diep na te denken en oogst ik anderzijds toch vaak wel op z’n minst één opgetrokken wenkbrauw, omdat ze me meestal een jaar of zes, zeven jonger hadden geschat. Het zijn er ruim elf, maar dan nog, dat hoeven zij niet te weten, ik heb tenslotte ook geen idee hoe zij heten. Mijn tante Door zegt altijd op de vraag hoe oud ze is: ‘Ik ben van 1932, rekent u het verder zelf maar uit’.

Terug naar de Oekraïners: dat je met de andere vrijwilligers plus jouw leeftijd zo’n Ikeabed in elkaar hebt geknutseld vind ik lintjeswaardig. Vooral ook gezien de door jou geconstateerde inefficiëntie van vrijwilligers, die inderdaad een wezenskenmerk van de soort vormt. Als je niet over inefficiëntie beschikt, word je gewoon niet aangenomen als vrijwilliger. Het staat bovenaan het lijstje met sine qua nons, als ik me even zo mag uitdrukken. Niet kunnende samenwerkende staat er meteen onder, op een fraaie tweede plaats. Dit zijn slechts enkele van de absolute voorwaarden voor het in dienst mogen treden als vrijwilliger. Heb ik je al eens verteld over onze Stuurgroep Cultuur, waarbinnen ik een prominente bestuursfunctie vervul? Anders binnenkort maar weer eens, hè? We gaan een congres organiseren!

Het schilderijtje van Zlata vind ik mooi en aandoenlijk. Bij haar naam, die Goud betekent, schoot mij spontaan ook die van Zlatan Ibrahimovic tebinnen, die de Gouden Bal nooit won, maar jij hebt geen idee wie dat is, dus daar hebben we nou niks aan. De kwestie is: als je mij een voornaam geeft, al is het maar een stukje, komt de rest vanzelf. Hou die gedachte vast als troost voor als je ook 83 bent.