Misantropie is een keuze

Jazeker, ik heb bij het samenvatten van “Groter denken, kleiner doen” vaak aan Habermas moeten denken. Zijn herrschaftsfreier Dialog mündiger Menschen lijkt naadloos overeen te komen met de oproep die Tjeenk Willink een paar keer in zijn boekje doet. Er is wel een verschil. Bij Habermas heb ik altijd het gevoel gehad dat hij de meest zuivere, of de meest gewenste vorm van democratie bedrijven beschreef. Tjeenk Willink heeft het meer over de huidige deplorabele staat van de democratische rechtsstaat, hoe het zover heeft kunnen komen, en wat we er zelf aan kunnen doen. Het boekje van Tjeenk Willink trof mij vooral omdat hij, in niet mis te verstane bewoordingen, zo kritisch over onze samenleving schrijft. En hij lijkt wel een roepende in de woestijn. Je hoort er bijna niemand over. Hugo Borst, die wel, maar verder niemand.

Volgens Harry Hoefnagels was de herrschaftsfreier Dialog mündiger Menschen een illusie. Een dialoog is nooit herrschaftsfrei, dat kun je wel willen, maar daarmee heb je hem nog niet, vond hij. Niettemin mag ik hopen dat mensen (professionals, politici) gehoor geven aan de oproep van Tjeenk Willink.

Ik kan me overigens niet voorstellen, dat de zuilen terugkomen. Waarom zouden ze?

Ik doe niet aan misantropie. Het is voor mij weliswaar niet moeilijk mensen te benoemen die mij niet aanstaan. Je hebt zelf twee “mooie” voorbeelden genoemd: geslepen winkeldieven en medisch geschoolde ijdeltuiten. Zo kun je altijd wel voorbeelden blijven noemen van types of gedragingen die niet deugen. Maar misantropie, als algemene houding of persoonlijke instelling, werpt een constante schaduw over je leven. Niks voor mij.

Wat niet wegneemt, dat ik me af en toe verdiep in het slechte in de mens. Ik lees nu het boek “Fascisme” van Madeleine Albright. De eerste hoofdstukken gaan over de historie, Mussolini en Hitler, maar de aanleiding voor het schrijven van haar boek is, dat het fascisme weer terug van weggeweest is. Zij ziet Donald Trump als een belangrijke oorzaak daarvan. Zij wijdt hoofdstukken aan o.a. Stalin, Hugo Chavez, Erdogan, Putin, Orban en Kim Jong-un. Ik ben inmiddels bij hoofdstuk 15 aanbeland, dat gaat over Trump. Ben benieuwd. Ik kom er vast nog op terug.

Leuke actie van jou, dat dagboek van Marie van Kessel bedoel ik. Ik ken het natuurlijk niet, maar ik kan me voorstellen dat een gewone burger in buitengewone omstandigheden ervaringen beleeft, die achteraf de moeite van het lezen waard zijn. Ik heb in mijn leven een paar keer nagedacht over het bijhouden van een dagboek, maar het is er nooit van gekomen. Een echte aandrang heb ik nooit gehad, het leek me weinig nut te hebben. Nu weet ik precies waarom ik het had moeten doen, voor mezelf nl., om nog eens na te kunnen lezen wat allemaal heb gedaan en wat me is overkomen, maar nu is het te laat. Ik kan er alsnog aan beginnen, maar ik heb ook al niet de lange adem om wekelijks een blog te schrijven, dus waar heb ik het over.

Maar was je nou al eens in de Japanse Tuin in Den Haag geweest? Hij is maar een paar weken per jaar geopend, en na een halfuurtje wandelen heb je hem helemaal gezien, maar als je toch in de buurt bent, moet je toch eens gaan kijken.

En had ik nou al verteld dat ik de Mattheus Passion live in Amsterdam heb bijgewoond? Op verzoek van mijn zwager heb ik hem vergezeld, hij wilde al jaren een keer gaan. Hij zou in zijn eentje niet gegaan zijn, en ik ook niet. Ik zag er vooraf wel wat tegenop, want die grap duurt drie uur en houd ik dat wel vol? Bovendien heb ik thuis twee uitstekende uitvoeringen en een B&O-surround-installatie dus ik hoef er de deur niet voor uit. Maar ik had twee redenen om mee te gaan (waarbij ik even buiten beschouwing laat dat mijn zwager prettig gezelschap is om mee op te trekken): je moet inderdaad de MP een keer live beleefd hebben en ik was nog nooit in het Concertgebouw geweest (ik heb liever niet dat je dat laatste aan anderen doorvertelt . . . ). Hoewel de uitvoering mij tegenviel (het orkest had een kleine bezetting met een overdreven beweeglijke dirigent, de tekst was niet te verstaan), heb ik met volle teugen genoten. Van Bach dan. Het publiek zat in een tekstboekje te bladeren, maar ik had daar geen behoefte aan. Ik ken het verhaal wel zo’n beetje, en ik vind het ook onbeleefd om in een boekje te ritselen als Bach spreekt. Dan behoor je muisstil te zijn. Aus Liebe zal ik maar zeggen.

Draagvlak

Tjeenk Willink

Ik heb je Tjeenksamenvatting intussen gelezen, dank daarvoor. Je geeft een goede indruk van het boek, dat ik dan vermoedelijk toch alsnog zal bestellen, omdat er ongetwijfeld allerlei voorbeelden en uitweidingen in staan, die in zo’n samenvatting het loodje leggen. Mijn commentaar schuif ik nog even voor mij uit, met je goedvinden, al kan ik er al wel alvast dit over zeggen: wat wij nodig hebben, als ik Tjeenk en jou goed begrijp, is wat ik nu maar even gemakshalve in mijn eigen woorden zal omschrijven als een ‘Herrschaftsfreier Dialog Mündiger Menschen’. Ken je dat? Het is het ei van Columbus. Een absolute voorwaarde om een goed werkende democratie te krijgen. Wel is zo’n goed werkende democratie, zoals we wellicht al eens eerder constateerden, ook een absolute voorwaarde om die Dialog überhaupt op gang te brengen. Met andere woorden wij zitten in een Gordiaanse Spagaat. En dat blijft voorlopig zo, mark my words. Wie op onze leeftijd in een spagaat belandt, komt er niet meer uit. Het gaat Tjeenk en jou trouwens, onder ons gezegd en gezwegen, helemaal niet om zo’n dialoog, hè? Jullie willen de samenleving, toenemend bestaand uit losse zandkorrels, weer met water en cement tot zuilen aaneen kitten.
Maar hoe precies?
En waaruit bestaan ze, de nieuwe zuilen?

Existentieel probleem

Mijn eigen grote kwestie nochtans zijn elastiekjes. En dan met name omdat men mij die steeds afpakt. Leg ik bijvoorbeeld mijn broodzak plus elastiekje even zolang terwijl ik eet op tafel, grist daar ráts een of andere deplorable het elastiekje mee en draait het in één moeite door om zijn eigen opgerolde krant. Terwijl ik dus haast geen elastiekjes van mezelf heb en daar bijgevolg altijd heel zuinig mee ben. Koop dan een doos vol, zul je zeggen, die dingen kosten haast niks. Maar dat staat mij tegen Fons, omdat je elastiekjes in principe overal in het wild aantreft en die dan dus, dat blijkt wel, zonder meer mee kunt pakken. Dat is meteen de kern van mijn probleem: je kunt niet zeggen ‘hé, dat is mijn elastiekje’ of ‘geef mij onmiddellijk mijn elastiekje terug’. Dat kan gewoon niet met elastiek. Met een balpen wel. Dan vindt iedereen het de normaalste zaak van de wereld als je zegt ‘ho, hier daarmee, dat is mijn balpen’. Die raak ik derhalve ook nooit kwijt, balpennen. Sterker: daar krijg ik er steeds meer van. Joost mag weten waar ze vandaag komen, maar spreken van een tsunami is, behalve weinig origineel, niks overdreven. Mijn bureau hier thuis ligt er vol mee. Jassen, broeken, boodschappentas en zo voort, brillenhoes en rugzakje: ze puilen uit van de balpennen. Als ik ze zelf niet per abuis meeneem van een inspraakavond voor verontruste buurtbewoners, waarbij wij onze grieven tegen de geplande nieuwbouw op een formulier mogen spuien via één van de ernaast in een beker staande balpennen, dan stuurt de Stichting In Nood (Parkinson, Zeeleeuwen, Kind) wel een gulle envelop met foeilelijke ansichtkaarten plus een balpen annex het verzoek even iets aan ze over te maken, bijvoorbeeld 10, 25 of 40 euro, ze noemen maar iets, bij wijze van handig voorbeeld, maar dat doe ik dan nooit, terwijl ik die balpen wel hou. Dat zijn soms verdomd mooie balpennen, van die dikke met ribbeltjes, gericht op senioren met artrose in de vingers, want die maken meestal wel schuldbewust vanwege iets nog ergers dan artrose weer wat over, bij voorkeur via de meegestuurde acceptgiro en met behulp van de mooie, nieuwe balpen. Dus dat is het probleem niet. Elastiekjes, die zijn het probleem. Maar niet voor lang meer. Want mijn vriendin P. is wegens reorganisatie van haar bedrijf met collectief ontslag en heeft al plunderend met de rest van het collectief nu voor ons in de aanbieding: nietjes, plakband, perforators, kladblokken, tabbladen, paperclips, dichte insteekhoesjes, rekenmachines, open insteekhoesjes, ordners en last but not least etiketten om op open of dichte insteekhoesjes te plakken. Ik hoef van al die dingen niks. Alleen elastiek wil ik, véél elastiek. En vooruit, misschien een roze perforator, dat is toch ook wel aardig. Die zie je niet vaak, in het roze. Kladblokjes zijn trouwens ook nooit weg. Of open insteekhoesjes. Op de dichte insteekhoesjes krijg ik niet goed vat, intellectueel gezien. Als je ze open moet maken om er iets in te steken, mogen ze dan nog wel insteekhoesje heten? Of als ze insteekhoesje heten omdat ze zo makkelijk opengaan, mogen ze dan nog wel dicht heten? Maar goed, dat is meer iets om ’s nachts wakker van te liggen, overdag moet je toeslaan in de rat race om elastiek.

Misantropie

Om telkens weer een nieuwe reden blijft de ander mij intussen met scepsis vervullen. Ik zal twee recente voorbeelden geven, omdat mijn geheugen gelukkig niet verder meer reikt dan een dag of wat. Mijn draagvlak ten opzichte van de medemens neemt wel af, maar ik weet vaak niet meer zo heel concreet waarom. Misschien gaat het wel steeds om dezelfde reden.

Gisteren was het de zelfscan bij AH. Sinds die is ingevoerd, is de winkeldiefstal met 100 procent gestegen. Gewoon verdubbeld dus. Mogelijk moeten we toch eerst hier iets aan doen Fons, voor we het probleem van de maatschappelijke leemte, ontstaan door ontzuiling, het afschudden van ideologische veren en de perverse privatisering van alles wat goed en heilig was aanpakken. Ga je daarmee akkoord? Allemaal achter slot en grendel, die winkeldieven? Als je ziet wie het doen, bij de scanapparaten, wie met zo’n bovengemiddeld neutrale blik de dure vleeswaren en de luxenootjes boven de scan langs in hun tas laten glippen, weet je dat het om dezelfde soort gaat die een frisse duik in het meer neemt alleen om te gaan piesen. Je ziet het gewoon aan hun gezichten: open en eerlijk, een rustige oogopslag, alle tijd en belangstelling voor andere zwemmers die onderweg misschien gered moeten worden. Of mutatis mutandis in de winkel voor andere scanners die nog niet zo goed kunnen scannen. In het vooroverbuigen naar zo’n andere scanner gaan de eigen nootjes in één moeite soepel mee vanuit de winkelmand in de tas. Daarna worden melk en biscuitjes ordentelijk gescand en ook die ene kilo appels nog en dan volgen de runderworst en de bonbons van Lindt dezelfde boog als de nootjes. Het is een wonderlijk schouwspel, dat alleen maar suggestiever wordt – gelaagder zeg maar, kunstzinniger als het ware – wanneer de act samen met de partner wordt opgevoerd. De partners knopen luidruchtige praatjes aan met iedereen in de omgeving, dekken de crime scene daarbij zoveel mogelijk af met joviale handgebaren, trekken intussen iets uit het mandje opzichtig zodanig langs de scanner dat die niks scant en roepen er een AH-medewerker bij voor hulp bij de penarie. Als dát niet eerlijk en betrouwbaar is, weet de partner het ook niet meer. Vertrekt de medewerker weer, gaan hoppa beide tubes tandpasta – 2 halen 0 betalen – alsmede de John Cabot Herenpolo ad € 10.98 – eveneens tegen sterk gereduceerd tarief – onderlangs de jammerlijk falende scan de tas in.

Vandaag is het de medische stand en dan met name die vertegenwoordigers ervan, die voor de Volkskrantrubriek, waarin zij mogen vertellen over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde, hun verhaal insturen. Aanvankelijk, zo stel ik me voor, werden ze daartoe aangezocht door de krant. En dan kreeg je inderdaad mooie stukjes over de moed van een bepaalde patiënt, diens geheel eigen kijk op een probleem, de voorbeeldige manier waarop hij of zij een terminale last droeg en zo voort. Maar tegenwoordig sturen de medici naar hartenlust uit eigen beweging hun verhalen in, die dan stuk voor stuk als alibi dienen om zichzelf in de schijnwerper te plaatsen. Kijk mij toch eens een geweldige arts zijn. Ze ontdekken bij voorkeur iets wat andere artsen elders is ontgaan en verpakken hun zelffelicitatie als een schouderklopje voor de patiënt die, let wel, zo verstandig was hen bij wijze van second opinion te benaderen. Gepoogd wordt de nadruk op de patiënt te leggen, maar wat eruit springt is hun eigen egomaniakale voortreffelijkheid. Hoe belangrijk zij zijn geweest in het leven van een patiënt, diens naasten, een collega. Hoe hun aandacht puur goud betekende voor het welzijn van de ander. De enorme dankbaarheid die hun vervolgens dan ook ten deel valt. Als lezer raak je ongemerkt verblind door de schittering van zo’n persoonlijkheid.

Natuurlijk, ze zijn ontoerekeningsvatbaar, dat weet ik ook wel en mededogen is op zijn plaats. Ze hoeven wat mij betreft ook niet gemarteld, of in ieder geval niet erg, maar ze moeten wel de extra beveiligde inrichting in. TV kijken mag, internetten is toegestaan, normaal eten en drinken okay, luchten op z’n tijd uiteraard, maar niet meer vrij in de samenleving.

Mijn vriendin N. te Voorschoten heeft haar poes Mienele ook ontoerekeningsvatbaar verklaard, nadat die van de week een meesje van het balkon had geklauwd en dat knus binnen op kwam peuzelen. Maar ontoerekeningsvatbaar amme hoela. Opsluiten dat gajes. In de bak met die kat.

Dromen

Nu voor ik hem weer vergeet mijn droom van vannacht. Beschrijvingen van dromen zijn altijd zonder uitzondering verschrikkelijk, dus je kunt hier met een gerust hart alttabben naar je eigen Gustave Riom. Oh, dat had je al gedaan? Nou ja, geeft niet, ik kan dit ook heus wel alleen verder. Het ging over Friezen. Dat wil zeggen het ging over mij natuurlijk, maar dan zodanig dat ik, 69 jaar oud, op hun eigen invitatie naar Friesland was getogen, omdat ze daar zaten te springen om een beetje een bekwame gymnastiekdocent. Ik geloofde dat meteen. Dat springen van ze bijvoorbeeld leek nergens naar, ze zaten gewoon te zitten. En toen ik daar wat van zei, zeiden ze: het is toch zitten te springen? Ik wees ze mild terecht en stelde voor het anders te doen als ik eenmaal in functie was, goed? Ja hoor, natuurlijk, ze knikten mij hartelijk toe. Ze waren stuk voor stuk echt heel vriendelijk, dat gebeurt me niet vaak in een droom. Ze hadden ook allemaal een stoel bijgetrokken – we zaten in zo’n ouderwets grote Friese keuken – en keuvelden er gemoedelijk op los. In het Fries weliswaar, maar als ik iets niet begreep, legden ze het me uit en zelfs als ik even naar de wc moest, stonden ze als één man op, pakten hun stoel en kwamen ook daar gezellig bijzitten. Geen probleem, niet moeilijk doen tegen de nieuwe gymnastiekjuffrouw. Ik vond het zó genoeglijk. Dat heb je toch niet hier in Wijchen. En ook in de Achterhoek, mijn geboortestreek, deden de mensen dit niet. Tenminste niet massaal, niet bij wijze van hartverwarmende folklore, zoals in Friesland. Ze hadden trouwens by the way voor mij het Gemeentehuis heringericht en zeiden ‘zoek de beste kamer maar uit, die is voor jou, daar mag je nu altijd wonen’. Gemeubileerd en wel was die kamer, veel raam, mooi licht, splinternieuw bureau en Lundia wandkasten! Bovendien kreeg ik, toen ik mijn broek weer aanhad, twee hard gekookte eieren. Een voor mij en een voor A., die er vanaf dat moment kennelijk ook bij zat. Dus ik zeg ‘Hier m’n beste roerdomp, neem een ei’ (A. wil niet meer dat ik m’n duifje zeg waar anderen bij zijn), waarna ook zij een ei begon te pellen. Het was zonder meer buitengewoon vredig en idyllisch. Verder leidde het nergens toe, maar ik vond het meer dan voldoende zo.
Zulke dromen vind ik vaak heel fijn.
Je bent er dan echt even uit.

Ongedisciplineerd bloggen

Tot slot waarom ik zo onregelmatig blog. Dat komt doordat ik mij uit de naad werk aan het dagboek van Marie van Kessel. Dat was een kruidenierster in Wijchen, die tijdens de tweede wereldoorlog – toen die begon was zij 48 – haar ervaringen optekende. Daarvan maakte zij vervolgens een typoscript en dat tik ik nu integraal over, omdat het zo slecht leesbaar is. Het zijn meer dan 70 dichtbedrukte A-4-pagina’s, dus daar ben ik wel behoorlijk zoet mee, vooral natuurlijk waar ik mijn hersens aan moet spreken om voor weggevallen, bevlekte of anderszins raadselachtige passages niettemin via de context een zo plausibel mogelijke suggestie aan te bieden. Toch is het mooi werk. Je krijgt er een goed beeld mee van het alledaagse leven in zo’n dorp tijdens die oorlog.

Ik doe dit voor de mensheid.

Hoor wie klopt daar…

Wat we hier overigens wel hebben zijn aardstralen. We kregen ooit een robotgrasmaaier cadeau en die maaide dankzij de aardstralen alle kanten op, behalve de door ons gewenste. Ook keerde hij na een diagonaaltje of twee graag uit zichzelf terug in zijn hok, om daar voldaan hummend voor zich uit te gaan zitten kijken naar al het gras dat hij niet ging maaien.

Dezelfde stralen bedienen ook onze verlichting, zowel buiten als bijvoorbeeld in de badkamer. De betrokken lampen doen ze naar eigen goeddunken nu eens uit, dan weer aan, een beetje zoals met de stoplichten in Almelo. Ik stuur de stralen zelf ook wel eens, ’s nachts als ik toch wakker lig, telepathisch naar mensen die ziek zijn of depressief of geloven in astrologie. Aardstraaltelepathie – in tegenstelling tot bijvoorbeeld acupunctuur, de stand der hemellichamen of ongeschilde aardappels in een jute zak – werkt. Dat zeggen de ontvangers zelf ook. Ze worden er beter van, zeggen ze. Gelukkiger, fitter, gezonder. Of slechter. Maar links of rechtsom is er sprake van een significant effect. Mijn tante Door heeft last van rusteloze benen. Als ik me kwaad maak, leg ik die op afstand lam en komt ze de hele dag het bed niet meer uit.

Afgezien van dit soort statistisch onderbouwde waarnemingen zitten we met ons huis ook nog eens precies in het hart van een Bermudadriehoek. Kijk, die mail van jou met de Tjeenkdocumenten, die kwam met een rood aangezette waarschuwing over verdachte bijlagen, dus ik had nooit op ‘negeren’ mogen klikken. Maar ook bona fide post verdwijnt soms ongezien in de kolk. Sms’jes, Facebookberichten, chats, eigenijk alles wat zich digitaal van A naar B denkt te verplaatsen, wordt zonder waarschuwing de driehoek ingezogen. Hele televisiezenders vallen uit de lucht. Op inhoud wordt daarbij niet gelet, alleen kwantiteit telt. Eén dingetje, bijvoorbeeld een like op Facebook, vormt de druppel en groiiink, daar gorgelt mijn hele Feijenoord-Ajax op Ziggo samen met drie willekeurige appjes het anonieme zeemansgraf in. Een soort zwart gat is het, waarvan niemand ooit een foto heeft gezien.

Geesten? Hebben wij ook. Dan gaat zomaar ineens ‘s nachts om half vier het alarm beneden in de gang af. A. komt haar slaapkamer uit in the one with the stars and stripes en gebaart in alle staten bibberend, met ons startpistool in de aanslag, dat ik vóór mag gaan de trap af. Zo komen we bij het oorverdovend loeiende alarm, zien op de display dat de inbraak as we shiver in de garage plaatsvindt, toetsen na drie keer de code correct in en duwen elkaar dan druistig richting garage. ‘Doe jij de deur open?’ ‘Nee, doe jij maar, jij hebt het pistool.’ ‘Ja, maar jij hebt beide handen vrij.’ Intussen belt de alarmcentrale of alles kits is bij de dames. Nu heb ik dus iets in handen en wel de telefoon, en iemand aan de lijn, en wel Freek, dus moet A. de garagedeur opendoen. We nemen Freek mee de garage in. Daar treffen wij op de sensor een spin met een spartelende vlieg in z’n knuistjes, maar zich voor het overige van geen kwaad bewust. Of er schiet een muis uit de bak met oud papier zo hóp de doos met schoonmaakspullen in. Feitelijk is het al genoeg als één pissebed op zijn rug ligt en een andere pissebed hem weer overeind probeert te kantelen. Als je er oog voor hebt, kom je ontroerende dingen tegen in het dierenrijk. Pissebedden met name zijn heel behulpzame, bijna hartelijke bedden. Hoe dat evolutionair zit? Dat zit evolutionair zo: bij mannetjes pissebed die vrouwtjes pissebed overeind helpen en ook vice versa is het met de seks een kwestie van nou we toch bezig zijn, waarmee voornoemd altruïstisch gedrag zich als vanzelf in één moeite door verspreidt. ‘Nou, kijk toch nog maar eens goed overal’, zegt Freek en wenst ons verder een rustige nacht. Dus doorzoeken we de rest van het huis, waar zich ook opmerkelijk veel beweegt – van zilvervisje tot tor, van motje tot mug, van halfdode darren tot webben die wiegen op de wind – maar gelukkig geen sensoren zijn. Als ik een inbreker was, zou ik mij – daar heeft Freek gelijk in – zo vlug mogelijk naar de rest van ons huis begeven. Anderzijds ziet een beetje crimineel natuurlijk op de oprit al dat er weinig valt te halen hier. Het geld zit in de stenen jongens. En zie het daar maar eens uit te krijgen! Met je hippe klauwhamertje! Ja, eenmaal op zolder durven wij wel weer.

Of dat in mijn keukenradiator een stem mompelend in de weer gaat met files op de A50 alvorens met een reutelende zucht weg te sterven onder het huis. Daar floepen op hun beurt afsluitdeksels van loze zijtakken van de riolering af, waarna we maanden achtereen in ondraaglijke stank zitten voor de oorzaak wordt ontdekt. Tegen die tijd zijn er een stuk of tien loodgieters, klusjesmannen en waterleidingexperts aan het zoeken geweest, het pad van de voordeur naar de weg is opgebroken en weer dichtgegooid, zuig- en blaasapparatuur zoog en blies door de ontluchtingskanalen richting dak, maar geen expert die iets kon vinden. Tot uiteindelijk een buurman, het gelazer zat, de kruipruimtes inging en daar het werk van de Rioolgeest aantrof.

Jawel, er is meer tussen hemel en aarde dan wij denken.
Wie goed kijkt, kan het lezen in de sterren.

Berichten van het front

‘Forum voor Demagogie’ is aardig gevonden. Doet me denken aan Koot en Bie, nog altijd onovertroffen. Sterker: niemand haalde na hen dat niveau. Ook die jongens van Draadstaal niet. Ze komen soms in de buurt, maar meestal niet. Ik deed vroeger mijn deur in de studentengang op slot als Koot en Bie er waren. De anderen lachten op verkeerde momenten en zeiden ‘schenk mij nog es in’, dwars door het Simplisme heen. Gingen ze evengoed staan bonzen op die deur. Terwijl ze zelf allang een kleuren-tv hadden en ik niet eens thuis was.

Ik heb Koot en Bie ontdekt toen ze nog de Klisjeemannetjes heetten.
Ook heb ik Piet Keizer ontdekt toen hij nog voor DOS speelde.
Alleen heeft hij daar nooit gespeeld.

Dit is wat ons geheugen met ons doet.
Het schept ongerijmde nostalgie.

Dat tomeloze gedraai van Baudet overigens vindt Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren allesbehalve problematisch. Op haar partijcongres zondag 31 maart zag zij volgens de Volkskrant juist in deze flamboyante eigenschap kansen voor samenwerking. Forum immers was een jonge partij met nog ‘niet uitgekristalliseerde’ opvattingen over een groot aantal onderwerpen. ‘Hun leider’ zo sprak zij zonnig, ‘is van de grote woorden en de nogal losse omgang met feiten. En dat biedt mogelijkheden.’ Kijk dat vind ik nou gedenkwaardige woorden. Benieuwd hoe die twee elkaar gaan vinden op het gebied van natuur en milieu, waar de opvattingen van Baudet toch al best tamelijk uitgekristalliseerd mogen heten. Misschien was het een aprilgrap van Thieme. Misschien is Baudet zelf een aprilgrap.

Intussen is mijn beminde huisgenoot weer gevallen. Op dezelfde arm die via gesciplineerd dagelijks oefenen net een beetje revalideerde van de vorige val. Ditmaal is zowel ellepijp als spaakbeen dwars doormidden geknakt en lijkt het opnieuw de kant van operatief ingrijpen op te gaan. Zelf ben ik zodoende vrij geruisloos weer in de mantelzorgmodus geschoten. Strijken, koken, eten bereiden, voorsnijden, opdienen, de vaat doen, haren wassen, aankleden, uitkleden, douchen, poederen, wc-bezoek logistiek begeleiden, moed inspreken, uitfoeteren, kusjes op het gips, schouder masseren, pijn aanzien. Dat is eigenlijk het ergst, zien hoe een ander pijn lijdt. Dan zou je zelf wel graag wat meer in psychopathische richting angehaucht zijn.

Andere dingen hakken er ook aardig in. Zo hoorden wij de afgelopen week ten eerste dat een vriendin, die met vage klachten naar de huisarts ging, tot in de botten uitgezaaide kanker heeft, ten tweede dat de kleindochter van een goede kennis de Ziekte van Crohn blijkt te hebben, met darmen zo vol zweren dat ze de studie eraan moet geven en ten derde dat een bevriende kunstenaar in Zuid-Frankrijk, door een rare auto-imuunziekte overrompeld, ineens het zicht in beide ogen kwijt is. Ook wordt er om ons heen – ik noem hier slechts omroep, verpleegtehuis en moestuinen – flink gestorven.

Aan de andere kant: als je zelf het ergste dat je je voor kon stellen – buiten absurde anomalieën als wreedheid en marteling – al hebt meegemaakt, heb je wel een fijne basis voor alles dat nog volgt. Was uns nicht neckt, macht uns stärker, und so weiter.

Maar soms hoor je ook ineens weer iets waar je van opknapt. Zo zeulde ik daarnet met de boodschappen van AH langs een hoge heg waarachter een paar kinderen van een jaar of zes met een bal in de weer waren en hoorde ik de ene roepen ‘Peet, jij bent de scheids’ waarop een ander jubelde ‘Oh Arie, mag ik de VAR dan zijn?’

Dit had ik allemaal willen aanvoeren als excuus voor het nog niet gelezen hebben van jouw Tjeenk-Willink-exposé, maar de realiteit is dat die op mijn pc enorme chaos teweegbracht, allerlei rare menu’s trillend en bevend over het scherm heen en weer deed schieten en uiteindelijk na de beproefde uit- en weer aanmethode met mail en al verdwenen bleek. Die zien we niet meer terug Fons, laten wij ons daarover geen illusies maken.

Wat zou je zeggen van een ouderwetse brief?

Forum voor demagogie

De spreekbeurt van Thierry Baudet naar aanleiding van de uitslag van de provinciale verkiezingen op 20 maart heeft zoveel tongen losgemaakt, dat ik hem maar eens onder de loupe heb genomen. Als iedereen het erover heeft, wil ik ook wel eens weten waar het over gaat.

“De uil van Minerva spreidt zijn vleugels bij het vallen van de avond”. 

Zo begon de lezing. Eindelijk, als het bijna te laat is, daalt de wijsheid over ons neer, bedoelde hij te zeggen, geloof ik.

“Temidden van de brokstukken van wat ooit de grootste en mooiste beschaving was die de wereld ooit heeft gekend. . . . . de mooiste architektuur, de mooiste muziek en de mooiste schilderkunst heeft voortgebracht die ooit onder de sterrenhemel heeft bestaan. Ons land maakt onderdeel uit van die beschavingsfamilie”.

Hebben wij de mooiste beschaving die ooit bestaan heeft? Doet dat niet te kort aan al die andere beschavingen die zoveel moois hebben gebracht aan hun deelnemers? Het is niet alleen kortzichtig, maar het roept ook herinneringen op aan tachtig jaar geleden: wij zijn beter dan die anderen. Superieur.

En de lezing gaat verder.

“Maar net als al die andere landen van onze boreale wereld worden we kapot gemaakt door de mensen die ons juist zouden moeten beschermen. We worden ondermijnd door onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen, en die onze gebouwen ontwerpen, en bovenal worden we ondermijnd door onze bestuurders.”

Nou nou. Poe hee. Sjongesjonge. Dit is nieuw voor mij. Ook uit het toehorend publiek klonk slechts een aarzelend applausje. Gelukkig kwam er een toelichting.

“ ’n Kliekje omhooggevallen netwerkers, beroepsvergaderaars, mensen die nog nooit een boek hebben gelezen in hun leven, en geen idee hebben wat op de lange termijn de belangrijke issues zijn. Zij beheersen helaas de besluitvormingsorganen van ons land en maken, in een merkwaardige mengeling van onkunde en cynisch eigenbelang, keer op keer de verkeerde keuzes. Niet lang meer!”

Dat schiep meteen duidelijkheid: uit het publiek steeg een gejuich op. Daar waren ze het nu eens van harte mee eens. Baudet ging verder met het afkraken van Mark Rutte: belastingverhoging, twee-en-half-miljoen mensen onder de armoedegrens en werkloos langs de kant, grenzen wagenwijd open, honderdduizenden mensen uit andere culturen toegelaten, crisis bij de politie, verkrachters lopen gewoon vrij rond, kaalslag in ons onderwijs, bureaucratische woeker in de gezondheidszorgen, en die verschrikkelijke EU wil de baas over ons spelen. En waarom gebeurde dit allemaal? Volgens Baudet gelooft men niet meer in onze beschaving, onze cultuur, onze kunst, onze feestdagen, onze helden. (Met men bedoelt hij denk ik de universiteiten, kunstenaars, journalisten en bestuurders).

“Maar in dat immense spirituele vacuüm is tegelijkertijd een grandioze ketterij binnengedrongen, een nieuwe immanente religie, een politieke theologie. De leden van het kartel geloven in niets, en vereren tegelijkertijd één afgod, genaamd transitie. Duizend miljard willen zij offeren op het altaar van deze afgod, in de vorm van windmolens, warmtepompen, zonnepanelen en andere volkomen onrendabele projecten . . . . die ons heel erg veel geld kosten en ons dus heel erg straffen. . . . Deze duurzaamheidsafgoderij stort niet alleen onze economie in de totale ondergang, hij is ook bedoeld om onze geest, ons zelfbewustzijn nog verder te krenken. Inderdaad: schuldgevoel is hetgeen waar deze klimaathekserij zich mee voedt. . . . . Het is pure zelfhaat. Een schuldcomplex.”

Duizend miljard. Hij heeft het in ieder geval goed laten doorrekenen, dat moet gezegd. En met warmtepompen moet je inderdaad uitkijken, ze zijn minder rendabel dan je zou willen.

De duurzaamheidsafgoderij is bedoeld om ons zelfbewustzijn nog verder te krenken. Linie, heb jij daar al wel eens bij stilgestaan? Ik durf te wedden van niet.

“En als u er iets van wil zeggen, als de bevolking zich keert tegen de algehele capitulatie van onze bestuurders, weet u wat ze dan doen? Dan schaffen ze het referendum af!”.

Boegeroep in het publiek. Ik citeer nog enkele flarden:

“Dat is de toestand van ons land vandaag. Die arrogantie, die stupiditeit, is vandaag afgeschaft.”

“Ons land verkwanseld door de bestuurders van het kartel.”

“Wij zijn naar het front geroepen omdat het moet, omdat ons land ons nodig heeft”.

“Wij zijn erfgenamen van de grootste beschaving die ooit heeft bestaan. Enkele tientallen jaren van indoctrinatie door de media en het onderwijs kunnen dat nooit begraven.”

“Iets dat dood leek, iets dat achter ons zou liggen, dat kan, zo weten wij, weer tot bloei komen. Precies dat is onze leidraad, ons leidende motief, wij zijn de partij van de wedergeboorte, van de renaissance. Dat is wat wij willen bewerstelligen. Dat is nu noodzakelijker dan ooit. Wij gaan een nieuwe generatie opleiden en de huidige leiders vervangen en verslaan. Wij zullen niet rusten tot de democratie is hersteld en het partijkartel is gebroken. Herstel van de democratische rechtsstaat. Wij zijn het vlaggeschip van de renaissance”.

“Op deze rots gaan wij onze zuil bouwen. We gaan onze democratie herstellen. Vandaag is de eerste grote veldslag gewonnen”.

Dit raakt allemaal aan het onrustige gevoel dat mij de laatste jaren heeft bekropen. Het gevoel dat de dertiger jaren terugkeren. Baudet noemt die terugkeer een renaissance. Maar is het niet gewoon een hang naar bedenkelijke ideeën waarvan de geschiedenis heeft geleerd dat die ons niet verder helpen maar juist in het verderf storten? En dan de huidige elite verwijten dat die geen idee heeft waar dit op termijn toe kan leiden? Hoe arrogant kun je zijn?

Ik denk niet dat het zal beklijven, we zijn in de 21e eeuw aanbeland, we stevenen af op ontwikkelingen die we nauwelijks nog kunnen overzien. Wie in de 19e eeuw is blijven hangen, ziet überhaupt niets meer.

Ik heb net zonnepanelen besteld.