Plat vermaak op mijn flatscreen

Ik heb een kleine drie maanden geen blog geschreven. Dat intermezzo is mij goed bevallen. Bloggen werd een heilig moeten, waardoor het me ging tegenstaan. Ik heb niet nu eenmaal niet jouw schrijfdrang, Linie, ik doe het soms graag, maar ook wel eens niet. En nu wordt het weer eens tijd. Eigenlijk zou het mijn hobby moeten zijn, want zo heel veel hobby’s heb ik verder niet. Moet een mens veel hobby’s hebben? Is dat beter voor je? Ik heb geen idee eigenlijk.

Weet je dat je voor de TV zit en achter de computer? Weet jij hoe dat zit? Jij bent toch goed met woorden? Wil je dat eens voor me uitzoeken?

Hoe dit ook zij, met de computer en de TV heb ik het grootste deel van mijn hobby’s te pakken. Ik kijk regelmatig TV, maar ik kijk zelden nog naar wat er wordt uitgezonden. De commerciële zenders hebben bij mij lang geleden al afgedaan. Niet alleen is de kwaliteit van de programma’s matig tot slecht, maar ik heb vooral nooit kunnen wennen aan de reklamespotjes, die op elk ongewenst moment opduiken. Het is lang geleden, enkele decennia denk ik, dat ik een avond naar een commerciële zender heb gekeken. De publieke zenders zijn wat beter, maar ook die houd ik steeds meer voor gezien. Ik was razend enthousiast over Ruben Terlou in China, en ook de reportages van Thomas Erdbrink over Iran mochten er zijn. Voor Lubach op zondag zet ik de TV aan, en het acht-uur-journaal sla ik ook nooit over, maar dat is het wel zo’n beetje.

Ik ben de afgelopen jaren een Netflixer geworden. Daar moet je extra voor betalen, maar dan heb je ook wat. Niet dat ik dan naar verheffende programma’s of diepgravende reportages zit te kijken, het is vooral entertainment, maar dan van niveau. Vooral de series kunnen verslavend werken. Sommige zijn zo goed dat ik ze een jaar later nog een keer bekijk. De tweede keer is het minder spannend, maar het blijft leuk. De echt goede producties komen uit het buitenland, in Nederland kunnen we dat nu eenmaal niet maken. Als ik nederlandse acteurs (m/v) bezig zie en vooral hoor, doet het pijn aan mijn vliezen, net en trommel bedoel ik dan.

Ik heb ooit een collega gehad die wel een TV had, maar geen kabel. Hij gebruikte zijn TV alleen om naar DVD’s te kijken. Hij moest niets hebben van wat er zoal wordt uitgezonden. Zo ver ga ik niet, maar ik kom in de buurt. Arjen Lubach betoogde onlangs, dat de omroepen steeds meer een doorgeefluik zijn geworden van producties, die door gespecialiseerde productiebedrijven worden gemaakt. Lubach’s betoog sloeg bij mij aan, want ik vraag me al jaren af waar we de omroepen nog voor nodig hebben. Ze zijn ooit ontstaan toen Nederland erg verzuild was, maar die tijd hebben we nu wel gehad. In de 21e eeuw hebben we geen omroepen meer nodig. We kunnen volstaan met één organisatie die het TV-aanbod regelt. Veel efficiënter.

Als ik genoeg heb van de TV ga ik tekenen, maar eigenlijk is het geen tekenen, het is digitaal natekenen wat anderen hebben getekend, daarvoor zit ik dus weer bij een beeldscherm. Ook deze hobby is tijdelijk, net als al mijn vorige hobby’s. Op enig moment krijg ik er genoeg van, en dan zoek ik weer wat anders. Ik vind altijd wel weer wat.

Moestuin- en andere complexen

Hier weer even wat losse invallen, want zolang jij de voorkeur geeft aan de hele dag maar tekenen, websites ontwikkelen voor de complexen van mijn vriendin en andere vluchtroutes verzinnen, heb ik natuurlijk niks om echt coherent op in te hakken.

De mens dan maar weer.

Mijn reserve ten aanzien van de mens is dat die, gezien zijn oorspronkelijk zo veelbelovende potenties, allesbehalve het best mogelijke resultaat van wat dan ook is. Struggle for life en survival of the fittest hebben uiteindelijk bepaald een bedenkelijk product opgeleverd, moreel gezien. Fittest betekent dan ook niet de moreel beste, maar de best aangepaste. Bescheidenheid, gevoeligheid, sociale intelligentie, zachtheid, homoseksualiteit, empathie hebben in de voortplantingsrace te vaak het loodje gelegd, zijnde niet meteen de eigenschappen die ons het meest van pas komen in barbaarse omstandigheden als oorlog, ijstijd of Boer Zoekt Vrouw. Homofobie snap ik nog. Homo’s wisten zich in hun geheel zelfs in tijden van vrede en harmonie nauwelijks voort te planten. Ja, dan maak je het er zelf ook naar, vind ik. Maar al doende ontstond zo wel de norm hetero, agressief, godsdienstwaanzinnig, hard, wreed en moordzuchtig, waar we sindsdien met name ‘s zondagsavonds mooi mee zitten. Vergeleken met wat het óók had kunnen zijn, lijkt mij wat tegenwoordig normaal is so wie so behoorlijk psychopathisch. Het heet alleen mooi en goed, omdat het gewonnen heeft.

Laat mij de stelling met een enkel voorbeeld staven. De hedendaagse herenmode. Het lijkt hierbij misschien meer om esthetiek te gaan, maar alleen een moreel hopeloos aan lager wal geraakt wezen komt op het idee van de hedendaagse herenmode. Neem de te krappe colbertjes met bijpassende pantalon. Of beter nog die claustrofobisch hoog gesloten bovenste knoopjes van overhemd of poloshirt. Of nee, wacht: de grote, zware, vaak ook nog zwarte brilmonturen, waarvan prins Bernard jr. hors categorie het allerfraaiste exemplaar heeft opgezet, waarna uiteraard ook de vrouw, van tenger, jong en blond tot obees, mollig en henna, zonder enige druk van kerk of moskee zo’n wangedrocht op haar neus plakte. Wat is dat allemaal voor waanzin? Waar ging het definitief mis in de evolutie? En gebeurde dat geleidelijk, met af en toe eens per ongeluk een bovenste knoopje dicht, via minder sterfte door verkoudheid leidend tot een tsunami van dichte knoopjesdragers na pakweg 2010? Of ging het via een spontane kortsluiting in het gen van de goede smaak?

Ander voorbeeld. Afgelopen zaterdag zat ik in een uitverkochte Vereeniging in Nijmegen, al wekenlang vastbesloten me te verheugen op wat er komen ging en daar ter plaatse nietsontziend van te genieten. Volledig over the top immers, het Requiem van Verdi, dus zwelgen zonder voorbehoud. Maar wat ik vergeten was: men moet in november niet naar een concert gaan. En zeker geen concert voor voornamelijk mensen van mijn leeftijd met hun bovenste knoopje nog los. Mijn god, meteen al de inzet van de cello’s – zo teer, zo mooi, zo sensueel beloftevol – ontging me finaal. Verkoudheid, Fons. Overal om mij heen. Iemand schuin achter mij blééf er zelfs bijna in en raakte zodanig verstrikt in minuten lang gehijg, gesnotter, gehoest, genies en onderdrukt gerochel, dat twee andere toeschouwers, ik schat van een jaar of 75, ongelooflijk de slappe lach kregen gedurende het hele Kyrie Eleison. Empathie, hè? Is er niet meer. Heb jij wel eens twee bejaarden de slappe lach zien krijgen om het versterven van de derde? Moet je bij ons in de Vereeniging komen. Toch schonk ik ze over mijn schouder heen een hartelijke knipoog, want al met al vond ik het onverwacht gezellig. Zo huiselijk ook, ken je dat? Er werd weinig tot niet geboerd door het publiek – zo zijn we dan ook wel weer – maar verder deed de sfeer me echt denken aan vroeger bij ons thuis. Vreemd genoeg de sopraan ook. Bij ons deden ze principieel niet aan klassieke muziek en toch versterkte de sopraan mijn nostalgisch sentiment tot in de hoogste regionen. Af en toe, tussen al het gehik en gesnotter door, hoorden wij haar buitengewoon mooi zingen, maar vooral zagen wij ook allemaal hoe zij, telkens als ze weer overeind moest voor een partij krachtpatserij bóven koor en orkest uit, een slok water nam, opstond, met beide handen van links naar rechts en terug haar décolleté omhoog sjorde en één heup naar voren wierp om haar voeten beter in het podium te verankeren voor het lanceren van de volgende raket. Kortom het voorgenomen genieten vond beslist wel plaats, met of zonder cello’s. Maar heeft de evolutie deze dingen werkelijk zo bedoeld?

Intussen kunnen we er met z’n allen niks aan doen, hè? Dat is het schrijnende. Als iedereen wat beter had opgelet, was het ook met mij nooit zover gekomen. Dan had ik me happy gevoeld bij de norm, was ordentelijk getrouwd, in alle redelijkheid ook weer gescheiden en nu in het bezit van tenminste drie lieve kleinkinderen. Maar ze lieten mij vroeger, zonder ook maar één gedachte aan bijsturen dan wel hardhandig ingrijpen, hele middagen alleen met:
Pietje Bel
Pim Pandoer
De Kameleon
De Jongens van Bontekoe
Dik Trom
Thijs de Jongen
Heer Bommel
Tom Poes
de Donald Duck met:
Donald zelf
Dagobert Duck
Guus Geluk
Willy Wortel
Mickey Mouse
Goofy
Knabbel en Babbel
Wolfje
Hiawatha
Kwik, Kwek en Kwak
(en heel, heel soms, kwam Katrien Duck om de hoek kijken, maar daar vond ik niks aan, Katrien)

Jongens en mannen, allemaal vrijgezel, met zin voor avontuur. Wist ik veel van Cissy van Marxveldt, Leni Saris en Top Naeff met hun warme gezinnen, kokette vriendinnenclubjes en romantische verliefdheden. Dat zulke dingen bestonden vertelden mijn ouders mij niet. Die vertelden mij überhaupt niks, alleen dat je goed moest zijn voor anderen, anders zwaait er wat. En daar las ik toch echt weinig over bij Pietje Bel, de Jongens van Bontekoe of Pim Pandoer. Die deden allemaal op hun manier aan struggle for life en survival ot the fittest en dat beviel goed. Had mij als kind één andere blik vergund op wat het leven van een vrouw verwacht en ik was te paard, te zwaard, per duikboot of bolide op zoek gegaan naar kokette vriendinnenclubjes, romantiek en een warm gezin.

Daarentegen heb ik nu een partner, die op haar 68-ste nog in alle ernst overweegt  voorzitter te worden van vier middelgrote moestuincomplexen. Zoiets stoms heeft zelfs Katrien Duck nooit bedacht. Met het gevolg dat ik om de haverklap voor massa’s moestuinlui koffie zet, met tafels en klapstoeltjes sjouw en stroopwafels, pepernoten en chocola insla, want vergaderen moet natuurlijk hier, in de keuken van de voorzitter. ‘Als ik in vredesnaam maar wel ongestoord voetbal kan kijken’, eiste ik afgelopen maandag, toen er 20 man werd verwacht. ‘Tuurlijk,’ antwoordde zij, ‘die mensen komen de keuken niet uit, het gaat om een belangrijke bestuurswisseling.’ Echter nog niet stond het 1-0 voor de Duitsers of reeds viel het Hoofd Beheer Kleine Tuintjes op weg naar de wc mijn kamer binnen. ‘Oh, wat zit je hier leuk in je hangouderenstoel. Hé, wat is dit voor boek? Ach Harari, dat heb ik ook gelezen! Wat vind jij ervan? Zet hem anders even op pauze, de tv, ze hebben het in de keuken over Zwarte Piet.’

En wie faciliteert de hele wantoestand weer gul en belangeloos, met al zijn joviale charmes, kennis en competentie op het gebied van websites bouwen voor zoveel moestuincomplexen als je maar wilt? Hè?

 

Hobby’s, hou ze voor jezelf

We waren een weekje op de Wadden. Als wij op de Wadden zijn vogelt mijn vriendin met Willem van Staatsbosbeheer. Willem is al meer dan 45 jaar, vanaf zijn vijfde, met vogels in de weer en herkent nu elke soort aan een ritseltje in het riet. Dat is knap, zul je zeggen, want de zwartgekraagde bontbekplevier bijvoorbeeld zit uit prinicpe niet in het riet. Dat is hem te min, de zwartgekraagde bontbekplevier wenst nog niet dood aangetroffen te worden naast een kneu, blauwborst, rietzanger, bruine kiekendief, geelgors of karekiet. De roerdomp wel, die vindt het daar juist fijn. Willem weet precies waar de roerdomp zit, die ene die Nederland nog rijk is. En als mijn vriendin dan thuiskomt, na zo’n lange middag door haar kijker turen op het eiland, pakt zij haar opschrijfboekje en noteert, puntje van de tong tussen de lippen, nauwgezet alle 23 soorten die zij heeft gezien, waarbij de overlap met het rijtje van de dag ervoor gemiddeld 21 blijkt. Begrijp jij zo’n hobby? Ik niet. Je mag er bijvoorbeeld, als de soorten worden bijgeschreven, niet doorheen praten. Je mag ook bij de roerdomp niet zeggen dat het, van de twee keer dat ze die hebben gezien, waarschijnlijk drie keer een blauwe reiger was, want dat is heiligschennis. Willem is heilig. En daarmee de hobby. Net als de moestuin. Daar heeft ze niet een Willem voor, maar toch: geen leven zonder moestuin en geen moestuin zonder leven. God wat heb ik daar, om de boel voor algehele verflensing te behoeden, een tijd en energie in verspild. Want mijn vriendin moet ook zingen hè, hobby nummer drie, bij voorkeur midden in de zomer in Italië, terwijl hier de aardappels, boontjes, bieten, bessen, courgettes, pompoenen en zo voort, bloemkool, peen en broccoli, natuurlijk wel water moeten hebben. Ik vind een hobby tot daaraan toe, maar een ander, laat staan je bloedeigen partner, meeslepen in het verderf gaat te ver. Scrabbelen. Hobby nummer vier. Vind ik bijna nog erger dan de moestuin. Maar scrabbelen kan niet in je eentje, dus wie legt er toch z’n ziel weer bloot met woorden als lusteloos, down en klotezooi? ‘Ja, maar dan krijg je vanavond broccolitaart, hmmm!’ Omkoopbeleid, hobby nummer vijf. Zelden iemand ontmoet die de jezuïtische kneepjes van het manipulative relatiemisbruik zo tot in de finesses beheerst. Ze zegt dat ze dat van de nonnen heeft geleerd.

Nee, dan mijn hobby’s. Die zijn de eenvoud zelve en komen erop neer dat ik vooral tv kijk. Boer Zoekt Vrouw, waaraan ik een intense hekel heb – met die mensonwaardige competitie, de okselkrampende interviewmaniertjes, deelnemers die jaar in jaar uit nooit eens iets interessants zeggen – zie ik steeds weer reikhalzend tegemoet. En dan niet campy, maar gewoon oprecht benieuwd naar wie er bij wie past en waarom niet, of waar ik op welke wijze in zou grijpen. Maar daarmee is er wel weer een hap uit mijn leven. Midsomer Murders, anderhalf uur per aflevering en te debiel voor woorden: neem ik op. Zij het niet altijd natuurlijk, alleen als het tegelijk met Boer Zoekt Vrouw is. Voetbal: mijn halve bestaan mee verdaan. Ook al die nabeschouwingen hè, het hele verschijnsel hakt er gewoon enorm in. Maar van voetbal word je vrolijk, met name na een partijtje scrabble, dat so wie so al minder ondraaglijk wordt met voetbal in het vooruitzicht. Afgelopen zaterdag is er bovendien, zeggen alle nabeschouwers, met de 3-0 tegen Duitsland, een nieuwe lente in het Nederlandse voetbal aangebroken, dus wat wil ik nog meer? Dat het niet eigenlijk 4-1 voor de Duitsers had moeten zijn misschien. Maar ja, een kniesoor die stilstaat bij kwaliteit. ‘Heb je Paul Witteman gezien?’ vraagt mijn vriendin dan wel eens. Nee Fons, een mens moet wel keuzes maken.

Hoewel? De Wereld Draait Door. Daar kwam ik vorige week per abuis in terecht. D.w.z. mijn zapgedrag wordt gestuurd door een oeroud algoritme waar ik als modern en bovengemiddeld verlicht iemand opmerkelijk weinig over te zeggen heb. Ze hadden sterrenkundige Vincent Icke te gast. In DWDD moet alles snel, sneller, snelst. Wat was er vóór de oerknal, Vincent? In één minuut graag!

Nou heb ikzelf die vraag in 1989 reeds afdoende beantwoord in Paso Doble, maar ja, als niemand dat leest, blijft zo’n kwestie telkens maar weer opkomen.

Wij zijn van aardse stof gemaakt en kunnen alleen maar aards stoffig denken, in begrippen – met de oerknal gegeven – van tijd, ruimte en causaliteit. Oorzaak en gevolg Fons, schrijf het anders even op. Met die oerknal ontstonden ruimte en tijd. En geen nanoseconde eerder, want er was geen eerder. Ergo de vraag naar wat ervóór was is zinloos. Net zoiets als wat er ten noorden van de Noordpool is. Niks. Ten noorden van de Noordpool is niks, want buiten de aarde bestaat geen oost west thuis best.

Dat van die Noordpool had Vincent Icke uit Paso Doble gehaald. Hij maakte er alleen de Zuidpool van, anders is het zo openlijk plagiateus, maar verder was het voorbeeld volledig van mij. Matthijs van Nieuwkerk en Jan Mulder echter wilden zich er niet bij neerleggen. Met name de eerste bleef maar doorsnateren. Snel, sneller, snelst, maar wel diezelfde vraag uittentreure herhaald. Even leek bij Mulder, met het voorbeeld van de Zuidpool, iets van een lichtje op te gaan, maar hij bracht het niet verder dan een knikje dat geen knikje wilde zijn en een mond die ontheemd openhing. Punch drunk, Jan. Teveel kopballen in z’n goeie tijd. Intussen eiste Van Nieuwkerk nog steeds een uitleg van Icke die één minuut mocht duren. Icke weigerde. Hulde voor deze gast. Ik vraag me overigens af waarom die überhaupt in zo’n programma wil verschijnen.

Nee, geef mij dan die boeren en hun vrouwen maar. Die zeggen weliswaar niks bijzonders, maar schreeuwen ook hun eigen domheid niet zo schaamteloos de huiskamer in. In het vervolg zap ik om DWDD en mijn eigen algoritmes heen.

Wij moeten keuzes maken. Wij. Jij, ik. Tenminste nu nog, zolang we niet onsterfelijk zijn. De geleerden twisten tegenwoordig over het jaar waarin de mens dat doel bereikt zal hebben – 2100 of 2200 – maar zijn het er unaniem over eens dat het onherroepelijk gaat gebeuren. Alleen niet voor ons, jou en mij. Ik weet niet wat we hebben misdaan, maar wij gaan nog gewoon ouderwets dood.

Niettemin prijs ik mij net zo gelukkig als jij jouzelf deed in jouw laatste mail, maar vinden wij beiden al dat geluk ook wel angstwekkend. Te mooi om waar te zijn immers. Dit kan toch niet doorgaan zo? En dus worden we, met dat de tijd voor ons meer gaat dringen, almaar koortsachtiger gelukkig. We moeten keuzes maken. Er is teveel voor de tijd die ons nog rest. Welke informatie bijvoorbeeld wil ik nog wel en welke toch echt niet meer? Zo probeer ik zolang mogelijk niet te weten wat een podcast is, terwijl zijn hijgende schaduw mij reeds in het nekvel klauwt. Er treedt almaar meer gelukstress op, tot wij serieus een burn out overwegen.

Nee, daar mag je niet mee spotten, dat weet ik ook wel.
Maar iemand moet het doen.

Netherlands First

En we hebben weer een hype, trots geïnitieerd door minister van Defensie Bijleveld. Een hackpoging tegen de OPCW, tijdig gespot en transparant gemaakt voor ons, het volk. De vier hackers – al in april – het land uitgezet en de Russische ambassadeur ontboden, kopje koffie met vulkoek, gezellige babbel over al dat gehack en het ritualistische schijngevecht is weer geleverd. Volk voorgelicht. Plus dat we het nu ook beter snappen als er weer wat meer geld naar nieuwe kogelwerende commandohelmen moet. Die oude kunnen echt niet meer!

Mooie persconferentie, voornamelijk gegeven omdat de Amerikanen vanmiddag met een eigen persverklaring komen…

Plaats uw been boven de rest van uw lichaam…

Tussen de bedrijven door even wat losse gedachten, voor de broodnodige ontspanning in aanloop naar jouw volgende blog.

Wat mijn stappenplan inzake de verbetering van alles en iedereen betreft, erkende je per mail ruiterlijk dat het geniaal was, maar suggereerde je bij wijze van kanttekening met name wat extra aandacht voor stap drie, de uitvoering. Daar kan ik op zich wel in meegaan, maar soms is de uitvoering helemaal niet zo problematisch als je denkt.

Neem bijvoorbeeld hoe de samenleving op het – ook digitaal – geïsoleerde eiland Carache omgaat met haar ouderen, elders als minderheidsgroep toch overwegend negatief gediscrimineerd. Ik kwam al zappend in een documentaire over dit eiland terecht op het moment dat een van de jongere bewoners werd geïnterviewd en ongeveer dit zei:

Onze ouderen op het eiland zijn belangrijk, ze zijn ons geheugen en ons archief, we moeten naar ze luisteren en doen wat ze zeggen. We moeten hen:

  1. waarderen
  2. comfortabel laten leven en
  3. ervoor zorgen dat ze niet gaan stinken.

Kijk, zo eenvoudig kan het zijn qua erkennen, herkennen en zoveel mogelijk voorkómen van een probleem.

Kennelijk is de in onze samenleving vigerende afkeer van ouderdom, geassocieerd immers met ziekte, lijden en de dood, niet echt genetisch bepaald. Maar waar het om gaat is dat ‘genetisch bepaald’ iets anders is dan moreel goed. En als mens hoor je dat laatste voorrang te geven. Had je maar geen mens moeten worden. Erst kommt die Moral, dann das Fressen.

Het leek mij een interessante documentaire, maar toen ik in de gaten kreeg dat de interviewer Filemon Wesselink was, ben ik meteen doorgezapt naar een willekeurige andere zender, waar ze iets gevonden hadden tegen kramp in het dijbeen tijdens concertbezoeken. Alles beter dan Filemon Wesselink, die lowlife met z’n stiekeme afluister- en opnameapparatuur, teneinde vertrouwelijke gesprekken tussen BN’ers (i.c. Onno Hoes en Albert Verlinde) uit te zenden. Hoe diep kan een mens zinken, onder het vaandel van vrije nieuwsgaring of net gelijk welk ander doekje voor het bloeden.

Wat viel ons verder nog op de afgelopen dagen? De relatieve déconfiture van Freek en Hella de Jonge, met het ‘tonen van hun kwetsbaarheid’ in een museum. Het schoot mij acuut in een dijbeen. Hoeveel zelfoverschatting van BN’ers moet je eigenlijk kunnen verdragen? Of zie ik dit verkeerd? Moet ik dat exhibitionistische gepraal accepteren als een gulle gift aan het Nederlandse volk? Freek mag wat mij betreft als cabaretier zonder meer worden bijgezet bij de grote drie, Wim Kan, Toon Hermans en Wim Sonneveld. Ik adoreerde Neerlands Hoop ten tijde van het WK voetbal in Argentinië, toen het zo terecht ageerde tegen het regime van Videla, dat met inbegrip van de vader van godbetert onze huidige koningin massaal mensen dood martelde. In moreel opzicht heeft Freek altijd gelijk. Als cabaretier acht ik hem mijlenver verheven boven nietszeggende brallers als Youp Van ‘t Hek. Maar dat ego, dat ego…

Wat het uniek menselijke fenomeen van het martelen betreft, ben ik intussen trouwens tot de conclusie gekomen dat elke wreedheid die het menselijk brein zich voor kan stellen ook wel ergens ter wereld werd of wordt begaan. En natuurlijk doneren we aan Amnesty, natuurlijk signeren we petities aan generaals, natuurlijk steunen we protesten links, rechts en door het midden, maar verder kijken we weg, in het niet onaangename besef dat we er persoonlijk, als arm en machteloos individu, toch niks aan kunnen doen.

Zou dat wegkijken ook onder de ‘condition humaine’ van Malraux vallen? Net zoiets als het geloof in God pas opgeven als je je eigen vrouw hebt zien sterven? Zelf sloot Malraux zich in de Tweede Wereldoorlog in 1944 bij het verzet aan, dat wil zeggen nadat zijn eigen broers gevangen waren genomen.

De verweekte westerling wordt tegenwoordig niet echt meer geprikkeld om ten koste van zijn eigen hachje het juiste te doen. En dat komt mij goed uit, want ik geef geen sou voor mijn eigen dapperheid. De Tweede Wereldoorlog was onze laatste uitdaging. Vandaag de dag hoeven we alleen nog maar op te letten dat we andere mensen niet teveel of onnadenkend kwetsen. We moeten ons in hen verplaatsen. Met respect behandelen. En ervoor zorgen dat ze niet gaan stinken.

Weet je waarmee het ook niet zo goed gaat? Voetbalclub Achilles 29, uit het aanpalende Groesbeek. Het gaat eigenlijk ronduit slecht met Achilles en trainer Eric Meyers zit dan ook zonder werk. Toch voelt hij zich nog redelijk wel. ‘Echt?’, vroeg Joeroen Pauw hem onlangs, ‘want je zit nou toch thuis?’ Ja, nou ja, antwoordde Meyers, ‘dat is inherent aan ons vak, ik bedoel: Alex Pastoor zit thuis, Peter Bos zit thuis, dus ik zit toch in een mooi rijtje zit ik thuis!’

Zo denk ik er ook over. Er is altijd wel een rijtje waarin je zelf mooi thuis zit.

Afgelopen zaterdag spotte ik, als interviewer voor onze onverschrokken omroep, op een door de Zonnebloem ingehuurde boot iemand in een ander rijtje, die mij bovengemiddeld interessant leek. Het was het rijtje van de leuke, aardige, vrouwelijke stuurmannen. Ik bedoel ik had de voorgeschreven dagorganisator al geïnterviewd, de penningmeester, het Bestuurslid Activiteiten en 4 van de 150 gasten, dus ik dacht wie zal ik nou nog es pakken, shit is dat daar een vrouwelijke stuurman? Dus zonder dralen de zuchtende cameraman meegesjord de stuurhut in. Maar wat mij vervolgens regelmatig overkomt, gebeurde ook nu: de geïnterviewde vindt mij eng. ‘Je bent te deftig’, zegt mijn vriendin, ‘ze vinden jou kale kak.’ Maar dat is onzin, hoor Fons. Mijn vriendin ja, die vindt mij kale kak, maar verder valt het reuze mee. Ik doe ook niks kakkigs, maar stel gewoon een vraag of zes, zeven, over wat voor opleiding zo iemand heeft genoten, welke de valkuilen zijn in de uitoefening van het beroep, of ze dit werk altijd hebben gedaan en zo voort en daar krijg ik dan vaak een keurig maar extreem kort antwoord op. Ook nu de ene one-liner na de andere. Eigenlijk precies waar ik altijd zo vergeefs naar verlangde tijdens het notuleren van bestuursvergaderingen, waar ik vaak geen raad wist met alle smeuiige anecdotes, maar voor een tv-reportage hoop je daar juist op. Dus na de laatste one-liner van de stuurvrouw (‘Spectaculaire dingen? Nee, varen is gewoon zeg maar hartstikke saai’) berg ik zwetend de microfoon op, de cameraman klapt zijn statief in en de geïnterviewde begint te praten. Honderduit praat zij, over haar opleiding, over de valkuilen die ze tegenkomt in de uitoefening van haar beroep, over de collega’s, over waar de boot allemaal nog meer voor wordt gebruikt, personeelsfeesten, familiediners, jubilea, bruiloften en partijen, over dat ze zoveel plezier heeft in haar werk, ook en vooral bij slecht weer, want moet je horen, hee, blijf nou nog even, want bijvoorbeeld met die hagelbuien laatst, weet je wel, dat stond nog in de krant…
Nou, zul je zeggen, klap het statief uit, plug de microfoon in en opnemen maar weer! Maar zo werkt het niet. Het statief klapt uit en de stuurvrouw dicht. Zo werkt het. Niet met wethouders en andere met name zichzelf respecterende ambtsdragers hoor, daar moet je de microfoon vaak via een harde return op terug veroveren, maar met gewone mensen. Die vinden zo’n camera poespas. En mij eng. Laten we er niet omheen draaien.

Rest mij nog de kramp in het dijbeen. Tegen kramp in het dijbeen, weet ik nu dankzij Filemon Wesselink, kan men het best een houding aannemen die het hele betrokken been een centimeter of 10 uittilt boven de romp. Alleen zo wordt de balans hersteld tussen de hoeveelheid bloed in het betrokken been en de rest van het lichaam, waardoor u al spoedig zult merken dat de kramp afneemt.

Ik hoop dit binnenkort uit te proberen bij het Bachkoor in de Vereeniging alhier.
Die voeren het Requiem van Verdi uit.
Jij komt zeker niet?