Over Linie Plukker

https://nl.wikipedia.org/wiki/Megchel_Doewina

Andere koffie…

Onlangs, in de kliniek, bij de controle van mijn nieuwe heup, kon ik de neiging om op iedere zich daartoe lenende vraag – wanneer gebruikt u pijnstilling?, doet u deze oefening wel?, hoe vaak hebt u last van dit probleem? – te reageren met ‘evely molning’, maar mijn tot wintermantelzorger gemaakte gaf de antwoorden, dus dan houdt het op. Die zegt trouwens bij almaar meer dingen – sokken aantrekken, voeten wassen, mijn pc aanzetten – dat ik die nu zelf weer kan. Ze vergeet daarbij dat ik die dingen vroeger ook al niet goed kon. Mijn pc bijvoorbeeld is heel oud en de aanknop moet je heel hard en vaak en onvermoeibaar lang induwen (onze hulp zegt dan ‘dat moet bij mij ook’, maar zulke dingen zeggen wij niet), met bij voorkeur een kleerhanger van hout, voordat hij rammelend in werking treedt. Terwijl ik echt nog erg vermoeibaar ben, dat wordt onvoldoende ingezien. Mijn eigen antwoord overigens lag almaar op het puntje van mijn tong, omdat mijn filosofische vriend mij had verteld over een Engelse journalist in China, die veel belang stelde in het democratisch gehalte van het land. Hij vroeg een willekeurige voorbijganger in Beijing: “Do you often have elections?”, waarop die vriendelijk antwoordde: “Yes, evely molning!”. 

Laten we trouwens maar niks van de Chinezen zeggen. Ik verhaspel tegenwoordig alles, zoals jij vroeger met je ‘Hoertelijke graten, Maria bid voor Fons’. Alleen doe ik het niet expres, jij wel en Chinese obers vertrouw ik bij nadere overweging ook niet meer, met hun ‘Wilt u blootje gezond?’

Visite: Wat is een epicolaps?
Wintermantel: Ze bedoelt apocalyps.
Visite: Maar waarom zegt ze dat dan niet?
Wintermantel: Ze heeft een delirium gehad.

Had ik je al verteld over mijn delirium, Fons?
Maar laten we beginnen bij het begin: de heupoperatie.

Vóór zo’n operatie krijg je een infuus. Krijgen is best een ontspannen woord, als je had gezien hoe dat ging. De verpleegkundige van dienst, een heel aardige vrouw, Els heette ze, kon het infuus niet in de aderen op mijn hand krijgen. Twee, drie keer probeerde ze het, ene hand, andere hand. ‘Ach, wat vervelend, dat gebeurt me anders nooit!’ Zelf vond ik het ook behoorlijk vervelend, maar wat je dan zegt, inwendig vloekend, is: ‘Geeft niet hoor, shit happens’. In de arm lukte het ook niet. Uiteindelijk besloot ze een kindernaaldje te nemen en dat lukte goddank wel.

Toen kwam de anaesthesioloog eraan. Die had me, vermoedelijk om verdere afbladdering van mijn verstand te voorkomen, al eerder aangeraden géén roesje te wensen, laat staan een algehele narcose. Wel kwam hij me nu een ruggenprik ‘geven’. Ook al zo’n eufemistiche term. Want tegen die gift had ik echt opgezien. Ten onrechte: ik herinner me nu al niet meer dat ik er ook maar iets van voelde. Misschien komt dat door de belabberde toestand van mijn hersens, maar dan zou ik me toch eigenlijk sowieso niks meer moeten herinneren. Het tegendeel is het geval.

Ik weet bijvoorbeeld nog goed hoe ik op die vrijdag de laatste heup van de dag was en daarmee van de week. Dus de chirurg maakte korte metten. Dat zijn ook de beste metten vaak. Om 15.00 uur de operatiekamer in, om 15.55 er weer uit, dat was tenminste zaken doen. Ik kon alle gesprekken, achter het scherm tussen boven- en onderlijf, goed volgen, want geen roesje, en genoot volop van het gezaag, geklop en geboor aan gene zijde. Na drie kwartier gingen ze sollen met mijn onderlijf. Het werd met grof geweld naar links, naar rechts en weer terug gegooid – waarschijnlijk, bedacht ik goedkeurend, om te kijken of de nieuwe prothese er niet al te makkelijk weer uit schoot. En ze denken vast ook ‘die voelt toch niks’, maar mijn bovenlijf weet heus wel wat mijn onderlijf aan het doen is. Heen en weer zwiepen!

Rond half 6 weer op mijn kamer – het onderlijf nog volledig verlamd – kreeg ik de warme maaltijd geserveerd. Dat bleek toch wat vroeg na de operatie. Rond 7 uur voelde ik dat ik waarschijnlijk dood ging. Er was geen ic in deze kliniek, wel een zojuist aangetreden nachtwacht, gespecialiseerd in het panisch bellen met het UMC in Nijmegen. Maar gelukkig kreeg ik op het randje van de afgrond toch nog vat op de alarmknop. Er kwam iemand aangesneld die riep dat mijn bloeddruk wegviel. Nou is die standaard al vrijwel afwezig, dus wegvallen is een groot woord, maar daar kwam de nachtwacht al opgepiept, er gebeurden dingen met het infuus, aan de bloeddruk viel niks meer te meten en iets in mij besloot dan in vredesnaam iedereen maar onder te kotsen. Halverwege mijn door de lucht vliegende toetje vergezeld van een paar hapjes vis en wat puree, begon ik weer bij zinnen te komen en wees de nachtwacht op de dekschaal van het dienblad, om daarin verder te kotsen, volgens verwachting helemaal tot en met de soep. Dat vond ze een goed idee. Maar in de dekschaal bleek een gat te zitten, voor de duim wellicht, dus de nachtwacht werd opnieuw de dupe. Temeer toen ze geheel zonder ruggenspraak met mij de dekschaal had geruild tegen een klein plastic spuugzakje, terwijl ik dacht dat qua bereik de dekschaal nog steeds meedeed. Dus het meeste kwam buiten het zakje en opnieuw over de nachtwacht. Je begrijpt nu wel beter waarom er zoveel hulptroepen op dat schilderij van Rembrandt staan. Ze zijn soms echt nodig.

Vervolgens wilde ik tot geen enkele prijs verder nog lastig zijn en werd de hele nacht wakker gehouden door een zwaar soort bezemveeggeluid, dat iedere 20 minuten het eventueel wat indommelen adequaat bestreed. Tegen zessen echter hield ik het niet meer en belde nog een keer. Een tamelijk chagrijnige verpleegkundige – ook in knie- en heupklinieken heb je op het intimiderende af chagrijnige zorgverleners – snauwde dat het zware veeggeluid een bekend aircoprobleem was, dat het uit de badkamer kwam, dat je het gewoon uit kon zetten en dat je de badkamerdeur bovendien dicht kon doen. Ik probeerde me iets naar haar toe te draaien op mijn zij, maar dat ging nog niet.

De nacht in de kliniek – je moet er de volgende dag weer uit – mocht ik absoluut geen slaapmiddel gebruiken. Dat had ook weinig zin gehad met die dominante airco, maar de volgende ochtend vroeg ik aan een verpleegkundige of ik thuis wel mijn gebruikelijke slaapmiddel weer mocht gebruiken. ‘Ja hoor’ luidde het antwoord, ‘Dat kan gerust’.

Twaalf dagen ging dit goed. Dat wil zeggen afgezien van de optredende obstipatie, die zes dagen achtereen klysma’s nodig maakte vanwege de betonnen wal die zichzelf steen voor steen voor de achteruitgang had opgeworpen. Van boven kun je veel met koffie doen, ook met vezels en fruit en de haastig aangeschafte lactulosestroop. Maar op de betonnen wal kun je nog zoveel koffie gieten, het helpt geen zier, je dient de wal van de andere kant te benaderen. Het uiteindelijk reutelende resultaat deed onweerstaanbaar denken aan mijn goeie ouwe pc.

In de elfde nacht thuis raakte ik in een delirium. Zelf kreeg ik daar niets van mee, maar een ooggetuige kwam vanuit haar kamer over de gang heen op het lawaai afgestommeld. ‘Je stond middenin je kamer, zonder krukken, in het donker,’ aldus het verslag achteraf. ‘Alles wat op je nachtkastjes, het bureau en de stoelen lag, had je op de grond geveegd. De volle waterkan had je omgekeerd boven je bed, desgevraagd omdat de 25 nietjes in je wond dorst hadden gehad. Je kon geen kant meer op en riep: “Hoe kom ik hier ooit weer uit, kan iemand mij zeggen hóe?” Ik dacht: kijk, zo word je dus als je dement bent. “Wat wil je dan eigenlijk”, vroeg ik. Je wou naar de wc. Dus ik gaf je de krukken aan, maakte de weg naar de deur vrij en liet je passeren. Even later kwam je zonder krukken, maar nog steeds slaapwandelend, terug van de wc. Je wou mij helpen het matras om te draaien, natte kant naar beneden, droge lakens erop. Ik heb je zolang tegen de muur gezet. Eenmaal weer in bed gemanoeuvreerd begon je over politiek, maar dat heb ik niet helemaal meer afgeluisterd, sorry.’

Nou, maar dat geeft toch niks, Fons. Ik luister ook niet altijd tot het eind naar haar. Dan hoor ik, al op weg naar mijn keukentje, de wegkwijnende klanken nog wel, met altijd een paar ‘je moet zus en je moet zo’s’ erin, maar begin intussen zelf vast met koffiezetten.

Al googlend kwam ik er de volgende dag achter dat de vanuit de kliniek voorgeschreven en meegegeven pijnbestrijder Naproxen absoluut niet samen met mijn ook door de kliniek genoteerde slaapmiddel gebruikt mag worden. Mensen raken, aldus internet, van die combinatie in coma of sterven zonder omhaal. Om dit soort misverstanden voor andere patiënten te voorkomen, moet je ze wel melden, liefst in de vorm van een algemeen advies zonder man en paard te noemen, dus dat heb ik netjes gedaan, vooral blij dat ik dat überhaupt nog kon.

Over klysma’s gesproken: een alternatief georiënteerde vriendin van mijn filosofische vriend vertelde eens op een verjaardag, waar ook hij aanwezig was, dat zij en haar partner zichzelf tweewekelijks een koffieklysma toedienden, omdat dat zo purerend werkte op de darminhoud. Er volgde een gepaste stilte op deze bekentenis, tot iemand vroeg: ‘Met suiker en melk?’

Geen nieuws, goed nieuws

Onlangs zag ook ik pas dat jij een blog had geplaatst en wel al op 28 november. Ik kreeg daarvan evenmin bericht en onder het bovenstaande motto bracht ik dus al die tijd geen bezoek meer aan onze site. Jammer, jammer, want jouw verkiezingspraatje is een schot in de roos: zogenaamd zwevende kiezers zijn gewoon onbenullig rechts. Daarom dient een echte democratie een burgerschapstest te eisen, vóórdat wie dan ook zou mogen stemmen. En op alle scholen moet het vak burgerschapskunde onderwezen worden, waarin je leert hoe je zinnig redeneert, wat je zoal moet weten en waarover je zoal na moet denken om zo’n test met goed gevolg af te leggen.

Overigens was het niet uit teleurstelling dat ik niks ’terug’ blogde, maar vanwege mijn heupoperatie op 8 december en een kleine reeks van tegenslagen die daarop volgde en in de verte wel wat leek op ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’, zodat de associatie zich opdrong met die vermaarde verzuchting ‘God is dood, Marx is dood en zelf voel ik me ook niet zo lekker meer’. Nu gaat het wel weer, dus misschien is er toch nog hoop.

Terug naar de verkiezingen: ik vond de berichtgeving in de reguliere, want andere volg ik niet, media bedenkelijk welwillend en zogenaamd ‘neutraal’ over het succes van de Tegenpartij en stuurde eind november de volgende boodschap naar de lezersbrievenrubriek van de Volkskrant.

PVV – NSB
Ligt het aan mij, of durft niemand hardop te zeggen wat de PVV is: een raszuivere nationaal-socialistische partij, die – behalve partijorganisatie en troepenvorming – ideologisch in niets verschilt van onze vooroorlogse NSB?
Kleine minderheden als zondebok zoeken voor de eigen rancune en frustratie; kunst, cultuur, rechtspraak, journalisten, intellectuele ‘elites’ willen ausradieren; eigen volk eerst, nationaal en individueel eigenbelang voorop. Zelfs het parlement, de gekozen basis van onze democratie waar de PVV zelf nu zoveel profijt van heeft, typeren als nepparlement: wat betekent dit? De PVV heeft geen leden, alleen maar een leider. De NSB was idolaat van Hitler, de PVV voelt zich helemaal thuis bij Poetin. Allemaal peanuts?
Zoals er nu, zonder enige nadruk op al die analogieën, in de media over geschreven en gesproken wordt, is het alsof de PVV een fris hedendaags verschijnsel is, nog geen 20 jaar oud, merkwaardig los van onze bloedeigen vaderlandse geschiedenis.
Begripvol vergoelijken is te gevaarlijk voor een zo langdurig bevochten democratie als de onze.’

Kennelijk vond ik onze democratie toen toch nog wel de moeite waard. Zoals gebruikelijk werd mijn ingezonden brief niet geplaatst – alleen die over mijn bereidheid mee te doneren aan een redelijk maandsalaris voor Ayaan Hirsi Ali werd wel ooit geplaatst, waarna ik van het desbetreffende voorstel nooit meer iets vernam – maar je ziet er evengoed aan dat jij en ik het in ieder geval aardig eens zijn, ook buiten onze afkeer van al dat stompzinnige gezweef. 

Het doet mij deugd dat jij over je verkiezingsdepressie heen bent. Jouw actiefoto gaat mij beslist van mijn eigen somberheid afhelpen. Ik kan van dat plaatje geen genoeg krijgen. Zelfs A. werd er vrolijk van, terwijl die toch bijna bezwijkt aan haar mantelzorg voor mij.

Goed ook dat je mede die functioneringsgesprekken met fractieleden gaat voeren. Lijkt mij voor beide partijen heel informatief en zinvol. Ik heb eigenlijk geen idee of dit soort gesprekken veel wordt georganiseerd in andere partijen.

Van de PVV weet ik alleen dat de partijleider erg enthousiast is over het enige lid…

Stedentripjes en retourpakketten

Ook wij hebben een stedentrip gemaakt. In Antwerpen ditmaal, zeer de moeite waard. Wie mij vooral opvielen waren de orthodoxe Joden – mannen met vlechtjes aan weerszijden, hoge hoeden, zwarte pakken, witte overhemden – die op elektrische stepjes door de stad sjeesden. De orthodoxe vrouwen en meisjes zag ik eigenlijk alleen in de Joodse wijk zelf en niet één op een stepje. De mannen compenseren dit soort lamlendigheid door zich levensgevaarlijk tussen het consumerende publiek door te schieten. Mijn filosofische vriend vertelde mij dat er zelfs een kleine subgroep orthodoxe Joden bestaat, die zich aan geen enkele vorm van werelds gezag wenst te onderwerpen, laat staan aan verkeersregels. Als hij zich per auto door de Joodse wijk begeeft, schakelt hij standaard terug naar de eerste versnelling om stapvoets verder te gaan, want menige wijkbewoner steekt de weg over zonder op of om te zien, volledig vertrouwend op de Heer in het verkeer. De vrouwen zijn eveneens heel donker gekleed en dragen lange zwarte maillots, hun haren bedekt, niet zoals Amerikaanse Jodinnen met een pruik, die dan meestal aanzienlijk wellustiger oogt dan hun eigen kapsel, maar gewoon met een hoofddoekje. Ook de kleine jongens dragen volwassen mannenkleding en zelfs peuters in hun wandelwagentje hebben al vlechtjes en een keppeltje. Zóveel Joden zag ik, dat ik even dacht dat de andere Belgen veel beter voor ze gezorgd hadden dan wij. Maar ja, die van ons zijn liberaal en kleden zich niet afwijkend. En wij hadden natuurlijk dat perfecte Bevolkingsregister, daar zijn Belgen veel te slordig voor. Ik dacht trouwens lange tijd dat die mindere overlevingskans bij ons aan de registratie door de Joodse Raad lag, maar ik moest beter mijn best doen, vond mijn filosofische vriend, met het mij verdiepen in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Dus keek ik onlangs naar ‘Willem en Frieda’, een prachtige documentaire van Stephen Fry, over twee homoseksuele en dus nogal veronachtzaamde, maar buitengewoon dappere verzetshelden. Willem Arondeus werd geëxecuteerd, Frieda Belinfante kon ontkomen.

Verder bezochten we zo ongeveer alle musea en natuurlijk de kathedraal, waar we na drie kwartier zelf rondkijken op een werkeloze gids stieten, die ons een bevlogen privérondleiding gaf. Erg aardig. Dan denk je dat je al heel veel hebt gezien in die kerk en blijkt vervolgens wat je bijvoorbeeld in zo’n kruisafneming van Rubens allemaal niet hebt gezien. Ik had niet gezien dat Maria Magdalena a) duidelijk als publieke vrouw was afgebeeld, omdat b) Jezus met zijn voet haar half ontblote schouder aanraakte, wat je niet deed bij een fatsoenlijke vrouw, ook al was je nog zo dood en c) de opening van haar gewaad kennelijk aan de voorkant zat en niet zoals het hoorde bij private vrouwen op de rug en d) zij een gele sjaal droeg, wat op zich al voldoende zei. Dzjiezus!

Daarna moesten we er via het winkeltje weer uit en vroeg ik, altijd lang en breed weifelend over dit soort dingen, aan de baliemedewerker of de gids beledigd zou zijn als we hem iets gaven. Hij vroeg een omschrijving van de gids en zei: ‘Nee, die beslist niet, die vindt dat leuk’. Dus wou ik de kerk weer in, maar dat ging niet zomaar: draaihek, eenrichtingsverkeer, u moet de kerk nu uit, ja? Stond die baliejongen op, haastte zich voor ons uit naar het hekwerk en trok dat, tot verbazing van het publiek, in zijn geheel tot boven zijn hoofd uit de grond. Belgen zijn namelijk aardiger dan Nederlanders, dus toen konden we weer naar binnen. Daar misten we de gids op een haar na, omdat die eigenlijk juist graag weer naar huis wou. Maar het kwam allemaal goed en hij was blij met onze gift. Ook zoiets. Hoeveel moet het dan zijn? Drie kwartier gidsen, wat denk jij? Ik denk € 20, maar de meningen waren verdeeld en dus werden het er 10.

Slapen intussen deed ik in die drie nachten al met al ongeveer 7 uur. Dat is voldoende om op de been te blijven, maar niet om zelf te concluderen dat de sluiting van Maria Magdalena’s gewaad dus aan de voorkant zat. Die chronische slapeloosheid, waarover ik het niet meer zou hebben, is genetisch bepaald, van onze vader geërfd door mij en mijn oudste broer. Mijn vader ging van pure wanhoop ’s nachts vaak fietsen. Maar wel elke dag om 7 uur op, om – dikwijls tot ’s avonds half 11 – te werken. En ik heb hem nooit goed gezegd hoeveel ik van hem hield, kutkind. Maar er werd vroeger toch niet zoveel waarde gehecht aan het oordeel van een meisje, daar sla ik qua wroeging dan mijn slaatje wel weer uit.

Onlangs kocht ik online wandelsportschoenen ad € 130. Even oefende ik er binnenshuis mee in de gang. Ze veerden heerlijk, precies wat ik zocht. Twee dagen later ging ik erop naar buiten. Eerst lekker en toen bleken ze te klein. De volgende dag probeerde ik het nog eens. Ze knelden mijn beide grote tenen blauw. Ook zat er nu hier en daar wat zand onder de zolen. Dat was er wel weer af te krijgen, maar toch vond ik dat ik ze nu niet meer terug kon sturen. Dus deed ik ze cadeau aan een vriendin met een maatje kleiner. Het idee, hè? Dat is een beetje vergelijkbaar met mijn ontsteltenis, toen een collega eens vertelde dat ze haar auto had ingeruild bij haar garage zonder te melden dat er iets mis was met het linker achterportier. Dat ging soms onderweg zomaar open of bleef juist vast zitten als je eruit wou. ‘Maar waarom heb je dat niet gezegd?’ ‘Omdat ik er dan minder voor terugkreeg.’ ‘Maar nu zadel je de volgende eigenaar met een verborgen gebrek op.’ ‘Dat is dan zijn probleem.’ Onbegrijpelijk vind ik zoiets, erger dan gebruikte schoenen terugsturen als nieuw. Dat had ik overigens gewoon moeten doen, temeer toen ik onlangs in Lubach een under cover bij Bolcom hoorde vertellen wat hij bij zijn werk aan de retourpakkettenband zoal had aangetroffen. Ik noem hier slechts een vibrator ‘waar de poep nog aan zat’ of een koffer met vieze sokken en aan het handvat een label van de luchtvaartmaatschappij waarmee de koffer op vakantie was geweest. Het verdienmodel van die online bedrijven blijkt dat ze de retourspullen die er nog prima uitzien als nieuw naar een volgende klant sturen en de dingen met poep doorsluizen naar een vaste opkoper. Goed systeem, niks meer aan doen. Maar echt, je schaamt je voor je eigen volk. Het zal wel weer massaal VVD gaan stemmen. Onze superieure identiteit immers loopt tezeer gevaar met al die vluchtelingen.

Intussen is A. met haar zus een dag of vier naar Berlijn geweest. Op de terugreis met de onderhoudsachterstallige Deutsche Bundesbahn hadden ze veel vertraging, uren zelfs. De conducteur verontschuldigde zich per intercom voor het ‘Schrott’ waarin hij de reizigers moest vervoeren. Ze liepen dan ook midden in de nacht vast in Duisburg, waar een zoon van haar zus ze dan maar per auto op kwam halen. Zo’n ervaring werpt wel een geheel nieuw licht op onze eigen zo vaak beschimpte NS. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om de bestemming…

Samen een gebalde vuist

Fraai verslag en dito foto’s, Fons, van jullie zomerse dorp- en stadtripjes. Op zo’n relaxte manier vakantie houden wordt almaar aantrekkelijker met dat we tegen de honderd lopen, hè? Wat betreft jouw foto’s voel ik me nu weer iets artistieker verantwoord, want het enige van al jouw voorbeelden dat ik zelf wel eens heb bezocht is Zutphen. Ook het Depot in Rotterdam: niet geweest. Rotterdam überhaupt: nooit geweest. En dat heeft alles te maken met mijn levenslange slaapprobleem, want de Museumclub hier bezoekt onder A.’s hoede wel minimaal 6 keer per jaar uitgebreid een museum plus bijbehorende locatie in Nederland. Alleen kan ik dan vrijwel nooit mee. Jammer, maar zo is er zoveel jammer, niet over zeuren dus. Voor die Museumclub organiseert zij dan zo’n hele dag van begin tot eind, de reis ernaartoe, gids voor de stadsrondleiding, lunch, museumbezoek, diner en reis weer terug. De club telt onderhand zo’n 45 leden en daarvan gaan er gemiddeld tussen de 8 en 20 mee op pad. Ik was er wel bij in Amsterdam dit voorjaar, met die Vermeertentoonstelling, maar dat kwam omdat ik daar toen sowieso al was. Het scheelt enorm als je sowieso al ergens bent. Kortom ik ben blij met je foto’s, vooral die van de schilderijen. Ik geef wel toe dat de moderne schilders die je mij nu voortovert, zoals Hakkaart en Worst, ieder op hun geheel eigen wijze, mij een vergelijkbaar soort beklemmend dan wel onbehaaglijk, zeg maar ‘unheimliches’ gevoel bezorgen. Dat heb ik toch minder met Vermeer. Wel ook met Hockney bijvoorbeeld of Carel Willink. Het gaat daarbij in de kern volgens mij om vervreemding, terwijl de Stier van Potter het tegenovergestelde effect bereikt, gewoon omdat hij een fenomenaal mooie stier is, in een geruststellend landschappelijk tafereel. Vooral dat geruststellende trekt mij aan, omdat ik die beklemmende vervreemding van mezelf al volop heb. Ik zou daar cursussen in kunnen geven.

De voorzitter van het specifieke stukje erfgoed dat ik hier ter plaatse redactioneel mag begeleiden, kwam terug uit Duitsland van een aantal goed voorbereide bezoeken aan Keltische heilligdommen en vorstengraven aldaar. Hij was er erg enthousiast over en maakte de rest van ons bestuur daar deelgenoot van, net als van allerlei leuke plannen voor ons eigen dorp die aangaande dit onderwerp in zijn hoofd opkwamen. Ik liet me meteen meevoeren, maar het bestuurslid kleine activiteiten kwam met terechte kritiek op die plannen, gebaseerd op allerlei politieke gevoeligheden binnen en tussen museale en gemeentelijke kringen. Daar schrok de voorzitter van, zodat hij zijn voorlopig laatste email rond deze kwestie afsloot met: ‘Sorry mensen, ik ben totaal verkeltiseerd teruggekomen uit Duitsland’.

Zulke zinnetjes heffen mijn beklemmende vervreemding op. Ze tillen mij telkens weer, altijd tijdelijk natuurlijk, boven mijn eigen zwaarmoedige kern uit. Waarom onderteken jij jouw mails eigenlijk nooit meer zoals vroeger met: Fons (nooit te beroerd), of: Fons (altijd in de weer), of: Fons (druk, druk, maar niet heus), of: Fons (het leven is geen lolletje), of: Fons (webmaster of the universe). Hoe kan ik op die manier opgewekt blijven? Moet ik mij dan volledig aan onze verkeltiseerde voorzitter vastklampen? Een ander bestuurslid gaat nu trouwens een bootreis door Duitsland maken. Die komt totaal vermoezeld terug.

En meteen na je blog met foto’s volgde er nog één! Zo hebben we jarenlang niks en zo hebben we er twee in een week! Ik raak er een beetje door van slag, het wordt me dan gewoon teveel ineens, emotioneel ook. Want je hebt een gehoortest gedaan, je informeert in het ziekenhuis hoe het met je hart gaat en je krijgt als uitslag dat er niets aan de hand is. Weet je wel zeker dat je beter hoort nu? Wat was er dan met die hand? Je moet wel een vuist kunnen maken straks in de campagne!

En Frans Timmermans, ja, ik weet het ook niet Fons. Zelf had ik graag Sigrid Kaag of Femke Halsema als volgende premier gezien, maar of dat slim was geweest? Zo is het beter, denk ik. De PvdA is inderdaad geen op alle fronten linkse partij, de laatste decennia al helemaal niet meer, dat geef ik volmondig toe. Was Den Uyl er nog maar, of iemand zoals hij, strevend naar meer gelijkheid in inkomen, macht, gezondheid, kennis en status. Van de huidige wantoestanden in de bio-industrie had hij nog geen weet. Het liefst zou ik, net als jouw GL-collega, op de PvdD stemmen. Maar ik zit met dat loyaliteitsgevoel van right or wrong my party, dus ik ben blij dat in ieder geval Gl en PvdA nu samen gaan. En Frans Timmermans, hoe je het ook wendt of keert, kan juist onder de rechtse stemmers een aantal van die misogyne sociale-media-types, die Kaag het politieke leven zo zuur hebben gemaakt, meepikken. Toch een leuke bijvangst. Er is een hoop te doen geweest over die lui. Allerlei oorzaken voor hun infame vrouwenhaat zijn aangevoerd. Maar die ene mis ik telkens: dat het dédain zit ingebakken in onze cultuur. Daarom voelen ook vrouwen zelf minachting voor vrouwen, hoezeer ze dat ook misschien zullen ontkennen. Als ik bij een stoplicht achter mij een bumperklever heb en ik zie in de spiegel dat het een man is, ga ik reflexmatig al wat opzij, zodat hij er bij groen meteen voorbij kan, of ik geef zelf op dat moment een flinke dot gas. Als ik zie dat het een vrouw is, denk ik ‘ja, kom op zeg, ga even ergens anders kleven’ en trek waardig op, bij voorkeur ook langzaam. Of, ander voorbeeld, ik heb geen zin om dat lange interview met die blijkbaar belangrijke maar mij totaal onbekende Tsjechische auteur te lezen, maar vind eigenlijk dat ik dat wel moet, wik en weeg, zucht een beetje, zie dan met een schuin oog in de inleiding dat de auteur een vrouw is en sla opgelucht alsnog de bladzij om. Zo kan ik nog talloze voorbeelden geven, waaruit blijkt hoezeer ikzelf niet deug, maar ook hoezeer mij de cultuur waarin vrouwen minder serieus worden genomen dan mannen met de paplepel is ingegeven. En daarom hoop ik dat Frans Timmermans als bonus die extra stemmen van de populisten krijgt, die anders beslist niet naar een vrouw zouden zijn gegaan. En dat wij samen een mooie toekomst tegemoet mogen zien.

Lilian Marijnissen intussen wil niet meedoen, die zoekt en vindt het liefst haar vijanden op links en hakt, net als met dat weerzinwekkende SP-filmpje bij de Europese verkiezingen, meteen weer in op de persoon van Timmermans. Bitch.

Ik wens je moed, beleid en kracht als coördinator voor GL in de campagne. Het zal inderdaad een drukke tijd worden, maar je weet waarvoor je het doet en ik steun je van harte, in het besef dat je hoe dan ook niet stuk te krijgen bent.

Jouw nieuwe Riom is oogstrelend, we nemen hem op in onze Verzamelde Werken, Band III.


Omvolking stoppen nu!

Wij denken vaak dat andere mensen veel meer met ons bezig zijn dan die anderen werkelijk doen. Voor jou geldt dit, denk ik, in mindere mate dan voor mij. Ik denk teveel dat iedereen mij niet goed snik vind, terwijl in feite maar weinig tot geen mensen de moeite nemen om mij niet goed snik te vinden, wat mij dan op zich weer zorgen baart. Maar gisteren veronderstelde A. dat iedereen mij op mijn dagelijkse wandelrondje altijd zo vriendelijk groet, omdat ze mij toch een soort dorpsgek vinden. Ik weet nog niet precies hoe ik een en ander in een breder kader moet plaatsen, maar vooralsnog verheugt mij dit.

Minder aangenaam is dat ik elke dag tientallen coloradokevers uit ons aardappelveld moet plukken en dan fijnknijpen en ook nog verzuipen. De eerste dag nadat wij begin juni een midweek weg waren geweest, waarvan ik overigens met longontsteking terugkwam, maar dit terzijde, zaten er wel 1000 in! Ze dachten dat ze hier geen natuurlijke vijand hadden, maar toen kenden ze mij nog niet. Ik ben echt wel goed geworden in het uitroeien van kleine beestjes, daarbij soms helaas een lieveheertje slachtofferend. Die lijken namelijk op elkaar, die twee. Maar het lieveheertje heeft een nuttige functie, dus dat moeten wij ontzien. De Colorado niet. Dat is een gelukszoeker. Klaploper op onze belastingcenten. Dus eigen kevers eerst. Er zijn grenzen, zeker voor dit soort identiteitsbewijsloos arbeidsschuw tuig, dat er maar wat op los fantaseert over levensgevaar in Colorado, teneinde onze bloedeigen aardappels op te kunnen vreten. Zo sta ik erin. Er wordt hier niet omgevolkt. Meteen dood of terug naar de eigen regio, dat mag ook. Yankee go home. Dan kijken wij of we ze daar zelfredzaam kunnen maken. Krijgen ze een mooi groot aardappelveld waar ze hun eigen boontjes leren doppen. Crapuul.

Met deze frisrechtse daadkracht lijkt het er intussen aardig op dat we de oogst voor komende winter tenminste voor onszelf redelijk hebben gegarandeerd. Eén zo’n aardappel zou in de winkel qua arbeidskosten nu wel ongeveer € 1.736,99 euro kosten, maar dan heb je ook een mooi, volledig biologisch verantwoord exemplaar, van vreemde smetten vrij. Ik had het aanbod op Fbook gezet en kreeg meteen een bestelling – doe mij maar een kilo – van een wat roekeloze ex-collega. Die weet namelijk niet dat er in zo’n kilo met gemak 15 kleine krieltjes gaan. En op een Fbook-deal terugkomen kan zelfs een ex-collega niet, want zoals de oude Grieken reeds zeiden: achteraf is het mooi wonen. Ja Fons, zo handelt de één in pyramide-cryptomunten en de ander gewoon ouderwets in krieltjes.

Intussen, as we speak, heeft Rutte zichzelf omgegooid. Oh, als we toch eens van dat framen van de vluchtelingen, slechts 10% van alle buitenlanders hier, konden afkomen…