Over Linie Plukker

https://nl.wikipedia.org/wiki/Megchel_Doewina

Pakket zonder afzender

Dankjewel Fons, dat je ondanks al je zeer gewaardeerde politieke werkzaamheden toch tijd vond voor onze blog. Ik heb je bijdragen met veel genoegen gelezen.

Ooit doe ik ook weer mee, maar nu even alleen met een tussentijdse impressie. Kort en krachtig, zoals je van mij gewend bent, maar vooral ook zo beknopt omdat ik sinds mijn ongeluk begin maart vorig jaar niet meer kan zitten. Echt helemaal niet meer. Wel een tijdje staan, ook kleine stukjes lopen-met-stok en goddank weer gewoon liggen, zij het slechts op één zij. Over dat ongeluk en de nogal ingrijpende complicaties een andere keer meer. Voor nu is het voldoende om aan te stippen dat de bijbehorende pijn volcontinue aanwezig en daarom toch wel engiszins slopend is. Neem dan pijnstillers, zul je zeggen, maar daar heb ik na een jaar dankbaar gebruik genoeg van. Het is mooi en goed dat ze er zijn, maar mijn nog resterende denkvermogen raakte er teveel door van slag. Ik kon vaak niet meer op de simpelste woorden komen.

– Hoe heet dat ook weer, wat jij leuk vindt, met die ballen, keu en nog wat…
– Keukendivisie.

Biljart was het woord dat ik zocht, Fons. Mijn vriendin kan namelijk niet meer biljarten bij Zaal Verploegen sinds Zaal Verploegen, om plaats te maken voor ordinaire woningbouw, zonder enige ruggespraak met de biljarters afgebroken wordt. Maar als ik dan oprecht interesse voor zo’n deplorabele toestand toon, alleen wat hulp bij de formulering nodig heb, komt zij met keukendivisie.

Dan maar pijn, besloot ik, geen pijnstillers meer. Het ergst eraan toe zijn mijn beide zitbeentjes, vooral het linker, boven het hevig gefractureerde been, dat trouwens zelf ook zeer doet, vanwege het implantaat met de zeven pinnen er overdwars en schots en scheef doorheen. Dit implantaat moet er nodig weer uit. Maar ook daarover een andere keer meer. We houden het nu kort.

De zitbeentjes verdragen sinds juni vorig jaar geen enkele directe druk meer. Gewoon zitten, laat staan fietsen of autorijden: onmogelijk. Paardrijden? Vergeet het maar! Nou deed ik dat sowieso al niet, maar als het niet meer kan, ga je het toch missen.

Het enige waar deze zitbeentjes nog wat aan vinden, is met de rest van mij in gebogen houding onder de douche. Ze vinden het zachte gedril van de stralen fijn. Eigenlijk zouden ze het liefst samen met mij voor eeuwig zo onder de douche willen. Maar het morele kompas hier in huis is afgesteld op wat wel en niet mag van de duurzaamheidspolitie en die vindt langer dan drie, of met haren wassen erbij desnoods vijf, minuten per etmaal onder de douche grensoverschrijdend. Het mag heus wel een kwartier, maar dan morgen en overmorgen alleen wassen bij de kraan.

Dus ik dacht: wat te doen? Dit duurde een maand of tien, zonder bevredigende doorbraak. Door de pijnpoli van het ziekenhuis werd er intussen van alles geprobeerd, vooral via injecties her en der in het getroffen gebied, helaas resulterend in alleen maar nog meer pijn ter plaatse. Ze tasten in het duister omtrent de oorzaak. Zelf denk ik bij oorzaken altijd graag in de richting van kwantummechanische energieklontering, maar ze hebben eigenlijk liever niet dat ik meedenk. ‘Mánd!’ zegt ook mijn huisarts zodra ze mij ziet, wat kort is voor: ‘Hou het kort!’ Ze prefereren hun eigen conclusie dat het hier gaat om een soort op hol geslagen pijnalarmsysteem, een carrousel die voor zichzelf begonnen is. Ze noemen het sensitisatiepijn. Ook goed, maar dóe er dan iets aan!

Zo stond ik erin, tot mij ineens, een week of twee geleden, de airfryer te binnen schoot. Dat woord had ik goed onthouden. Ik had eerlijk gezegd tot een paar jaar terug, vóór de desbetreffende talkshow indertijd, nog nooit van airfryers gehoord. Nu echter popte die talkshow zomaar uit het niets weer op voor mijn geestesoog, met rond de tafel allerlei vrouwen die zich lyrisch toonden over de airfryer en de werking ervan ook plastisch, want ervaringsdeskundig, wisten uit te leggen. Ik noem hier slechts een Angela de Jong. Die zat er misschien zelf niet zozeer bij, maar het is de enige naam die mij nu te binnen wil schieten. Na alle oxycodon, morfine en nortriptyline wil mij als gezegd überhaupt niet zoveel meer te binnen schieten, dus ik ben allang blij met Angela de Jong. In ieder geval is zij wel altijd enthousiast over dingen. Ik zet het geluid dan wel vaak zachter of uit, omdat enthousiasme alleen al leuk zat is om naar te kijken. Overigens deed ik ook dat nogal onthecht, want bij talkshows graag met een half oog in de Donald Duck, die ik soms koop voor het kleinkind van een kennis hier en dan eerst zelf beoordeel op of het allemaal wel kán wat erin staat voor zo’n kind, vaak zie ik bijvoorbeeld dat de petjes van Kwik, Kwek en Kwak niet kloppen, dan heeft Kwik eerst een groen-zwart petje op en twee plaatjes verder ineens een geel-zwart, terwijl Kwek en Kwak wél gewoon hun eigen petje op houden! Maar kort en goed was mijn overheersende gedachte toen: het zal wel, ik heb geen airfryer nodig, maar het is een uitkomst voor vrouwen dat zoiets bestaat.

Nu echter, twee weken geleden, kreeg ik dus zomaar die onverwachte pop-up in mijn hoofd en begon ik een nader verkennende zoektocht op internet, waar tot mijn niet geringe verbazing allemaal hete-luchtapparaten verschenen, met als wervende slogan ‘makkelijk koken voor het hele gezin’. Geen wonder dat ik hiermee tot die talkshow helemaal niet bekend was. Ik kook nooit, laat staan voor het hele gezin. Mijn vriendin kookt, daar heb ik haar destijds op uitgezocht. Dat biljarten vond ik ook toen al eerder storend. Het was echt te vaak eerst biljarten en dan koken. En wie kon er dan weer patat gaan halen als het biljarten uitliep? Echt blij dat Zaal Verploegen tegen de vlakte gaat.

Nou, ik hou het bondig, maar wat ik, na enige kennelijk door Google noodzakelijk geachte smerige taal ingetikt te hebben, blijkbaar zocht, was de satisfyer. Niet airfryer Fons, noteer dat ergens. Een eurekamoment van eenzame klasse. Ik heb hem meteen besteld – het was op een donderdag – en uitzonderlijk discreet geleverd gekregen, zij het pas zaterdag door de buren, waar hij was bezorgd toen ik vrijdag zelf op mijn ene zij bij de tandarts lag. Ik heb een nieuwe tandarts, een hele kleine, Yusuf heet hij, die vond het leuk dat hij eindelijk eens iemand had die niet kon zitten, alleen liggen, zodat hij zelf niet zo boven z’n macht hoefde te werken. Bij anderen moest hij meestal zijn kruk hoger zetten en dan kreeg hij evengoed vaak nog pijn in zijn armen, zo vertelde hij, nu gewoon staand, licht gebogen zelfs, met een stralende glimlach boven mijn hoofd. Maar dit terzijde, het moet wel een impressie blijven. Mijn vorige huisarts zei als hij mij zag ‘Vat sámen!’ Maar ‘Mánd!’ is inderdaad beter. Krachtiger.

Er stond geen enkel traceerbaar verzendadres op het pakket dat de buren kwamen brengen, ook geen Philips of andere firmanaam, dus zij hebben zelf ook wel bedacht dat het hier hoogst waarschijnlijk niet om een standaard airfryer ging.

Hij ziet eruit als een lief soort drilhamertje. Ik heb hem heel voorzichtig op mijn zitbeentjes gericht en de drilfunctie dusdanig opgedraaid dat het effect zo goed mogelijk met de stralen van een douche te vergelijken zou zijn. Dit is niet waarmee het effect te vergelijken bleek. Het effect was dat het hele drilhamertje net precies niks, nul, nada hielp tegen de pijn.

Een volgende keer wellicht een kort en bondig evaluatieverslag van het gebruik voor het eigenlijke doel van dit kutapparaat. Die test moet nog, ik kan niet alles tegelijk.

Verbinding mooi en goed…

… maar zover mogelijk langs elkaar heen leven soms toch beter.

Omdat de naam van de Amerikaanse president hier nog steeds niet genoemd mag worden en wij ook niks meer willen zien of lezen dat, hoe zijdelings ook, verband met hem houdt, hieronder het overige nieuws.

Een week geleden in de Hema, op weg naar de uitgang aan de zijkant, kom ik een jonge vader met twee kleine kinderen tegen. Ik groet hem. Het oudste kind echter, een jongetje van een jaar of 4, 5 verspert mij opeens de weg als hij oversteekt naar het paaseitjesparadijs in de uitstalkast naast mij. Hij leunt half tegen mij aan, terwijl hij hoopvol naar de eitjes reikt, dus ik zeg hoi en aai hem werktuiglijk even over zijn bolletje. Geagiteerd komt nu de vader erbij, trekt zijn zoontje naar zich toe en zegt ‘Sorry hoor!’ ‘Geeft niks’ antwoord ik en loop dan langs ze heen naar de uitgang. Na vijf stappen hoor ik hem roepen:
‘Ik wil niet dat u mijn kind aanraakt!’
Ik draai mij verbaasd om en vraag:
‘Hoezo?’
‘Ja! U moet mijn kind niet aanraken!’
‘Omdat ik hem even over zijn hoofdje streek?’
‘Ja, u raakte mijn kind aan!’
Ongelovig begin ik te lachen, waarop hij nog harder roept:
‘U raakte mijn kind aan. Het is bijna asociaal!’

Dus dat ‘Sorry hoor’ was niet zozeer een verontschuldiging aan, maar meer het begin van een tirade tegen mij. Sorry hoor! Maar kom niet aan mijn kind!

Vraag: wie was er hier nou precies asociaal?
Antwoord: ik.

Gericht googlen leert mij dat het al sinds een jaar of 15 een item is: verontwaardiging over vreemden die jouw kind aanraken. Weliswaar gaat het dan vooral om baby’s – waar ik me nog wel iets bij voor kan stellen, die raak ik ook niet zomaar aan – maar deze vader zet me, onderweg terug naar huis, toch al vóór het googlen aan het denken. Had hij mogelijk gelijk? Wat deed ik dan precies fout? Met één hand een keer licht over zijn zoontjes haar strijken? Ik woog de voors en tegens af, je moet je te allen tijde verplaatsen in de ander, bereid om zijn gedrag welwillend en dat van jou kritisch te evalueren. Zodoende had ik er ineens, in de zijstraat ter hoogte van de Wereldwinkel, met zijn mediterende Boeddhafiguurtjes in de etalage, op een soort Zen-achtige maar ook diep doorvoelde manier, vrede mee dat wij de aarde voor deze vader en zijn generatie zo goed als onherstelbaar hebben verkloot.

Vervolgens ging er gisteren, vlakbij wijlen de Blokker die nu Wibra wordt, een meisje van een jaar of 6 met step en al onderuit, waardoor ze in volle lengte op de keien belandde. Zere knie, handje kapot, even helemaal dood en toen heel erg huilen natuurlijk, het hoofdje deed het nog goed. Vroeger zou ik er meteen op af zijn gehold. Nu kijk ik wel uit. Afblijven!

Dat brengt mij op iets anders: Klaas Dijkhof. Hoorde ik die nou in De Slimste Mens van 23 december jl. ‘menig muziek’ zeggen of ligt zoiets aan mijn tinnitus? Ik vrees het ergste: Klaas. Sinds het archaïsche ‘menig’ vanuit een diepe winterslaap tot modieus koeterwaals herrees, sinds een jaar of zes schat ik, ongeveer sinds ook iedereen in elk gesprek wel een rollercoaster laat vallen, is er sprake van zeer ambetant misbruik van het woord. ‘Menig muziek’.

Ik had mijn filosofische vriend verteld dat mijn tinnitus – drie zware bromtonen links en schril gefluit van monsterachtige krekels rechts – nu zo oorverdovend is, dat het uitblijven van klachten van omwonenden eigenlijk  niet te bevatten valt. Onze buurt bestaat overwegend uit scherp horenden, afgezien van de man met het gebiedsverbod voor een hele wijk, die luistert nergens naar. Maar de rest moet toch gek worden van mijn tinnitus? Misschien, opperde mijn filosoof, werkt jouw oorsuizen – nou, dit is geen suizen meer, wierp ik tegen, maar dat hoorde hij niet – voor anderen als een stofzuiger voor Vestdijk: een laag brommend geluid, dat overig storende geluiden overstemt, en zo juist rust geeft. ‘Eigenlijk heb je recht op een lintje van de gemeente vanwege je inzet voor de plaatselijke nachtrust.’

Always look on the bright side dus, maar zodoende stond ik wel weer echt op het punt om te gaan beginnen met twijfelen over of ik nog wel verder wou leven en ook zo ja hoelang, toen zich plotseling een mogelijke oplossing aandiende in de vorm van Annemarie. Annemarie is een van onze scherpst horende buren, die af en toe even langskomt om erg veel te praten en wel aan één stuk door. Zelf schenk ik zolang koffie in, sloten koffie. Een prettige formule, omdat ik verder niks hoef, alleen maar luisteren naar haar ongebroken woordenstroom over haar kinderen, de buren, hun kinderen, alle andere kleinkinderen en spinazierecepten. Na verloop van tijd, zo halverwege het derde kopje koffie, gaat Annemaries woordenstroom op in mijn tinnitus. Tenminste dat dacht ik steeds. Maar eigenlijk, besefte ik vorige week, werkt het misschien andersom en zuigt Annemaries woordenstroom juist mijn tinnitus op. Dus nou heb ik bedacht om zo’n stroom vast te leggen op twee van die kleine minstickjes en die dan als suis-, brom- en fluitonderdrukking in mijn oren te stoppen. Links Anne en rechts Marie. Wat denk jij? Dat ik teveel over mijn tinnitus praat?

Wat mij dan wel weer erg gelukkig maakt, is zo’n PS onder een lange mail van een erfgoedbestuurslid. Die mail ging eigenlijk over iets anders, maar het bestuurslid had zich ook op ons aller verzoek geworpen op de door iedereen die ertoe doet in ons erfgoed reikhalzend verbeide ontsluiting van Het Archief van wijlen een belangrijk erfgoeddeskundige, een kopstuk, Henri P., emeritus hoogleraar, gerenommeerd om zijn eruditie, vindingrijkheid en ongeëvenaarde werklust. Wij hadden ons buitengewoon verheugd op dit archief. Dat naschrift luidde: ‘p.s. ik heb ook gebruik gemaakt van Henri’s archief, m.b.t. onze oprichting, de statuten enz. Ik kan wel zeggen dat dit helemaal geen archief is.’
Soms, als ik weer op het punt sta om te gaan beginnen met twijfelen aan de zin van het leven, vind ik in dit soort gortdroge informatie plots zo’n flonkerend juweeltje. Ik kan wel zeggen dat ik dan zeker een etmaal lang helemaal niet meer op welk punt ook sta.

Dit lijken allemaal losse berichten, maar dat zijn het niet natuurlijk. Er zitten bruggetjes tussen – zoals bij talkshowpresentaroren, die vaak meer werk maken van hun bruggetje naar het volgende onderwerp dan van het onderwerp zelf – want ze komen allemaal uit één en hetzelfde hoofd en wel het mijne, maar ook die bruggetjes zijn zoals je weet dichtgeslibd.

Zo kwam ik vanmiddag in ditzelfde brugloze verband een berichtje tegen uit De Gelderlander van enige tijd geleden. We lagen hier wat achter met het wegwerken van de ongelezen krantenstapel, maar nu we verder van het wereldnieuws niks meer lezen of zien, komt daar langzaam wat meer schot in:

’11 februari 1895
Een treurig ongeval had Woensdag te Wijchen plaats. Een algemeen geacht en bekend man, A. van Dreumel (buurtschap Hoogbroek) van zijne werkzaamheden huiswaarts keerende, verrichtte nog eene boodschap op den molen bij het klooster Alverna. Den molen verlatende werd hij zoodanig door een der wieken getroffen, dat hij onmiddellijk een lijk was.’

Waar lees je zulke zinnen nog?
In onze achterstallige krantenstapel.

Ondanks alle pogingen het grotere nieuws dus te vermijden hoorde ik een Joodse woordvoerder in het NPO-4-radionieuwsoverzicht op16 januari om 8.35 opgelucht zijn over het voorgenomen bestand in Gaza en zijn hoop uitspreken dat we nu ook in Nederland weer spoedig terug zouden keren naar ‘het normale antisemitisme’. Van 1895 of daaromtrent bedoelde hij, denk ik.

Loop ik van de week van de Plus, met zonderlinge steken in mijn ene voet, terug naar huis langs de vier lage rijtjeshuizen met vooral oudere bewoners, zie ik bij het tweede huisje de voordeur voor driekwart en een deur verderop in de gang voor een derde openstaan. Ik was er eigenlijk al voorbij, maar dacht ‘wat vreemd eigenlijk met deze kou, niemand te zien ook, zou er iets aan de hand zijn, moet ik EHBO doen, 112 bellen, waarom doet die voet zo raar en kan ik deze dag nog een beetje fatsoenlijk door in het besef niks ondernomen te hebben waar dat wel kon?’ Dus loop ik terug, het paadje naar de deur op, tuur door het grote raam de woonkamer in en ontmoet daar de blik van de bewoonster, die meteen opstaat en naar de voordeur toe hobbelt. Ook een kwestie van steken vermoedelijk, dat hobbelen. Of gewoon jicht. Slijmbeursontsteking. Ischias. Stijfheid in de gewrichten door kou van buiten. Ze groet me vriendelijk.
‘Ja, ik kwam even kijken of alles wel goed is, jullie voordeur staat zo wagenwijd open!’
Lacht ze me begripvol toe en zegt:
‘Oh, dat komt mijn man zit op de wc en dan doettie vaak alle deuren open.’

Toen zijn kinderen eenmaal konden lopen en hun vader, een ex-collega van mij, bij wijlen snakte naar een ogenblik voor zichzelf, vroegen de kleintjes hem waarom hij toch af en toe de deur van de wc op slot deed.
‘Nou, dat doe ik soms wel als ik even rust wil hebben.’
Dus de eerstvolgende keer dat hij naar de wc gaat, drib­belt het stel met hem mee naar binnen, draait de deur op slot en zegt in koor:
‘Zo pap, nou heb je tenminste even rust.’     

Een buurvrouw vertelde mij dat haar dementerende man intussen in de crisisopvang zit op Dekkerswald, een tehuis hier in de buurt, en dat hij daar, in afwachting van een functie elders, op zijn kamer in de pedaalemmer had geplast. Ik vond dit helemaal nog niet zo zorgwekkend. Dat je het deksel van een pedaalemmer met je voet opwipt en dan in de emmer plast, vind ik eigenlijk best een handige manoeuvre. Voor mannen dan, hè? Als vrouwen het zo proberen, zijn ze hartstikke dement. Maar nu dat andere, met al die schuifelende passanten. Ze vertelde me namelijk ook dat hetzelfde tehuis enige tijd terug voor de bewoners een mooie ‘natuurwand’ had gemaakt in de wandelgang, met veel groen erop geschilderd, struikjes, bloemen en ook een rij hoge bomen, maar toen gingen de mannen daar tegenaan staan plassen, dus werd die wand vrij snel weer verwijderd. Zo worden de mooiste initiatieven, vaak toch ook met name door mannen, in de kiem gesmoord.

Tenslotte, zoals dat hoort, een uitsmijter. Ik had op 2 februari 2024, ruim een jaar geleden dus, een youtube-filmpje op Fbook geplaatst, met als bijschrift van mijn kant ‘God bless Tena Lady’. Ik weet niet meer precies hoe het filmpje ging, maar je zag twee vrouwen voor een huis, waarvan er één zich, omdat ze de sleutel vergeten was, m.b.v. de ander als opstapje door het klepraam boven het raam van de voorkamer naar binnen probeerde te wurmen en zodoende op een gegeven moment omgekeerd aan de andere kant van het raam kwam te hangen, voeten nog buiten, handen bijna op de vensterbank binnen, terwijl haar jurk van boven naar haar middel toe mee was afgestroopt, dus haar trotse boezem bengelde voor iedereen zichtbaar bloot achter dat raam en die vrouw kon geen kant meer op, die hing daar maar, en die andere vrouw buiten kreeg, hoezeer de rest van het filmpje misschien ook geënsceneerd was, ontieglijk de slappe lach, net als, goed hoorbaar, degene die het allemaal op zijn telefoontje filmde en ikzelf. Alleen maar heel aanstekelijk dus, dit alles, ik kon er in ieder geval weer een hele tijd op vooruit qua twijfels over het bestaan. Maar die video is nu, terwijl het toch zo duideijk om een vrouw óf een man ging en niet iets genderachtig bedenkelijks ertussenin, dit jaar op 5 februari officieel door Fbook van mijn profiel verwijderd wegens aanstootgevende inhoud. Twee berichten kreeg ik erover. Dat we niet denken dat Fbook onder deze president onze goede zeden niet extra modereert. Alleen oprechte haat, alt right, anti-woke, fake news en oproepen tot geweld tegen minderheden mogen nog.

Wat ik zeg: liever zover mogelijk er langs heen leven dan verbinding. Zit jij al op Signal? Ik wel. Bevalt prima.

Bord voor de kop

Jullie lamellen waren inderdaad nogal lam Fons, maar is heel ons volk dat niet momenteel? Om het te redden als rechtsstatelijk, humaan en beschaafd is de beste manier misschien toch om er gewoon niet meer naar te luisteren. De PVV-BBB-VVD-aanhang: noem ze niet simpelweg deplorable, maar noem ze morally deplorable, dan is er niets denigrerends meer aan, dan zegt het precies waarop het staat. En benoemen is toch wat dit kabinet graag wil?

Ik zou zelf trouwens van de opvanglocaties waar Faber zo’n welkomsttekst – ‘HIER WORDT GEWERKT AAN UW TERUGKEER’ – wil plaatsen meteen, als we toch bezig zijn, ook echte werkkampen maken. Bord erboven: ‘ARBEIT MACHT FREI’. Zou haar persoonlijke stijlkeuze inzake mantelpakken, schoenen en haardracht ook bewust op dit soort associaties met Hitler-Duitsland zijn geënt?

Nog steeds niet volledig hersteld van de al net zo ziekmakende verkiezingen in de VS – hier in huis mag de naam van de president elect niet eens genoemd worden, ook niet door visite, die krijgt dit meteen bij binnenkomst, al ruim vóór de appeltaart dus, van mijn vriendin te horen (‘één ding: niet die naam!’) – besloot ik toch mijn heup maar eens te laten checken, voordat in het nieuwe jaar onnodig weer mijn hele eigen risico eraan ging. Dus werd er een röntgenfoto gemaakt en wel door dezelfde fotograaf als vorige keer, een vriendelijke man van een jaar of 55. Hij leidde mij linea recta naar de behandeltafel en zei ‘Ga hier maar liggen’. Nog een beetje in de war met de procedure rond de corticosteroïdespuiten vroeg ik voor de zekerheid:
‘Hoef ik niks uit?’
‘Nee, boven de 65 liever niet meer.’
Vervolgens kregen we het over de Nederlandse taal. Ik weet werkelijk niet meer waarom, maar daar kregen we het over. Ik vertelde, terwijl hij mij met zachte dwang op mijn andere zij draaide, omdat ik weer de verkeerde kant had gekozen – ik kies echt vaak de verkeerde kant, dat is iets met de genen, DNA en zo, erfelijk belast – dat ik net een paar dagen terug tijdens het NPO-journaal de presentator – Mark Visser meen ik – had horen zeggen dat Breyten Breytenbach was overleden, de man die zijn hele leven ‘strijdde’ tegen de Apartheid. Dit gebeurde om 00.10 op 25.11.2024, ik zal het nooit vergeten, want het was de zevende keer dit jaar dat ik een mooi sterk werkwoord zo zwakzinning hoorde vervoegen. ‘Gelukkig’ besloot ik, ‘zei gisteren een buurman “ik beneed haar niet”, wat dan weer wat druk van de ketel haalt, maar onze taal kachelt zo wel onhoudbaar op de afgrond af.’

‘Klopt’ zei de fotograaf, ‘Je hoort tegenwoordig trouwens ook bijna geen spreekwoord of gezegde meer goed gebruiken.’ Dus ik weer:
‘En alle wederkerige werkwoorden verdwijnen, alsof zich realiseren niet iets heel anders is dan realiseren. Of verzamelen.’
‘Verzamelen is beslist wel iets anders dan realiseren.’
‘Nee, maar zonder gein: de mensen verzamelen voor de kerk. Wát verzamelen die daar dan? Hè?’
‘Ik denk beukenootjes, bij een kerk staat vaak een beuk. Maar ze beseffen zich niet wat ze doen. Dat haalt ook wel weer wat druk van de ketel, hè? Zich beseffen?’
Waarop er vanuit haar hokje in een hoek van de kamer, waar ze aan het oog onttrokken vermoedelijk had zitten gamen, chatten of god weet misschien wel podcasten, vol jeugdige overmoed een assistente achterstevoren op haar stoel op wieltjes kwam aangeracet. In haar laatste zwiep draaide ze zich naar ons toe om zich te mengen in de wantoestand:
‘Dat is wáár. Ik ben zelf toch wel redelijk bewust met taal bezig, maar mijn kinderen weten nergens meer van! Gisteren nog vroeg ik ‘Hoge bomen vangen veel…. ?’ maar geen van drieën, 12, 10 en 9, had enig idee. En zo gaat het de hele tijd, ze weten niks meer!’
‘Hagel’ opperde de fotograaf, frunnikend aan iets onder de bank waarop ik lag.
‘Vogels’ zei ik.
‘Ooievaars?’ informeerde hij en tevens wanneer ik dacht weer eens op te stappen. Kennelijk was die foto intussen gemaakt. Ik begreep er niets van, want volgens mij lag ik echt verkeerd om, dat Röntgending hing boven mij, maar toen legde de assistente mij uit dat die foto vanonder het bed werd gemaakt. Natuurlijk geloofde ik dit niet, alles is nep, fake en phony baloney vandaag de dag, je wordt gedist waar je bij ligt, maar ik hield de eer aan mijzelf en nam afscheid met mijn gebruikelijke ik-heb-alles-heus-wel-door-blik.

‘Oh ja’ schoot de fotograaf nog te binnen, ik was al bij de deur, ‘Ik hou een kleine privé-enquête deze dagen…’
‘Dezerrr dagen!’
‘Sorry, dezerrr dagen. Maar hoe identificeer je jezelf?’
Wat een heerlijke vraag, zo op de valreep nog!
‘Als een vat vol tegenstrijdigheden, een rommelige verzameling ervaringen, gedachten, trauma’s en herinneringen, zonder kern of essentie, mijn zogenaamd authentieke zelf tot in de kleinste vezels gedetermineerd, maar wel uniek. Wat leuk dat je er naar vraagt!’
‘Ja, hè, hè, ik bedoel man, vrouw, hen, hun of het? Lhbtiq-gewijs.’
‘Doe dan maar het.’
‘Zonder gein?”
‘Zonder gein.’
Hij noteerde mummelend ‘vrouw 74: het’ op zijn foontje, verklaarde dat hij bezig was aan een soort proefschrift over wokisme, maar daarop zeer waarschijnlijk nooit zou promoveren en zei:
‘Vergeet je tas niet!’

Dus moest ik weer helemaal terug naar mijn tas naast de ligbank en zodoende viel mij ineens zomaar, terwijl niemand erom vroeg, de naam Otto von Bismarck in, waar ik al twee etmalen niet meer op had kunnen komen. Ik weiger tegenwoordig standvastig zoiets dan gauw even te googlen, want ergens zit zo’n naam heus nog wel in mijn hoofd. Als ons iets – een vergeten boodschap, tas of pincode, Otto von Bismarck – vervolgens soms toch weer invalt, zouden we dan misschien enigszins aan het rementeren zijn? Of hoe benoem je deze kentering? En zou het nog bestaan: een nieuwe afslag vinden op de autosnelweg, net vóór het bordje ‘dichtgeslibd’? Of dat het hele bordje is vervangen door een hoopgevender tekst? ‘HIER WORDT GEWERKT AAN UW TERUGKEER!’

Bij de ruïne van St. Walrick achter Wijchen kwamen we onlangs langs de koortsboom hieronder. Hij hing behoorlijk vol met kledingstukken, sokken, dassen, zakdoeken, een onderbroek, handdoek, kussensloop. Ik had er graag ook iets tegen al die stress in jouw vorige blog bij gehangen, een briefje, een verzoekschrift, maar geschreven bedes worden niet verhoord. Wel waren er veel verse aanwinsten, allemaal van of voor zieke mensen, voor wie blijkbaar nog steeds volop via deze heilige takken genezing wordt afgesmeekt.

Ach, kon ons hele volk die boom maar in…

Hoge bomen vangen minder lapjes…

Vrijwilliger dan vrijwillig…

We hebben dus een pretkabinet, vol cynische leugens en ambetant onbenul. Geeft niet, rariteiten zijn altijd interessant en de BTW op brood en spelen – chips en volksvermaak – wordt laag, dus als het toch niks kost, hoop ik dat dit ‘collectief’ zolang mogelijk blijft zitten. Je moet even omschakelen, maar dan is het werkelijk een verademing om zo totaal onthecht naar een circusact te kijken. Je hoeft met niemand mee te leven. Of ze nou keihard uit de nok te pletter vallen of door de geest uit hun eigen fles worden vernietigd, ‘ze doen het zelf’, om met de BN’er verderop in deze blog te spreken. En ik vermaak me helemaal plat, met een lekkere vette snack binnen handbereik. Alleen Schoof gaat me een beetje aan het hart. Bij Schoof voel ik toch ondanks alles bijna iets van mededogen. Hij kent ook heus zijn geschiedenis wel, maar hij dacht dat dit heel wat anders was dan Weimar-zondebok-noodwet-demagogie. Dit zag Schoof wel zitten.

Dus wij dachten: zijn kabinet kun je net zo goed ergens anders bewonderen, laten we een weekje gaan fietsen in Oost-Groningen. Wij ook eens echt vakantie..

De mensen in Oost-Groningen nu bleken opvallend aardig, veel vriendelijker dan die in en om Oranjewoud in Friesland, waar we vorig jaar waren. Het is een cultuurverschil, zoals ook tussen Wijchen en Malden bijvoorbeeld, toch grenzend aan elkaar. In Oost-Groningen groeten ze je al voor je ze zelf ziet. Als je afstapt van je fiets en een beetje onnozel – dat is bij mij aangeboren, maar dat weten zij niet – om je heen kijkt, komen ze naar je toe en vragen of ze je ergens mee van dienst kunnen zijn. In Oranjewoud en omgeving roepen ze dan dat je daar verkeerd staat en meer aan de kant moet, ze willen er langs. Maar ook in Friesland, verneem ik uit welingelichte bron, schijnen de verschillen merkwaardig plaatselijk te zijn: Heerenveen bepaald stuurs, Drachten bovenmodaal hartelijk. De welingelichte bron woonde vele jaren zelf in beide plaatsen.

Over wel of niet aardig gesproken: alweer enkele weken terug, het was nog prachtig weer, zat ik na het zwemmen even aan de kant in de Berendonck, mijn waterplas zo’n 5 kilometer van ons huis, om op te drogen. Maar de zon scheen zo onbedaarlijk fel dat ik voor het eerst van mijn leven wel wat zonnebrand wou. Dus stond ik op – ja, dat oogt makkelijker dan het is, als diverse onderdelen piepen en kraken en je nieuwe heup kreunend protesteert tegen alles wat geen crawlen is – liep naar mijn naaste buur en vroeg haar of ik een likje van haar crème mocht. Ze was een jaar of zestig, mollig, bruin gebrand en platinablond bijgewerkt en zag er zodoende uit, zou Garrison Keillor zeggen, als een vrouw van 38 met een heel zwaar leven achter de rug. Gul stak ze me niettemin haar hele tube toe en zei ‘Neem maar zoveel je wilt, niet te zuinig, ik heb genoeg.’ Erg aardig dus, je zou willen dat alle mensen zo waren. En toen begon ze te praten.

Ze was net dinsdag twee dagen terug met een vriendin op weg geweest naar een of ander Grieks eiland. Om 4 uur ’s nachts zou hun vliegtuig vertrekken. Eenmaal de auto lang geparkeerd en zelf op vliegveld Eindhoven hoorden ze dat hun vlucht niet doorging. Daarna uren lang geen enkele informatie meer. Pas tegen de middag vernamen ze dat ‘alle digitale systemen plat lagen’ en ze voorlopig helemaal nergens naartoe konden, behalve terug naar huis. Hun hele vakantie naar de knoppen dus. En nu maar zien of ze nog wat geld terug kregen. De reisverzekering zei: overmacht. De langparkeerinstantie zei: overmacht. De vliegmaatschappij zei: overmacht. Ja, misschien dat ze met veel soebatten hier en daar toch nog wat restitutie konden verwachten, maar het betekende al met al alleen maar extra gedoe in plaats van hun welverdiende vakantie, waarvoor ze toch het hele jaar hard gewerkt hadden! Het was één grote corrupte bende tegenwoordig in dit land, je werd door alle instanties genaaid waar je bij stond, een gewoon mens had hier geen leven meer, nergens kwam je zoveel onrecht tegen als in Nederland. 
‘Nou ja’ probeerde ik, ‘misschien in Gaza?’
‘Nee! Dat is hun eigen schuld!’
‘Wat bedoel je, van wie?’
‘Die doen het allemaal zelf!’
‘Hamas bedoel je?’
‘Nee, daarginds, die maken het er zelf naar!’

Daarom bedankte ik haar nog maar eens voor haar vrijgevigheid en ook snapte ik best waar haar frustratie vandaan kwam. Als al die op sociaal vlak en in wezen aardige en behulpzame mensen – ik heb het nu voor de goede orde even niet over ons kabinet – hun eigen spontane goedhartigheid nou ook eens wat ruimdenkender zouden inzetten, wat zouden we dan allemaal gelukkig zijn. Onderwijs dus. Maar ik verdom het om D’66 te stemmen. Ik ben zoals je weet van de partij voor mensen die zelf pvv stemmen. Het is om gek van te worden.

Deze vrouw had ik trouwens déjà-vu-achtig al gezien, besefte ik toen ik me weer – via het op handen en knieën voorover zakken en dan op goed geluk vanzelf verder naar links of naar rechts doorrollen op mijn handdoek – in uiteindelijk toch een soort zitstand had gemanoeuvreerd. Het was in het journaal, de avond ervoor, waar ze ons volk recht in het gezicht beloofde ‘nóóit, nóóit meer’ te zullen vliegen. ‘Ja’, riep ze mij toe, niet zonder enige tevredenheid over in ieder geval deze vorm van compensatie: ‘Ik ben nou wèl een BN’er.’

‘Alles digitaal onvoorspelbaar af en toe plat en de milieuverwoestende pleziervliegreizen sterven een volkomen natuurlijke dood’ las ik ergens. Ja, zo kun je het ook bekijken.

Maar dit alles terzijde.
Oost-Groningen!

In de oude katholieke nu gereformeerde kerk – uit 1200 – in Appingedam leek de vrijwilliger van dienst erg op de vrijwilliger in de Menkemaborg in Uithuizen, van de dag ervoor. A. vond de gelijkenis meer Oost-Gronings – allemaal gezonde, ronde gezichten – dan familiaal, dus zij liep door, fijn de kerk bekijken. Ik keerde om. Ik: Bent u misschien een broer van de vrijwilliger in de Menkemaborg, waar wij gisteren waren? Want u lijkt daar zo op. Hij: Ja. Ik: Bent u dan misschien zijn twéélingbroer? Hij: Nee, ik ben het zelf. Hij was de ene dag vrijwilliger hier en de andere daar (Snip en  Snap: het is niet me broer, toch is het een zoon van me vader, ra, ra, wie ben ik?).

In het restaurant bij de Menkemaborg kwam een gast naar de ober toe. Hij had een klacht. De ober noodde hem vlak bij ons aan een vrij tafeltje en schoof daar met hem aan. De gast had zijn pannenkoek op, die was erg lekker geweest, maar ook nogal, hoe zou hij het zeggen: dun. Te dun eigenlijk. Vooral omdat hij zo lekker was, dan wou je niet dat zo’n pannenkoek zo dun was als deze. De ober knikte begrijpend. Dus u wilt graag uw geld terug? Nou, ja, eigenlijk wel. Okay, dan doen we dat. En samen liepen ze naar de kassa, waar de gast zijn geld terugkreeg. Alles in alle rust en redelijkheid, van beide kanten. Hoe wil je het waar dan ook nog aardiger hebben, zelfs al was die gast misschien een notoire klager over de dikte van pannenkoeken. Ik vroeg aan A. of wij dit misschien droomden, maar zij dacht van niet.

Ergens op de weg terug naar ons appartementje zag ik op een aanplakbord zo’n soort boodschap als ‘God geef kracht aan hen die zieke kinderen hebben’. Je noteert het en denkt vagelijk ‘okay, ze zijn hier een beetje biblebelterig misschien, maar vast ook goed geweest in de oorlog’. Net zo half bewust – want je moet ook op de fat bikes en die ene overstekende meerkoet letten – interpreteerde ik de dicht opeen in hoofdletters geplaatste tekst bij alle bruggetjes als een soort godsdienstige incrowd-boodschap: 

BIJBELSIGNAAL
BRUGVRIJMAKEN

Het duurde zeker een dag of drie tot ik helemaal uit mezelf wat ruimte tussen de letters inlaste en zag dat er stond: BIJ BELSIGNAAL BRUG VRIJMAKEN

Nou ja, zo zien onze vakanties er dus uit, globaliter.
Best avontuurlijk, hè?

Garrelsweer in Oost-Groningen

Stress

Iemand wou zichzelf door een periode heen manifesteren, las ik ergens. Het was iets met yoga, mediteren en andere zelfontwikkelingshulp in tijden van maatschappelijke stress. Ik weet nog niet hoe, maar dat wil ik ook: mezelf door deze periode heen manifesteren. Niet gewoon ‘Hoi, hier ben ik weer’, maar meer ‘Dit was ik, toen manifesteerde ik mijzelf door de PVV heen en nu ben ik zo!’ Maar dan zonder yoga.

Onlangs, tweede week augustus, hoorde ik een overnamegesprekje tussen twee presentatoren van NPO4, de klassieke zender. De één (1) kwam, de ander (2) vertrok.
1. Ik kom altijd op de fiets naar het werk.
2. Ik ook.
1. Onderweg luister ik naar een podcast of muziek, jij?
2. Ik heb nooit oortjes in op de fiets.
1. Geen oortjes? Maar hoe luister je dan?
2. Ik luister gewoon rechtstreeks naar de vogels en neem de omgeving in me op.
1. Dat meen je niet! Geen oortjes in tijdens zo’n tocht? Heb je daar de rust voor?

Multitasken Fons, de generaties na ons hebben geen tijd meer voor maar één ding. Terwijl dat vroeger toch zo’n staande uitdrukking was: hou op met zeuren, pappa kan maar één ding tegelijk. 

Moeders konden zodoende multitasken in één zin, met die dubbele boodschap erin, waarmee ze hun man enerzijds in bescherming namen tegen zijn irritante kind en anderzijds duidelijk maakten dat hij iets niet kon en zij wel.

En als je dan in je onschuld vroeg ’tegelijk waarmee kan pappa maar één ding?’ knepen ze je in je bovenarm, in dat zachte stukje aan de achterkant, midden in de blauwe plek nog van de vorige keer. 

De huidige jonge vaders echter kunnen zelf ook minder goed multitasken dan ze denken. Ze lopen aan ons huis voorbij met hun kinderen van twee, drie en kijken op hun mobiel. De kinderen vragen nog wel ‘wat is dat pap, kijk dáár?’, maar krijgen geen antwoord, behalve soms zoiets als ‘Hier blijven Joey, niet op de weg!’ Als Joey 6 is, vraagt hij niks meer, maar tuurt, voortstiefelend op net zulke O-beentjes als zijn vader, ook op zijn mobiel. 

Ook nog even in het kader van de maatschappelijke stress terugkomend op jouw ervaringen met de exotische denkwereld van PvdA’ers: wat is jou eigenlijk precies duidelijk geworden over de reserves onder sommigen van hen over samenwerking met GL? Gaat het dan om de kloof tussen laag en hoog opgeleid? En daarmee samenhangend die tussen vooral eigen economische bestaanszekerheid en een wat ruimer zicht op natuur, dierenwelzijn en milieu? Om cultureel bepaalde verschillen misschien tussen dwepen met André Rieu en zwijmelen bij Gidon Kremer? Of een beetje van dit en een beetje van dat? Linksom of rechtsom of beter nog door het midden, maar eigenlijk toch gewoon het liefst linksom, hoop ik met jou dat GL/PvdA niet alleen in Voorschoten één partij wordt. 

Als jij daar nou het meer praktische werk voor doet Fons, probeer ik mij overal zo positief mogelijk doorheen te manifesteren.