Jan Baptist

Ha Linie, weet je wat C. vond in onze opslagruimte? Een echt schilderij uit de 19e eeuw. Een echte vondst was het nu ook weer niet, want we hebben het daar zelf opgeborgen. Ik was zo ongeveer vergeten dat ik het had. Het is bij mij terecht gekomen na het overlijden van mijn moeder. Mijn vader heeft het gekocht, zo’n 50 jaar geleden, en in onze woonkamer gehangen, boven de haard. Hij had iets met kerken.

Ik was het schilderij vergeten. Toen ik het weer terug zag bekeek het eens goed, stelde vast dat het een echt schilderij was, en probeerde de naam van de schilder te ontcijferen. Dat lukte met behulp van Google. Het was Jan Baptist Tétar van Elven (1805-1889). Nooit van gehoord. Jij? Wikipedia leerde mij, dat hij lid was van een kunstenaarsfamilie en dat hij veel kerkinterieuren heeft geschilderd. Eigenlijk wilde ik van het schilderij af. Een reproductie kun je in de vuilnisbak gooien, maar een echt kunstwerk natuurlijk niet. Nu ik wist dat het door een redelijk bekende schilder was gemaakt, kwam ik op het idee om het aan een museum te schenken. In Wikipedia zag ik staan, dat een paar musea in Nederland iets van deze man in huis hebben. Eén daarvan is het Museum Paul Tétar van Elven in Delft. Paul is de halfbroer van Jan Baptist. Ik stuurde een berichtje met foto naar dat museum, dat ik het schilderij wilde schenken als ze daar belangstelling in hadden. Ik kreeg letterlijk per kerende post een bericht dat ze het graag wilden hebben. Ik hoef er tenminste niet mee te leuren dacht ik nog. Na wat heen en weer mailen werd een afspraak gemaakt, en op de afgesproken datum togen wij naar Delft. C. wilde het wel eens meemaken en ging dus mee.

Het museum is niet zoiets als de Fundatie of de Kunsthal, maar een oud pand in het centrum. Paul heeft daar jaren gewoond en in zijn testament bepaald, dat na zijn dood het huis als museum diende te worden ingericht. Kennen jullie het museum wellicht?

We werden allerhartelijkst ontvangen door de directeur en de voorzitter. We kregen thee, er werd belangstellend geïnformeerd naar de herkomst van het schilderij, en ik ondertekende een schenkingsovereenkomst, een soort Acte van Verlatinghe zal ik maar zeggen. Hoewel het museum gesloten was (maandag), kregen we een gratis rondleiding. Het hele pand hing tjokvol mooie schilderijen en ik kreeg meteen het idee dat “ons” schilderij er helemaal niet meer bij kon. Ik denk dat ze het op zolder gaan bewaren. Zo verhuist het dus van de ene naar de andere zolder . . .

Leuk dat het museum de schenking op Facebook en op Instagram heeft gepubliceerd. Op de foto poseren wij met tussen ons in, aan de wand, een beeltenis van de maker van het schilderij, Jan Baptist.

Ik ben blij dat ik op een nette manier het schilderij van de hand heb kunnen doen, maar ik heb achteraf wel gedacht: hoeveel heb ik nou weggegeven, was is het waard? Had ik het niet eerst bij Tussen Kunst en Kitsch moeten laten beprijzen? Afijn, gedane zaken . . .

Dus toen maar naar Deventer gereisd. Omdat we die stad wel eens goed wilden bekijken, en omdat we daarna wilden doorreizen naar museum MORE. Om in stijl te blijven hebben we drie kerken in Deventer bezocht. Een daarvan was geen kerk meer, maar bevatte een tentoonstelling van afzichtelijke moderne kunst. Het was mijn korte kerkbezoek ooit. De dag daarop naar Gorssel: Realistische kunst uit Italië. Prachtig. In Italië kunnen ze dat wel.

Gini Severini, Pulcinella met gitaar

Hebben we nou gewonnen of niet?

Ha Linie, gisteren heb ik mijn laatste artikel ingeleverd voor publicatie in ons ledenblad. Het lijkt mij een goed idee om het hier met je te delen. Ik heb het samen met een collega geschreven. Er is een klein beetje overlap met mijn vorige blog, maar hopelijk is dat geen bezwaar.

De campagne

De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug, de uitslag is bekend. Achteraf zeggen alle betrokkenen bij GroenLinks-PvdA tegen elkaar: we hebben een heel goede campagne gevoerd, de beste in jaren. Dat we dat zo beleefd hebben is ook wel begrijpelijk. We hebben maanden aan de voorbereiding gewerkt, en in de weken vóór de verkiezingsdatum zijn veel campagne-acties uitgevoerd door veel vrijwilligers, meer dan ooit. Wat daar bij geholpen heeft is dat we dat met twee partijen hebben gedaan. Misschien is campagne voeren wel de beste manier om een fusie van twee partijen voor te bereiden. Je moet samen campagne-acties bedenken, geld regelen, vrijwilligers mobiliseren, alles plannen en organiseren, en dat alles met het doel zoveel mogelijk stemmen te winnen. Met twee partijen kun je de krachten bundelen. Je hebt meer denkkracht, meer menskracht, meer vindingrijkheid. Je leert elkaar nog beter kennen dan je al deed. En hoewel de partijen officieel nog niet zijn gefuseerd, functioneerden tijdens de campagne de beide afdelingen al als één geheel, als één team.

We hadden trouwens net een campagne achter de rug: die voor de landelijke verkiezingen van 29 oktober. Twee verkiezingen achter elkaar in minder dan vijf maanden moeten we niet te vaak doen, is onze ervaring. Er is wel het voordeel, dat je bij de tweede campagne van de recente ervaringen uit de eerste campagne gebruik kunt maken, maar bij elkaar is het toch wel een drukke periode. En wat hebben de landelijke verkiezingen ons opgeleverd? Het rechtse kabinet Schoof, beschamend desastreus en langdurig demissionair, werd ingeruild voor een rechts minderheidskabinet onder leiding van D66. Minder desastreus, maar of we er echt mee gaan opschieten moet nog blijken.

Maar goed. Wat hebben wij voor de gemeenteraadsverkiezingen allemaal gedaan om kiezers te winnen? Wat op ons de meeste indruk heeft gemaakt is de manier waarop onze kandidaten zich hebben gepresenteerd. Zij hebben veel tijd en energie gestoken, vooral de twee maanden voor 18 maart, in het uitdragen van waar GroenLinks-PvdA voor staat. Ze waren te zien in de openbare debatten; in totaal zijn er zeven gehouden. Veel van die debatten zijn op de regionale TV uitgezonden. Daarnaast werden via de radio interviews uitgezonden met enkele lijsttrekkers die met elkaar in gesprek gingen over hun belangrijkste programmapunten. Ook individueel hebben lijsttrekkers en andere kandidaten interviews gegeven. Ter afsluiting was er het grote lijsttrekkersdebat in de Kruispuntkerk. En dan was er ook de kandidatenfolder, die in zowat het hele dorp is verspreid. Daarin presenteren de eerste acht kandidaten op de lijst zich met hun persoonlijke motieven om zich in de raad in te spannen voor verbeteringen in ons dorp.

Wat we dit keer veel meer gedaan hebben dan in vorige campagnes is GroenLinks-PvdA zichtbaar maken in de sociale media, vooral Facebook, Instagram en TikTok. Een paar van onze vrijwilligers. die goed thuis zijn in de digitale wereld, hebben bijna dagelijks foto’s en korte filmpjes met quotes de wereld in gestuurd om de sociale-en-groene boodschap te uit te dragen. TikTok was nieuw voor ons in deze campagne. Het is met afstand het meest gebruikte sociale medium in Nederland, niet alleen bij schoolkinderen maar ook onder twintigers en dertigers, kortom potentiële kiezers. We hebben natuurlijk ook advertenties in de krant en op de website van Centraal+ geplaatst en reklameborden langs de weg gezet. Verder hebben we in deze campagne een nieuwe website in gebruik genomen: voorschoten.groenlinkspvda.nl. Daarop staan onze plannen met het dorp, onze kandidaten, onze actieve vrijwilligers en wat we allemaal doen. Deze website is voorlopig nog een campagnesite, maar is in feite de voorloper van onze nieuwe website, die de lucht ingaat na de fusie.

Campagnetijd maakt bij GroenLinks-PvdA ook veel creativiteit los. Zo kwam het idee op om iets te bedenken tegen de sigarettenpeuken, die steeds achteloos op straat worden achtergelaten. “Peukmeuk” zoals collega Conny dat noemde. De werkgroep Groen maakte daarvoor zo’n 20 peukenpotten (grote omgekeerde en beschilderde bloempotten) die verspreid over het dorp werden neergezet en waar rokende voorbijgangers hun peuken in kwijt konden. De inhoud van die potten werd achteraf bij het restafval gedaan. Het is natuurlijk veel beter om niet te roken, maar dat is een ander verhaal. Ook is veel aandacht besteed aan Vlietland, dat nog steeds bedreigd wordt met vernieling om plaats te maken voor 222 vakantiebungalows. Met een pubquiz, die samen met de Vrienden van Vlietland was georganiseerd, werd aandacht gevraagd voor deze bedreiging van het mooie recreatiepark.

Belangrijk onderdeel van de campagne was ook deze keer weer, wat wij noemen, de grondcampagne. Met zoveel mogelijk vrijwilligers erop uit om inwoners te ontmoeten en met hen te spreken over wat hen bezighoudt. Hoe vinden zij het in hun wijk, wat houdt hen bezig, zijn ze redelijk tevreden of zijn er zaken die hen dwars zitten. Naast zichtbaar zijn op TV en in de krant is het belangrijk in persoonlijke gesprekken luisteren naar wat inwoners beweegt. Het geeft ons als politieke partij een beeld van wat er leeft bij onze dorpsgenoten. De campagne wordt afgesloten met flyeren op drukke plaatsen in het dorp.

De uitslag

De uitslag is inmiddels bekend. GroenLinks-PvdA is de grootste partij in ons dorp, gaat vijf van de 21 zetels in de raad innemen en kan bij de vorming van een coalitie het voortouw nemen. Onze partij wordt op de voet gevolgd door de VVD, die wat gegroeid is en eveneens vijf zetels in de raad krijgt. VLokaal zakt van vier naar drie zetels, D66 blijft op drie zetels, de SP blijft op 1 zetel, en het CDA zakt van vier naar twee zetels. De laatste twee zetels zijn voor een partij die in Voorschoten voor het eerst aan de verkiezingen heeft meegedaan: Forum voor Democratie (FVD).

Dat we de grootste zijn is mooi, maar het campagneteam had gehoopt dat we nog wat zouden groeien, en dat is helaas niet gebeurd. En we zien opnieuw een verdere verrechtsing in het stemgedrag. Dat is een landelijk verschijnsel: FVD krijgt meer aanhang. Het is een partij die voedsel geeft aan het onbehagen en het wantrouwen, dat bij veel mensen is gegroeid over de overheid. De PVV heeft met deelname aan het vorige kabinet niets voor elkaar gekregen, en toen die partij de stekker er uittrok, kon FVD daar zijn voordeel mee doen. Ook in ons dorp merken wij dat nu.

Een voorbeeld. Wij hoorden de lijsttrekker van de FVD in een interview het volgende zeggen: “Ik lees in de Omgevingsvisie, dat er allerlei inspanningen voorzien zijn om autobezit en autogebruik te ontmoedigen en in het verlengde daarvan krijg ik toch een beetje het gevoel dat onder het mom van “groen” en gezelligheid” parkeerplaatsen opgeofferd worden, terwijl het eigenlijk onderdeel is van een groter strategisch plan om überhaupt autobezit en het gebruik van auto’s te ontmoedigen en dat vind ik een zeer onwenselijke ontwikkeling”. Kijk, dat bedoelen we nou: wantrouwen kweken over anderen, komplottheorieën verzinnen, in plaats van zelf met iets concreets komen. Kunnen we daar constructief mee samenwerken?

Hoe nu verder?

Het komt erop neer, dat we intensief, met veel overtuiging en ondersteund door veel vrijwilligers campagne hebben gevoerd, met als resultaat dat we, in raadszetels uitgedrukt, even groot zijn gebleven en om ons heen weer wat meer verrechtsing in het kiezersgedrag hebben kunnen waarnemen. Zeker, we zijn in ons dorp de grootste en hebben bij de coalitievorming het voortouw. Maar het is eens te meer duidelijk, dat een goede campagne niet persé het succes oplevert, dat je voor ogen hebt. Kunnen we het de volgende keer dan maar beter een beetje kalmaan doen? Natuurlijk niet. Het risico van tegenvallende resultaten wordt dan alleen maar groter. We kunnen wel met elkaar bekijken op welke punten we de volgende keer onze aanpak kunnen verbeteren. Onze suggestie daarbij is, dat we daar niet mee wachten tot er weer een campagne in het verschiet ligt. We gaan de komende periode werken aan de fusie. Als die ook in ons dorp een feit is, zou de methode van campagne voeren één van de thema’s kunnen zijn, die de nieuwe afdeling gaat oppakken. Wellicht is een permanente vorm van campagne voeren denkbaar, die de zichtbaarheid en betrokkenheid van PRO constant op peil houdt in ons dorp. Dat is misschien wel arbeidsintensief, maar we hebben straks een grotere afdeling en ook nog eens meer leden. Het is in ieder geval de moeite waard om eens te onderzoeken.

Daar ben ik weer

Zeven maanden geleden heb ik mijn laatste blog geschreven. De klad zat er in. Maar ik ga weer beginnen. Je mailde het terecht: eindelijk rust voor Fons. De campagne is klaar en we hebben een goed resultaat behaald. GroenLinks-PvdA is nu de grootste partij in ons dorp. Ik kan niet beweren dat dat alleen aan de campagneleider lag, maar een beetje trots ben ik toch wel. We hebben nu het initiatief bij de vorming van een coalitie. Als het goed uitpakt, hebben we straks een coalitie van GroenLinks-PvdA, VVD en D66. 13 van de 21 zetels. Of dat lukt moeten we natuurlijk eerst nog zien. En verder, ook wij hebben te maken verrechtsing. Niet allen is bij ons de VVD groter geworden, maar twee raadszetels worden straks bezet door types van FvD. Dat is wennen, het zijn geen andersdenkenden, maar lui die in de ruimte zwetsen en eigenlijk niets moeten hebben van de overheid. Zij zitten in de raad om het raadswerk af te kraken onder het motto: de bewoners hebben altijd gelijk; wat het gemeentebestuur wil is totaal niet belangrijk. We gaan het zien.

Of misschien ga ik het niet zien. Ik heb in februari aan mijn collega’s laten weten, dat ik per 1 mei stop met alle activiteiten voor de partij. Ik stap uit het bestuur, ik stap uit de redactie van het ledenblad, ik schrijf geen (jaar)verslagen meer voor de fractie, ik houd de website niet meer bij, ik leid geen campagnes meer, en ik schrijf geen column meer in de dorpskrant. De reden is vrij simpel: het is mooi geweest. Ik heb het graag gedaan, tot ik het niet meer leuk vond. Dat is nu. Ik had al een tijd het gevoel niet met pensioen te zijn maar een tamelijk drukke baan te hebben. Vooral de twee campagnes kort na elkaar waren behoorlijk zwaar. Dat ik zeven maanden geen blog heb geschreven heeft daar mee te maken. Als je zo vol zit met grote en kleine klussen, die allemaal een deadline hebben, ben je continu bezig met plannen en organiseren en proberen niets over het hoofd te zien. En jij weet ook hoe het bij een vrijwilligersorganisatie werkt: langs elkaar heen, voor de voeten lopen, te vroeg beginnen en te laat stoppen, of juist omgekeerd, niet altijd efficiënt, maar wel altijd met de beste bedoelingen en altijd in de goede richting. Bevredigend maar vermoeiend.

En hoe werkt het dan bij mij? Als ik in februari besluit 1 mei te stoppen, zakt mijn werklust al vrij snel in en doe ik al gauw zo min mogelijk, in de hoop dat het niet al te erg in de gaten loopt. Ik ben trouwens in de laatste fase van de campagne intensief geholpen door een paar collega’s die mij veel werk uit handen hebben genomen. Dat heeft mij enorm gestimuleerd bij het afbouwen. Ik heb nog een paar vergaderingen in april en dat is het dan. Intussen ben ik al bezig met andere dingen: boeken lezen, naar mijn favoriete muziek luisteren, met goede vrienden optrekken, tekening maken van C. Riom, uitstapjes en vakantie plannen. Een verademing kan ik je zeggen, en weer meer rust in mijn hoofd. En tijd om weer eens een blog te schrijven.

Jij hoopt ook ooit weer te beginnen met blogs schrijven. Dat hoop ik ook. Je wordt gemist op het web, niet alleen door mij. Uit je summiere berichtgeving maak ik op dat het nog steeds niet goed met je gaat. Wij beiden vinden dat spijtig. Wij zouden wel een dezer maanden op ziekenbezoek willen komen, maar wij weten niet of je dat op prijs stelt. Wil je dat ons laten weten?

Intussen heb ik een nieuw paspoort aangevraagd, en daarvoor een nieuwe pasfoto laten maken.

De foto zou niet misstaan in een uitzending van het programma “Opsporing verzocht” of op een openbare billboard van de politie met afbeeldingen van types die niets vermoedende bejaarden bestelen.

Ook nog een kleine tentoonstelling gezien van het werk van David Hockney. Die man weet hoe je een mooi schilderij moet maken.

Tot zover even. Ik ga proberen van het bloggen weer een vaste gewoonte te maken.

Mag je al lachen van de dokter?

De afgelopen dagen heb ik al zo veel geschreven, dat ik deze blog maar eens anders ga opzetten. Verheffend en toch leerzaam, kortom: film met geluid!

Hij wiens naam we niet mogen uitspreken

Celebrity meets royalty

43 jaar huwelijk in 1 minuut samengevat

Scheiden doet geen pijn

Een spiegel voor vrouwen

Pijnlijk, erg pijnlijk

Eerlijk delen

George Clooney op zijn nummer

Katten zijn net mensen

Een wonder

Een actrice over Gaza, niet om te lachen, heel aangrijpend

Yours sincerely,

De kunst van scherven

C. was jarig, zoals je weet, en bij ons gaat het dan zo dat de jarige mag bedenken hoe en waar de verjaardag gevierd gaat worden. C. wilde zoals ieder jaar in ieder geval dineren bij haar favoriete Japanse restaurant in Den Haag. Dat hebben we ook gedaan en het was weer vreselijk lekker en erg gezellig. Maar dit jaar wilde ze ook het Keramiekmuseum in Leeuwarden bezoeken. C. wil nu eenmaal alles op de wereld een keer gezien of beleefd hebben. Ik heb dat minder. En we waren al eens in Leeuwarden geweest, in 1992, en in mijn herinnering was het daar een dooie boel. En wat moet ik nou met keramiek? Maar bij gelegenheid van een verjaardag moet je over dat soort dingen niet miezemuizen, maar gewoon gezellig meedoen.

En zo lieten wij ons, de dag na C.’s verjaardag, drie uur lang openbaar vervoeren naar Leeuwarden. Laat ik het maar gelijk vertellen: het was geweldig. Leeuwarden heeft een bezienswaardig oud stadscentrum, omgeven door een ouderwetse singel, net als in Leiden, Zwolle en andere oudhollandse steden. Wij hadden mooi weer, het was markt, er waren veel terrasjes en er was veel volk op de been. We hebben twee dagen veel rondgelopen en veel moois gezien van de oude stad. In 2018 was Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa. Eén van de bezienswaardigheden toen was een optocht van grote poppen, die als marionetten aan kraanwagens werden rondgereden.

Foto door ANP

Kennelijk waren de ervaringen van toen zo goed dat werd besloten tot een traditie in de vorm van een Friese kunst- en mienskipstriënnale: Arcadia. De eerste werd in 2022 gehouden en de tweede dus dit jaar. En wij hebben daar een stukje van meegemaakt. Op het plein voor de Oldehove (een oude scheve toren) is een open houten constructie geconstrueerd, Bouwurk genaamd, die er van bovenaf uitziet als een kruis, en waar 100 dagen lang van alles te doen is: kunstenaars aan het werk, oude ambachten, thematische workshops, theater, ook voor kinderen, live muziek en wat ze verder nog kunnen bedenken. In de rest van Friesland worden soortgelijke manifestaties georganiseerd.

Maar daar waren wij niet voor gekomen. Wij waren gekomen voor het Keramiekmuseum. Ook dat was voor mij, maar ook voor C. een aangename verrassing. Ik had kopjes, schoteltjes, schaaltjes en vaasjes verwacht. Die waren er ook, maar er was ook echte kunst te zien. Deze bijvoorbeeld:

Je ziet meteen wie dit zijn . . .

Of deze:

Er was zelfs een zaal ingericht met wat ik dan maar noem “oorlogskeramiek”:

De tentoonstelling bestond grotendeels uit scherven, en daar blijk je dus van alles mee te kunnen doen. Ik verdenk de kunstenaar er van, dat hij grote hoeveelheden gave voorwerpen van keramiek vakkundig heeft stukgeslagen, zodat hij er iets nieuws van kon maken. Veel interessanter dan een gaaf gebleven Ming-vaas of een zeldzame Louis Treize-schaal. Een atoombom van scherven, hoe bedenk je het.

De volgende dag hebben we een rondgang gemaakt door het oude centrum van de stad: in het stadspark langs de singel, een bezoek aan de Jacobijnerkerk, en ook aan de Blokhuispoort. Dat gebouwencomplex was vroeger een gevangenis, maar is nu door de middenstand in beslag genomen. Er is een Drink- en Eetlokaal dat “Proefverlof” heet en een café “De Bak”. In de cellen zijn nu winkeltjes gehuisvest, waar vooral kleding en hebbedingetjes werden aangeboden, huisvlijt zeg maar. Geen Hoog Catharijne, maar wel leuk bedacht.

En nu weer thuis. Ik kan deze week nog kalm aan doen, maar volgende week heb ik al weer vergaderingen, en vraagt de campagnestrategie weer aandacht. Ik krijg de indruk dat de VVD steeds meer bezig is zijn eigen graf te graven, maar misschien is dat wishful thinking. Dilan heeft Douwe Bob excuus aangeboden, omdat de VVD zakt in de peilingen. Dat mens heeft ook geen greintje integriteit . . .

Ik zal dr’ leren!