Wat je moet doen om van je geld af te komen

Weet je wat het is Linie? Er komt iedere keer wat tussen, als ik een blog wil schrijven. Eerst was er de nieuwjaarsreceptie in het museum. Beelden aan Zee bedoel ik, van 5 tot 7 uur. Ik mocht met C. mee. Daar heb ik geen spijt van gehad. Het was om te beginnen leuk om C.’s collega’s te ontmoeten, maar vooral was ik onder de indruk van de vrijgevigheid van het museumbestuur. Er was eten en drank in overvloed. Ik heb me stevig tegoed gedaan aan de lekkere hapjes en wijntjes, zodat een warme maaltijd die dag niet meer nodig was. En je mocht vrij rondlopen in het museum, maar vanwege de tentoonstelling had dat weer niet gehoeven. Soms denk ik: waarom staat dit eigenlijk in een museum . . .

En toen moest ik een nieuwe computer kopen. Dat doe ik elke pakweg 10 jaar. Bedenken welke je wilt hebben gaat nog wel, maar dat ding in de winkel betalen is een crime. Met mijn pasje lukte dat niet. Ik ontdekte dat je eerst online moet instellen, dat je een groot bedrag van je rekening mag afhalen, anders lukt het niet. Maar toen ik dat gedaan had lukt het nog niet! In de winkel kreeg ik het advies om de alarmlijn van de bank te bellen. Toen ik iemand aan de lijn had vroeg die mij het hemd van mijn lijf om te controleren of ik het wel was. En toen ze daarvan overtuigd was zei ze dat ik mijn computer mocht kopen. Ik ben in totaal drie keer naar de winkel geweest voordat ik hem eindelijk in mijn handen had. In de winkel wist men mij te vertellen dat mijn bank altijd moeilijk deed over het betalen van een computer. Dat was voor de veiligheid. Eén van het winkelpersoneel beweerde zelfs, dat mijn bank grote betalingen gewoon blokkeerde, totdat jij ging bellen, geirriteerd, verbouwereerd en gechoqueerd, om zeker te weten dat jij het was die zijn eigen geld wilde uitgeven, en niet iemand anders. Het heeft het plezier van de aankoop wel wat bedorven kan ik je zeggen. Maar goed, ik heb hem, hij doet het, en ik schrijf er nu mijn eerste duoblog op.

En toen moest ik een hart-onder-de-riem-brief schrijven aan de GL-leden in ons dorp. Wij hebben nl. zorgen over een gemeentebestuur dat nog geen deuk in een pakje boter kan besturen, en we hebben natuurlijk ook zorgen over de algehele verrechtsing in het land. In vroeger tijden was ik trots dat ik voor de overheid mocht werken, nu schaam ik me dood voor het landbestuur. Kiezers lopen massaal achter een Limburger aan zonder partij, zonder bestuurlijke ervaring en zonder gevoel voor democratie. En intussen is het land op allerlei fronten verzand en vastgelopen. Eigenlijk wil ik er niet meer bijhoren. Jij trok een maand geleden een parallel tussen de PVV en de NSB. Dat wordt bijna niet hardop gezegd, maar zelf heb ik ook het gevoel, dat we de tijd van een kleine eeuw geleden opnieuw beleven. In tegenstelling tot toen zit ik er nu zelf middenin, wat overigens niet wil zeggen dat ik precies snap wat er gebeurt en hoe dat komt. Dus wij schrijven onze leden dat wij ons zorgen maken en er alles aan zullen doen om het tij te keren, althans in ons dorp. Wij zijn in ons dorp trouwens groter dan de PVV, maar dat had ik geloof ik al een keer gezegd. Ik blijf het graag herhalen om mijzelf moed in te spreken . . . .

En toen moest ik de bestuursvergadering van het Studiefonds voor Filippijnse Kinderen voorbereiden. Ik run die stichting grotendeels in mijn eentje, dus ik heb er veel werk aan. Ik heb van de Filippijnse Ambassade een lijst ontvangen van Filippijnse bedrijven en organisaties in Nederland. Op die lijst staan er ruim 70, maar er zijn er vast meer. Er wonen zo’n 16.000 Filipinos in Nederland. Wij gaan de bedrijven op die lijst aanschrijven met het verzoek geld te doneren. Ik gok erop, dat ze wel bereid zullen zijn te investeren in onderwijs voor kinderen in hun moederland. Maar ik heb geen flauw idee of ik dat goed zie. Ik ga het gewoon proberen en zie wel wat het resultaat is.

Ondertussen heb ik van jou wel begrepen dat een heupoperatie geen sinecure is. Ik hoop dat je snel weer in staat bent om een dansje te maken.

Heel niet goed

Ik ben dagen van slag geweest, sinds woensdagavond 22 november. Dit had ik niet zien aankomen. Dat de meeste mensen dit niet hadden zien aankomen is maar een schrale troost. Wij stonden met politieke vrienden in Café de Lindeboom naar de uitslagenuitzending van de NOS te kijken en toen kwam de eerste voorlopige uitslag op het scherm: 35 zetels voor de PVV. Met afstand de grootste partij. GroenLinksPvdA had het best goed gedaan, met 25 zetels, maar iedereen besefte: dat doet er niet meer toe. Ik ken de PVV, die voor 95% uit Wilders bestaat, als een opruier, stemmingkweker, haatzaaier, racist. De partij van de boze witte mannen. Gaat die nou meeregeren? Ik heb de laatste tijd een paar keer terug moeten denken aan de Tegenpartij van Jacobse en van Es. Die hebben het zien aankomen. “Samen voor ons eige, laat de rest het rambam krijge”. Altijd kankeren op alles. Van Kooten en De Bie waren hun tijd ver vooruit, nog verder dan ik al dacht, naar nu blijkt.

Ondertussen hebben PvdA en GroenLinks in ons dorp succesvol campagne gevoerd. Het was ons eerste samenwerkingsproject met de PvdA, en mij werd gevraagd de rol van campagneleider op mij te nemen. Er moest veel vergaderd worden, maar dat leidde wel tot goede ideeën over de opzet van de campagne. Vrijwilligers van beide partijen zijn gezamenlijk de straat op gegaan om de blijde boodschap te verspreiden, wat niet alleen leuk was om te doen, maar wat ook een heel aantal nieuwe politieke vrienden opleverde. Ik kijk er met plezier op terug. In ons dorp is de VVD nog steeds de grootste (wat al vele jaren het geval is) en is GroenLinksPvdA de tweede partij. De PVV is nu de derde en waren ook in ons dorp nog niet eerder zo groot.

En ook eerder had ik al erg mijn best gedaan. In oktober was ik present bij het eerste gemeenschappelijke GroenLinksPvdA-congres. En ik heb 12 november met de klimaatmars meegelopen. Ik had hartstikke moeie voeten toen ik thuis kwam, niet zozeer van het lopen, maar van het langdurig staan en schuifelen. Maar het was erg gezellig.

Ik heb het gevoel dat het allemaal niet heeft mogen baten. Kiezers zijn massaal naar een rechts-radicale partij overgelopen. Zijn ze dan niet op school geweest? Hebben ze geen geschiedenisles gehad? Er staan nu veel analyses in de pers die moeten verklaren hoe het zo gekomen is. De grafiek die mij het meeste aansprak is die over de zetelverdeling tussen links en rechts in de afgelopen jaren. Mensen gaan alsmaar rechtser stemmen. Het aantal linkse zetels blijft maar dalen. Hoe lang gaat dit zo door? GroenLinksPvdA heeft het goed gedaan, maar dat ging ten koste van andere linkse partijen, die zetels hebben verloren. En zwevende kiezers, dacht ik, zijn kiezers die niet weten waarop ze moeten stemmen. Er is ook fanatiek geprobeerd, zeker ook door GroenLinksPvdA, om die kiezers onze kant op te lokken. Nu weet ik wel beter. Zwevende kiezers zijn rechtse mensen die nog niet weten op welke rechtse partij ze gaan stemmen. Ze zijn verenigd in hun afkeer van linkse partijen. Bij linkse partijen wordt weinig gezweefd.

Sinds gisteren gaat het weer goed. Ik ben over mijn depressie heen, ik kan weer rustig nadenken en mijn werk doen. Nu ik geen campagneleider meer ben vindt de voorzitter van onze club het een goed idee dat ik meedoe met het houden van functioneringsgesprekken met onze fractieleden. Ze krijgen dan feedback en kunnen aangeven hoe het gaat in hun werk en wat ze graag anders zouden zien. Goede praktijk in onze partij, vind ik.

Even wat anders. Toen ik aan deze blog begon, heb ik eerst jouw laatste blog gelezen. Die is van 1 oktober en ik had hem nog niet eerder gezien! Ik krijg al een tijd geen bericht meer als jij een nieuwe blog hebt gepubliceerd, en dit is nu het gevolg. Ik heb er wel iets aan gedaan, maar dat heeft blijkbaar niet geholpen. Ik moet toegeven: aan mij heb je ook niks. Als ik niet op jouw blog reageer, is voor jou de lol er gauw af, lijkt mij zo. Ik ga het nu grondiger aanpakken, want het moet worden opgelost. Ik wil de belevenissen van jou en A. graag blijven volgen. Ik weet dat je aan slapeloosheid lijdt, maar ik wist niet dat je dat geërfd hebt. Zo zie je maar, je krijgt bij je geboorte onbruikbare eigenschappen mee waar je niet om gevraagd hebt en waar je maar mee hebt te leven. Maar je bent erg goed in taal en schrijven. Dat is veel waard. Niet iedereen heeft dat . . .

Niet stuk te krijgen

Je weet vast nog wel dat ik mij afvroeg of ik een vaste bezoeker van het medische circuit aan het worden was, en dat ik mij daar zorgen over maakte. Die zorgen zijn weer verdwenen!

15 juni heb ik een gehoortest in het ziekenhuis ondergaan en wat blijkt? Niks aan de hand. Weliswaar hoor ik minder goed dan jaren geleden, maar er was geen reden om mij een gehoorapparaat aan te praten. Ook is mijn linkeroor niet slechter dan mijn rechteroor, zoals de BeterHoren-winkel had geconcludeerd. “Die test in de winkel klopt niet, ze hebben verkeerd gemeten”, was het oordeel van het ziekenhuis. En nu hoor ik dus weer veel beter! Kun je je dat voorstellen?

Met de “hartkwaal” ging het net zo. Ik had in april een hartecho ondergaan, omdat de huisarts zich zorgen maakte. Dat was in hetzelfde ziekenhuis. Daarna hoorde ik er twee maanden niets meer over. Dus toen ik weer in het ziekenhuis was voor de gehoortest, ging ik gelijk maar bij de hartklachtenafdeling informeren of daar nog iemand iets van mijn echo had gevonden. Een behulpzame juffrouw aan de balie regelde voor mij een kopietje van het oordeel van de specialist. Ik heb dat document thuis driemaal aandachtig doorgelezen en er in het geheel niets van begrepen. De taal die die mensen uitslaan, en de afko’s die ze gebruiken, voor een normaal mens was het allemaal niet te volgen. Ik leverde het meteen in bij de huisartsenpraktijk, waar mij werd verteld dat de huisarts met vakantie was. Toen hij mij uiteindelijk belde was ik nog in de weer met mijn uitstapje naar Zutphen. Zijn boodschap was, dat er niets aan de hand was. Ik wist dat al, en nu weet hij het ook.

Ik wil me best laten adviseren door medici als er wat met me aan de hand is, maar ik heb niet de behoefte om een vaste klant van de zorgsector te worden. Die tijd komt vanzelf wel.

Ondertussen hebben we mogen meemaken, dat Rutte zich niet meer verkiesbaar stelt en de politiek gaat verlaten. Onze GroenLinks-app stroomde vol met juichkreten en hoopvolle verwachtingen over wat er nu allemaal mogelijk zou worden. Zelf heb ik dit kabinet altijd al demissionair gevonden, ook nadat het beëdigd was. Er zijn maar weinig zaken tot stand gekomen, en zo’n beetje alles stagneert in Nederland, niet in de laatste plaats door het gesteggel in de landspolitiek. En nu is het kabinet weer echt demissionair en dat duurt voorlopig nog wel even voort. Het zwaartepunt van de politieke besluitvorming ligt nu bij de Kamer, maar ik moet nog zien of dat veel verschil gaat maken. Rutte heeft het slim aangepakt door de vlucht naar voren te kiezen. De grond werd hem te heet onder de voeten, hij ontliep een motie van wantrouwen en kan voorlopig doorgaan met waar hij al jaren mee bezig is: geen premier zijn voor alle Nederlanders, maar een CDA-VVD-premier die staat voor het bedrijfsleven. Na de volgende kabinetsformatie kan hij gaan doen wat hij maar wil. Ik ben blij dat hij gaat, alleen jammer dat dat nog zo lang duurt.

En Linie, het zit er nu nog dikker in dat onze twee partijen op een fusie afstevenen. In mijn omgeving heb ik een GL-collega, die zijn vertrek bij ons alvast heeft aangekondigd. De PvdA ziet hij niet als een linkse partij, en de fusie bevalt hem niet. Ik denk dat hij naar de Partij van de Dieren overstapt. Ga jij ook heroverwegen waar je je bij gaat aansluiten? Of blijf je gezellig bij ons? Dat PvdA en GL samen optrekken onder aanvoering van een PvdA-lijsttrekker, maakt dat voor jou nog wat uit? Voor mij in ieder geval niet.

Ik heb me nog niet aan Habermas kunnen zetten. En ik verwacht een drukke tijd tegemoet te gaan. Na de vakantie verwacht ik druk te zijn met de verkiezingen. Ook wel weer leuk eigenlijk. We moeten Frans toch een handje helpen vind ik.

Tussen de bedrijven door heb ik toch nog kans gezien een nieuwe Riom te vinden en na te tekenen. Deze kun je toevoegen aan je verzameling.

Vakantieblog

Wegens groot succes van de vakantieblog van vorig jaar heeft de redactie besloten ook dit jaar weer een vakantieblog uit te brengen. Om deze blog beter te begrijpen geef ik eerst een toelichting.

Wij brengen onze vakanties de laatste jaren in Nederland door. We logeren vier of vijf dagen in een dorp in de natuur, om daar te wandelen en te fietsen. Daarnaast maken we dagtochtjes naar bezienswaardige plekken. Plaatsen die niet over een goed hotel en een paar goede restaurants beschikken worden niet bezocht. (Wat denken ze wel!). Vliegen willen we niet meer, niet alleen vanwege vliegschaamte, maar ook omdat we op TV beelden zien van lange rijen vakantiegangers op Schiphol en zoekgeraakte koffers. Wij zoeken de stilte op en dat is lekker bijkomen. Wij zien op onze vakanties opvallend veel levensfasegenoten. En we gaan vóór de vakantiepiek, lekker rustig. Onze vakantie is nu voorbij, tijd dus voor een vakantieblog.

We begonnen met een bezoek aan het Depot Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Rotterdammers noemen het De Pot, en zo ziet het gebouw er ook uit. Als jullie er nog niet geweest zijn (maar dat veronderstel ik niet) moet je beslist eens gaan kijken. Het gebouw is zowel van buiten als van binnen bezienswaardig.

Depot Rotterdam
De Pot in Rotterdam

Het is een prettig gebouw om rond te lopen, helemaal niet wat je van een depot verwacht. Veel muren en vloeren zijn doorzichtig, wat een heel ruimtelijk effect geeft. En omdat het geen museum is, is het ook niet als een tentoonstelling ingericht. Alles staat of hangt gewoon door elkaar, en dat maakt het alleen maar bezienswaardiger. Het Depot heeft de Marketing Award Rotterdam 2021 toegekend gekregen. In een recente uitzending van Het Uur van de Wolf was een anderhalf uur durende docu te zien over de bouw van het depot en de geschiedenis van Boijmans. Zeer de moeite waard! Maar jullie hebben dat allemaal al gezien veronderstel ik.

In het Depot

En toen namen wij een achteraf omstreden besluit: wij gingen Almere bezoeken. Daarvoor was maar één reden: we waren er nog nooit geweest. Annemarie Jorritsma was er jaren lang burgemeester geweest, misschien had ze er iets moois van gemaakt. Niet dus. Een sfeerloze stad. Twintigste-eeuwse gebouwen en huizen, verder niks. Wij willen daar niet nog een keer levend gevonden worden.

Sfeerbeeld van Almere

Om Almere zo effectief mogelijk te vergeten, zijn we de dag daarna meteen naar Delft gegaan. Delft kennen we natuurlijk al lang, maar deze keer gingen we met de fiets. En dan blijkt maar weer, dat je wel een mooi doel kunt hebben, maar dat je niet moet vergeten ook van de reis te genieten. De hele route naar Delft loopt langs de Vliet, zodat er ook veel te zien is. Delft is één van de mooiste steden die we kennen. Je loopt er als het ware door de schilderijen van Johan Vermeer en Pieter de Hooch. In de Oude Kerk troffen wij een tentoonstelling aan van Henk Helmantel. C. kent zijn werk en legde mij uit, dat hij een hedendaagse fijnschilder is. Erg mooi, maar al wel vaker vertoond.

Schilderij van Henk Helmantel

En zo kwamen wij vanzelf in Epe terecht. Epe zegt u? Of all places? Ja, want zoals ik al zei: wij zoeken de natuur en de gerenommeerde horeca, en die vonden wij deze keer in Epe. (D.w.z. C. zoekt en vindt Epe, ik ga dan mee). We zijn er vijf dagen geweest en we hebben er vooral gewandeld in de omgeving. Op de hei kwamen wij een vriendelijke schaapherder tegen, met een paar honden en een kudde. Hij was wel in voor een praatje over koetjes en schaapjes. Hij gaf mij de indruk gaf dat hij de rol van toeristische attractie met plezier vervulde.

De heide bij Epe
Nabij Epe

Na een paar dagen thuis bijkomen van Epe kregen we weer zin in sightseeing en zo belandden wij in Hoorn. Dat is nou wat je noemt een schilderachtig plaatsje.

Op de foto hierboven zie je links het standbeeld van Jan Pietersz. Coen. Ik herinner mij dat een paar jaar geleden iemand een flinke heisa maakte over de J.P. Coenschool, en dat die naam veranderd moest worden. J.P. Coen was immers een schurk en moordenaar en we moesten niet meer aan hem herinnerd worden. In Hoorn, zijn geboortestad, heeft de gemeente zijn standbeeld laten staan, maar voorzien van een bordje met toelichting, waarin wordt uitgelegd, dat J.P. Coen door sommigen als een schurk en een moordenaar wordt gezien.

Hoorn
Elk schilderachtig dorp heeft tenminste één ophaalbrug . . .
Hoorn
. . . en uiteraard ook een haventje

We hebben de vakantie afgerond met een bezoek van een paar dagen aan Zutphen. Wij hebben een zwak voor Zutphen, dus we komen er vaak. Het is leuk om rond te lopen in een oude bekende.

ZUTPHEN

Wij zagen in de Walburgiskerk een tentoonstelling van de World Press Photo. Wij gaan bijna elk jaar wel even kijken, maar je wordt er eigenlijk nooit vrolijk van. Ook voor persfoto’s geldt: goed nieuws is geen nieuws.

Als we in Zutphen zijn, brengen we ook altijd een bezoek aan museum MORE. Dat is dertig minuten fietsen. Het is één van de betere musea. We zouden eigenlijk minstens één keer per jaar moeten gaan kijken, denk ik achteraf. Deze keer was er, behalve bekend werk uit de eigen voorraad, werk te bewonderen van Jan Worst.

Co Westerik: De Zieke Knaap (1950)
Fer Hakkaart: Meisje en jongen in het gras (1965)

Het museum had drie grote zalen volgehangen met 46 schilderijen van Jan Worst. In de eerste zaal was ik vol bewondering, in de tweede zaal zag ik veel overeenkomsten met het werk in de eerste zaal, en in de derde zaal zag ik nog meer van hetzelfde. Toen had ik het wel gezien, letterlijk. Op alle schilderijen zie je statige interieurs met wandtapijten, antieke meubels en kroonluchters. Mooi gedaan, maar niet echt veelzijdig. Een paar voorbeelden:

Jan Worst: The Pocket (2007)
Jan Worst: De Egoïst (2006)
Jan Worst: Two boys standing (2004)
Jan Worst: The Pitying Torturer (2002)

En nu zijn we dus weer aan het (vrijwilligers)werk. Maar omdat alle anderen met vakantie zijn, is dat ook wel weer lekker rustig . . .

Beter rijk en gezond dan arm en ziek

De laatste tijd hoor ik slechter. Ik besloot naar een beter-horen-winkel te gaan om mij te laten adviseren over een gehoorapparaat. Op de afgesproken dag werd ik in de winkel hartelijk welkom geheten, en in een geluiddicht hokje gestopt. Daar moest ik laten weten of ik piepjes hoorde, of niet. Toen de test klaar was liet de piepjes-dame mijn testresultaat uit de printer rollen. Op de print was te zien dat mijn ene oor het nog gewoon deed, maar mijn andere oor deed het nog maar half. Daar moet eerst maar eens een dokter naar kijken, oordeelde de dame. Ik was nog niet toe aan een gehoorapparaat.

Dat was in januari. In maart ging ik naar de huisarts. Die keek in mijn oren en zag niets bijzonders. Daar schoot ik natuurlijk niets mee op. Ze verwees me door naar een KNO-arts. Ook meldde ik haar dat ik al twee maanden liep te hoesten en dat dat maar niet over ging. Ze adviseerde me het nog een tijdje aan te zien en over een maand nog eens terug te komen. Onderwijl had ze een soort wasknijper met een metertje aan mijn wijsvinger bevestigd, en daaruit maakte ze op dat er iets misschien niet goed was. Ze vroeg mij om ter plekke een hartfilmpje te laten maken. Daar had ik helemaal geen zin in. Ik heb een tijdje tegengestribbeld, maar uiteindelijk toch maar meegewerkt.

Er was de afgelopen jaren al een paar keer eerder naar mijn hartslag gekeken, en uiteindelijk bleek altijd weer dat het toch wel in orde was. Dat krijg je als je steeds weer nieuwe dokters spreekt: ze ontdekken iets afwijkends wat jij al lang weet, en willen er dan het fijne van weten. Op het hartfilmpje was iets te zien, zoals gewoonlijk, de dokter ging om raad vragen bij de hoofddokter (wij hebben 4 of 5 dokters in onze huisartsenpraktijk, precies weet ik het niet) en samen besloten ze mij door te sturen naar een polikliniek voor een echo, want je weet maar nooit.

Ik ging met de pest in mijn lijf weer naar huis. Waar ik om gevraagd had: een advies over mijn gehoor en een middel tegen het hoesten, dat kreeg ik niet, en ik werd naar een poli gestuurd, waar ik niet om gevraagd had. Het was vast allemaal goed bedoeld, maar wat had ik daar aan? Als je mijn leeftijd hebt bereikt, word je tot een risicogroep gerekend en krijg je extra aandacht waar je niet op zit te wachten. Ik althans niet.

Later in maart zat ik bij een KNO-arts. Die hanteerde een stemvork en vroeg of ik wat hoorde. Ik zei ja. Toen hield ze de stemvork tegen mijn voorhoofd en vroeg opnieuw of ik wat hoorde. Ik zei nee. “Dan moeten we een gehoortest doen”, was haar conclusie. En ik dacht nou juist dat ik daarvoor bij die KNO-arts zat. De test staat nu gepland voor juni.

Het hoesten bleef maar doorgaan, dus in april ging ik maar weer naar de huisarts. Deze keer trof ik een andere, een jonge man in opleiding. Hij hanteerde de stetiscoop, zei dat mijn longen in orde waren, adviseerde fluimucil in te nemen en stuurde mij door naar een kliniek waar ze een longfoto van me konden maken, want wellicht zag hij toch nog iets over het hoofd, je weet maar nooit.

De week daarop ging ik eerst naar de longfotokliniek en daarna naar de hartechokliniek. De longfoto was snel klaar en daar was niets op te zien, behalve dan een paar longen. Over de hartecho is nog geen uitslag bekend. De fluimucil intussen werkt uitstekend: ik ben mijn hoest kwijt. En mijn nierstenen ook, maar dat weet je intussen. Sinds ik weer thuis ben uit het ziekenhuis ben ik aangenaam verrast door de snelheid waarmee ik weer ben opgeknapt. Eerdere steenverwijderingen, jaren geleden, hadden veel meer impact en brachten een langere herstelperiode met zich mee. Ik was dan thuis nog met twee katheters aan het hannesen die uit mijn lijf kwamen. Deze keer was ik snel weer op de been. De ingreep ging sneller dan verwacht, vertelde de uroloog mij achteraf, dus ook de narcose duurde korter dan verwacht. ’s-Middags na de operatie had ik alweer het gevoel dat ik helemaal de oude was. Dat kwam natuurlijk ook omdat ik tot de nok toe vol zat met paracetamol. De dag na de operatie kon ik ’s-avonds weer naar huis, nadat het verplegend personeel al mijn functies in orde had bevonden. En zonder katheters die aan mijn lijf bungelen. De stenen kreeg ik mee, als bewijs of zo.

Blijft dit nu zo? Ben ik een vaste bezoeker geworden van het medische circuit? Wat kan ik nog meer gaan mankeren? Slechter zien, staar, nieuwe heup nodig, dementie, haaruitval? Mijn moeder zei wel eens: laten we hopen wat we willen, en dragen wat we krijgen. Wijze woorden denk ik, misschien lukt mij dat.