Dankjewel Fons, dat je ondanks al je zeer gewaardeerde politieke werkzaamheden toch tijd vond voor onze blog. Ik heb je bijdragen met veel genoegen gelezen.
Ooit doe ik ook weer mee, maar nu even alleen met een tussentijdse impressie. Kort en krachtig, zoals je van mij gewend bent, maar vooral ook zo beknopt omdat ik sinds mijn ongeluk begin maart vorig jaar niet meer kan zitten. Echt helemaal niet meer. Wel een tijdje staan, ook kleine stukjes lopen-met-stok en goddank weer gewoon liggen, zij het slechts op één zij. Over dat ongeluk en de nogal ingrijpende complicaties een andere keer meer. Voor nu is het voldoende om aan te stippen dat de bijbehorende pijn volcontinue aanwezig en daarom toch wel engiszins slopend is. Neem dan pijnstillers, zul je zeggen, maar daar heb ik na een jaar dankbaar gebruik genoeg van. Het is mooi en goed dat ze er zijn, maar mijn nog resterende denkvermogen raakte er teveel door van slag. Ik kon vaak niet meer op de simpelste woorden komen.
– Hoe heet dat ook weer, wat jij leuk vindt, met die ballen, keu en nog wat…
– Keukendivisie.
Biljart was het woord dat ik zocht, Fons. Mijn vriendin kan namelijk niet meer biljarten bij Zaal Verploegen sinds Zaal Verploegen, om plaats te maken voor ordinaire woningbouw, zonder enige ruggespraak met de biljarters afgebroken wordt. Maar als ik dan oprecht interesse voor zo’n deplorabele toestand toon, alleen wat hulp bij de formulering nodig heb, komt zij met keukendivisie.
Dan maar pijn, besloot ik, geen pijnstillers meer. Het ergst eraan toe zijn mijn beide zitbeentjes, vooral het linker, boven het hevig gefractureerde been, dat trouwens zelf ook zeer doet, vanwege het implantaat met de zeven pinnen er overdwars en schots en scheef doorheen. Dit implantaat moet er nodig weer uit. Maar ook daarover een andere keer meer. We houden het nu kort.

De zitbeentjes verdragen sinds juni vorig jaar geen enkele directe druk meer. Gewoon zitten, laat staan fietsen of autorijden: onmogelijk. Paardrijden? Vergeet het maar! Nou deed ik dat sowieso al niet, maar als het niet meer kan, ga je het toch missen.
Het enige waar deze zitbeentjes nog wat aan vinden, is met de rest van mij in gebogen houding onder de douche. Ze vinden het zachte gedril van de stralen fijn. Eigenlijk zouden ze het liefst samen met mij voor eeuwig zo onder de douche willen. Maar het morele kompas hier in huis is afgesteld op wat wel en niet mag van de duurzaamheidspolitie en die vindt langer dan drie, of met haren wassen erbij desnoods vijf, minuten per etmaal onder de douche grensoverschrijdend. Het mag heus wel een kwartier, maar dan morgen en overmorgen alleen wassen bij de kraan.
Dus ik dacht: wat te doen? Dit duurde een maand of tien, zonder bevredigende doorbraak. Door de pijnpoli van het ziekenhuis werd er intussen van alles geprobeerd, vooral via injecties her en der in het getroffen gebied, helaas resulterend in alleen maar nog meer pijn ter plaatse. Ze tasten in het duister omtrent de oorzaak. Zelf denk ik bij oorzaken altijd graag in de richting van kwantummechanische energieklontering, maar ze hebben eigenlijk liever niet dat ik meedenk. ‘Mánd!’ zegt ook mijn huisarts zodra ze mij ziet, wat kort is voor: ‘Hou het kort!’ Ze prefereren hun eigen conclusie dat het hier gaat om een soort op hol geslagen pijnalarmsysteem, een carrousel die voor zichzelf begonnen is. Ze noemen het sensitisatiepijn. Ook goed, maar dóe er dan iets aan!
Zo stond ik erin, tot mij ineens, een week of twee geleden, de airfryer te binnen schoot. Dat woord had ik goed onthouden. Ik had eerlijk gezegd tot een paar jaar terug, vóór de desbetreffende talkshow indertijd, nog nooit van airfryers gehoord. Nu echter popte die talkshow zomaar uit het niets weer op voor mijn geestesoog, met rond de tafel allerlei vrouwen die zich lyrisch toonden over de airfryer en de werking ervan ook plastisch, want ervaringsdeskundig, wisten uit te leggen. Ik noem hier slechts een Angela de Jong. Die zat er misschien zelf niet zozeer bij, maar het is de enige naam die mij nu te binnen wil schieten. Na alle oxycodon, morfine en nortriptyline wil mij als gezegd überhaupt niet zoveel meer te binnen schieten, dus ik ben allang blij met Angela de Jong. In ieder geval is zij wel altijd enthousiast over dingen. Ik zet het geluid dan wel vaak zachter of uit, omdat enthousiasme alleen al leuk zat is om naar te kijken. Overigens deed ik ook dat nogal onthecht, want bij talkshows graag met een half oog in de Donald Duck, die ik soms koop voor het kleinkind van een kennis hier en dan eerst zelf beoordeel op of het allemaal wel kán wat erin staat voor zo’n kind, vaak zie ik bijvoorbeeld dat de petjes van Kwik, Kwek en Kwak niet kloppen, dan heeft Kwik eerst een groen-zwart petje op en twee plaatjes verder ineens een geel-zwart, terwijl Kwek en Kwak wél gewoon hun eigen petje op houden! Maar kort en goed was mijn overheersende gedachte toen: het zal wel, ik heb geen airfryer nodig, maar het is een uitkomst voor vrouwen dat zoiets bestaat.
Nu echter, twee weken geleden, kreeg ik dus zomaar die onverwachte pop-up in mijn hoofd en begon ik een nader verkennende zoektocht op internet, waar tot mijn niet geringe verbazing allemaal hete-luchtapparaten verschenen, met als wervende slogan ‘makkelijk koken voor het hele gezin’. Geen wonder dat ik hiermee tot die talkshow helemaal niet bekend was. Ik kook nooit, laat staan voor het hele gezin. Mijn vriendin kookt, daar heb ik haar destijds op uitgezocht. Dat biljarten vond ik ook toen al eerder storend. Het was echt te vaak eerst biljarten en dan koken. En wie kon er dan weer patat gaan halen als het biljarten uitliep? Echt blij dat Zaal Verploegen tegen de vlakte gaat.
Nou, ik hou het bondig, maar wat ik, na enige kennelijk door Google noodzakelijk geachte smerige taal ingetikt te hebben, blijkbaar zocht, was de satisfyer. Niet airfryer Fons, noteer dat ergens. Een eurekamoment van eenzame klasse. Ik heb hem meteen besteld – het was op een donderdag – en uitzonderlijk discreet geleverd gekregen, zij het pas zaterdag door de buren, waar hij was bezorgd toen ik vrijdag zelf op mijn ene zij bij de tandarts lag. Ik heb een nieuwe tandarts, een hele kleine, Yusuf heet hij, die vond het leuk dat hij eindelijk eens iemand had die niet kon zitten, alleen liggen, zodat hij zelf niet zo boven z’n macht hoefde te werken. Bij anderen moest hij meestal zijn kruk hoger zetten en dan kreeg hij evengoed vaak nog pijn in zijn armen, zo vertelde hij, nu gewoon staand, licht gebogen zelfs, met een stralende glimlach boven mijn hoofd. Maar dit terzijde, het moet wel een impressie blijven. Mijn vorige huisarts zei als hij mij zag ‘Vat sámen!’ Maar ‘Mánd!’ is inderdaad beter. Krachtiger.
Er stond geen enkel traceerbaar verzendadres op het pakket dat de buren kwamen brengen, ook geen Philips of andere firmanaam, dus zij hebben zelf ook wel bedacht dat het hier hoogst waarschijnlijk niet om een standaard airfryer ging.
Hij ziet eruit als een lief soort drilhamertje. Ik heb hem heel voorzichtig op mijn zitbeentjes gericht en de drilfunctie dusdanig opgedraaid dat het effect zo goed mogelijk met de stralen van een douche te vergelijken zou zijn. Dit is niet waarmee het effect te vergelijken bleek. Het effect was dat het hele drilhamertje net precies niks, nul, nada hielp tegen de pijn.
Een volgende keer wellicht een kort en bondig evaluatieverslag van het gebruik voor het eigenlijke doel van dit kutapparaat. Die test moet nog, ik kan niet alles tegelijk.












